Gedichtenparodieën 4 Om de week deelt schrijfster Joke van Leeuwen deze zomer haar parodieën op bekende gedichten met ons. Deel vier in een serie van vijf.
XXXV.
De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.
Zij wischt zich-zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zich-zelven uit in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;
Dan had ik eerst geen lust naar menschlijke belustheid
Op menschelijke vreugd en menschelijke pijn;
Dan wás mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
Zou, wijl Zij grooter is dan Gij, nóg grooter zijn.
Willem Kloos
De thee, de thee
De thee, de thee klotst voort in eindeloze deining,
De thee, waar energie zich in weerspiegeld ziet;
De thee heeft look and feel in wezen en verschijning,
Hij maakt mijn lever schoon en suiker hoef ik niet.
Hij wist inwendig af in eeuwige verreining,
En veegt de darmen schoon en weet waarheen hij vliedt,
Hij plast zichzelf weer uit in leigele belijning
En sist een eeuwig-blij en eeuwig-heilzaam lied.
O, thee was ik als jij in al je lijfsbewustheid
Dan zou ik eerst gehéél en gróót gelukkkig zijn;
Dan was mijn snoeplust weg, geen wens en geen belustheid
Mijn pens als in mijn jeugd, een wenselijke lijn.
Dan wás mijn heil de thee, en was mijn zelfgerustheid
Zo groot dat ik dan onderwijl genoot van rode wijn.
Joke van Leeuwen
Joke van Leeuwen nodigt ons uit in de speeltuin van de poëzie deze zomer. Ze schreef parodieën op bekende Nederlandse gedichten.
„Het is heel iets anders dan wat ik gewoonlijk schrijf”, vertelt Van Leeuwen over haar parodiepoëzie. „Normaal schrijf ik romans, kinderboeken en een heel ander soort poëzie”, zegt de schrijfster, van wie in september de historische roman Alle tijden zijn onzeker verschijnt. „Maar af en toe heb ik tussendoor zin om een parodie op een bestaand Nederlands gedicht te schrijven. Het is niet bedoeld als kritiek op dat gedicht, maar ik zie het als een spel, om al associërend een parodie op zo’n gedicht te maken. Je kan er in reageren op actuele zaken, terwijl ik ondertussen zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke klanken van het gedicht wil blijven.”
Source: NRC