Home

Teamsprinters onnavolgbaar voor concurrentie, met wereldrecord naar het goud

Ze waren de gedoodverfde favoriet. De Nederlandse baanwielrenners maakten die status waar: met een wereldrecord wonnen ze de teamsprint.

Roy van den Berg slaat nog een keer hard op zijn imposante dijbenen. De vingers van Jeffrey Hoogland tikken zenuwachtig tegen zijn stuur en in het midden houdt Harrie Lavreysen zich stil, klaar voor de explosie die zo moet volgen na het startschot. En dan starten ze, drie oranje figuren, synchroon, hun tweede olympische titel op de teamsprint tegemoet.

Wie twijfelt aan de vorm van de Nederlandse baanwielrenners kan stoppen met twijfelen. Met een wereldrecord en een olympisch record in 40,949 pakte de Nederlandse sprinttrein dinsdagavond met overmacht het olympisch goud. Sinds eind 2017 domineert Nederland op de teamsprint. Ze bemachtigden in die periode onder meer vier wereldtitels en reden wereldrecords. Op niemand was de druk groter dan op het Nederlandse trio. Maar laten ze daar nou juist van houden.

Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.

De gebalde vuist van Van den Berg (35) ging een uur eerder al door de warme lucht in het velodrome. Er was iets te vieren, reeds voor de titel binnen was: plaatsen voor de finale van de teamsprint met een verbetering van het wereldrecord met 41,191. Nadat ze een dag eerder al een olympisch record reden in de kwalificatie voor de teamsprint, halen ze nu nog eens 0,034 seconden van hun eigen record, dat al vier jaar stond.

Vaste formatie

Ze rijden al jaren volgens een vaste formatie: Van den Berg is de starter, hij rijdt de eerste ronde op kop. Dat gaat liefst een groot deel van die ronde met een meter of twee voorsprong. Het effect als Lavreysen vervolgens onderdoor schiet, terwijl Van den Berg ruimte maakt en naar boven stuurt, is groter dan wanneer hij al die tijd dicht op Van den Berg rijdt. Zie het als een soort katapult, waarmee de twee overgebleven renners worden gelanceerd.

Lavreysen, de succesvolste van het stel, is de man van de tweede ronde. Hij zet Hoogland op topsnelheid af, zodat hij de laatste ronde vol kan maken. Hoogland noemt die derde ronde zijn terrein. Dat gaat hem goed af, hij weet inmiddels hoe hij moet trainen om daarop goed te zijn. Of hij doorgaat tot de Spelen van Los Angeles weet Hoogland nog niet. Wat hij wel weet is dat hij niet direct stopt na Parijs. Dan blijft hij zich vermoedelijk richten op die derde ronde, vertelde hij eerder al, op de teamsprint in plaats van op een combinatie met het individuele werk.

Het moet de week van ‘Harrie’s hattrick’ worden. Van drie keer olympisch goud; winst op alle baannummers waaraan hij deelneemt. Later deze week komt Lavreysen nog in actie op de individuele sprint en op de keirin. Het is zijn eigen grote doel, maar ook de verwachting van buitenaf. ‘Drie keer goud’, mompelde de meeluisterende Hoogland plagend, toen Lavreysen voor de Spelen gevraagd werd of hij druk voelt. Vervolgens lachend bijgestaan door Van den Berg: ‘Als anderen het niet zeggen, leggen wij de druk er wel op.’

Gewend aan druk

Lavreysen is gewend met druk om te gaan. Sinds hij een jaar of acht geleden voor het eerst succesvol werd op de baan, kreeg hij ook de verwachtingen van buitenaf mee. Dat hij nu op lijstjes van databureaus prijkt voor meerdere titels, doet hem niks. In Tokio behoorde hij drie jaar geleden ook tot de favorieten voor Nederlands succes, daar ging hij naar huis met twee keer goud. En wat spanning tijdens een wedstrijd betreft: dat vindt hij leuk.

Alle drie rijden ze aan een andere kant van de baan hun rondjes uit, alle drie de vuist gebald. Ze waren voorbereid op deze baan. Ze belegden vlak voor Parijs een trainingskamp in het Noorse Stavanger, waar ze, zoals Van den Berg dat noemde, ‘heerlijk in je eigen bubbeltje’ konden zitten. Daar trainden ze alleen met hun eigen team, konden ze zelfs het klimaat beheren op de baan en hadden ze het hotel op korte afstand.

En, hoewel de olympische baan van Saint-Quentin-en-Yvelines qua vorm anders is dan die in de Noorse havenstad, is er ook een grote overeenkomst: de druk die ze voelen in de bocht door de snelheden die ze halen. Parijs en Stavanger staan bekend als wielerbanen waar in de bocht hoge snelheden te halen zijn. Op andere banen is het soms lastiger om maximaal door te kunnen trappen, hier niet.

Ze reden vaker op de olympische baan van Saint-Quentin-en-Yvelines. Hier kenden ze een van hun weinige teleurstellingen: na sinds eind 2017 te hebben gedomineerd op de teamsprint, moesten ze de WK-winst in 2022 op deze baan nipt aan Australië – dinsdagavond goed voor olympisch brons – laten. De zwakke schakel was Van den Berg, die in zijn voorbereiding kampte met een rugblessure.

Maar, zo vertelden ze een jaar later, nadat de wereldtitel weer in eigen beheer was gekomen: dat verlies creëerde scherpte. Bovendien bedacht Van den Berg een andere vorm voor zijn krachttrainingen waardoor hij weer volledig belastbaar was. Het maakt ook dat hij nu, op 35-jarige leeftijd, nog niet aan het einde van zijn loopbaan moet denken. En waarom zou hij ook?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next