Home

Op het vliegveld van Beiroet zwaaien ouders hun kinderen uit: ‘Ik ben blij dat ze straks veilig zijn’

De meeste Libanezen zijn niet snel van de wijs gebracht, maar met de dreiging van een nieuwe oorlog beginnen sommigen hun koffers te pakken. Zij vinden blijven niet langer verantwoord en verlaten het land ‘nu dat nog kan’.

In honderden huiskamers, verspreid door Libanon, stelt iedereen momenteel dezelfde vraag: gaan of blijven? Pak ik mijn koffers, nu de dreiging van een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten met de dag groeit? Of kies ik ervoor bij familie en vrienden te blijven, hopend op betere tijden? De een aarzelt, de ander wil tegen iedere prijs maken dat hij wegkomt.

Voor Walid al-Hamadi, een 55-jarige vader, is de keuze gemaakt. Hij en zijn vrouw blijven, maar voor hun tienerzoon en -dochter vinden ze het niet langer verantwoord. Het gezin komt uit het zuiden van Libanon, waar de Israëlische bombardementen al maanden dagelijkse kost zijn. Ze zijn bang dat het erger wordt. ‘Het is een angstige situatie. Wij herinneren ons 2006 (toen Israël en de Libanese militante beweging Hezbollah ook een oorlog uitvochten, red.), we weten hoe een echte oorlog eruitziet’, zegt Al-Hamadi met een zucht. ‘Mijn kinderen weten dat niet, en dat wil ik graag zo houden.’

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.

Dus staan zijn vrouw en hij deze middag in de vertrekhal van het Rafik Hariri-vliegveld. Ze hebben net de kinderen uitgezwaaid die een kleine 3.000 kilometer verderop bij familieleden in Frankfurt gaan logeren. ‘Ik ben blij dat ze straks veilig zijn’, zegt moeder Hanan al-Amin (30), zichtbaar opgelucht. Gevlogen hebben de kinderen nog nooit, maar daar maakt ze zich geen zorgen over. ‘Ze appten net dat ze bij de incheckbalie iemand hebben gevonden die hen gaat helpen.’

Olie op het vuur

Van een stormloop op het vliegveld is deze namiddag geen sprake. Sterker, het is nauwelijks drukker dan normaal, alle gealarmeerde krantenkoppen ten spijt. Sinds de Israëlische luchtaanvallen op Beiroet en Teheran, vorige week, groeit de angst voor een grote, regionale oorlog tussen Israël enerzijds en Iran en Hezbollah anderzijds.

Westerse ambassades, inclusief die van Nederland en de Verenigde Staten, roepen hun burgers met klem op het land te verlaten ‘nu dat nog kan’. Vliegmaatschappijen, beducht voor de risico’s, hebben het aantal vluchten teruggeschroefd, of vliegen helemaal niet meer naar Beiroet. De Amerikanen adviseerden hun burgers iedere beschikbare vlucht te nemen, ook al gaat die niet naar de gewenste eindbestemming.

Vooral de betrokkenheid van Iran, financier en steunpilaar van Hezbollah, kan in de regio olie op het vuur gooien. Hossein Salami, hoofd van de Iraanse Revolutionaire Garde, verklaarde maandag dat Israël ‘zijn eigen graf gegraven heeft’ en ‘gestraft’ gaat worden voor de moord op Hamas-leider Ismail Haniyeh, vorige week in Teheran.

Het zou kunnen dat de Iraniërs bij hun beloofde wraakoefening samen optrekken met Hezbollah, of met andere pro-Iraanse milities in de regio (Irak, Jemen). Bij wijze van waarschuwing braken Israëlische gevechtsvliegtuigen maandag en dinsdag herhaaldelijk door de geluidsmuur boven Beiroet, hetgeen resulteerde in harde geluidsexplosies.

‘Stroom hebben we toch niet’

Toch ogen de meeste reizigers deze namiddag ontspannen. Over de oorlogsdreiging halen ze de schouders op. ‘Natuurlijk, misschien raakt Israël onze elektriciteitscentrales’, zegt Qassim Shahrour (30), die voor werk naar Caïro vliegt. ‘Maar stroom hebben we toch niet. Of ze raken de watervoorziening, maar ja, water hebben we ook niet.’ Hij zegt het met een grijns, maar de ondertoon is serieus. Water en stroom zijn in hoge mate geprivatiseerd in Libanon, als gevolg van de economische crisis die het land sinds 2019 heeft lamgelegd. Veel gezinnen moeten het doen met vijf à tien uur stroom per dag.

Anderen zijn nerveuzer. Als klein land heeft Libanon maar één internationaal vliegveld, een plek die vanwege de scharnierfunctie geldt als potentieel doelwit. Tijdens de zomeroorlog van 2006 bombardeerde Israël de startbaan binnen 24 uur na het uitbreken van het conflict. Veel westerse expats ontvluchtten het land destijds via de Syrische hoofdstad Damascus.

Tegenwoordig ligt die route minder voor de hand, al dook er een busbedrijf op dat voor enkele tientjes evacuaties belooft via Syrisch grondgebied. De eindbestemming: Amman in Jordanië, vanwaar reizigers kunnen doorvliegen. Aan de telefoon zegt bedrijfsleider Mohammed al-Tal dat zich voor de eerste busreizen 65 geïnteresseerden hebben aangemeld.

Afscheid van vrienden

Het gaat om een minderheid, want de meeste Libanezen zijn niet snel van de wijs gebracht. Daarvoor hebben ze te veel meegemaakt, variërend van de burgeroorlog (1975-1990) tot de verwoestende explosie (2020) in de haven van Beiroet. In de vertrekhal haalt menig reiziger de schouders op. Ondanks alles gaan ze gewoon op familiebezoek of naar de stranden van Turkije. En als het vliegveld wordt geraakt? ‘Dan zwem ik terug’, lacht vakantieganger Ranya Barakat (50).

Verderop in de vertrekhal staat Rosaline Nurpetlian (32) een broodje te bestellen. Op haar telefoon laat ze haar vluchtschema zien. Om haar thuisland Frankrijk te bereiken, vliegt ze eerst naar Adana (Turkije), dan via twee binnenlandse vluchten naar Istanbul en vervolgens door naar Marseille – een reis van 21 uur. Het is niet anders, zegt ze. ‘Ik ben bang dat ik hier anders vast kom te zitten.’ Het afscheid van vrienden in Beiroet viel haar zwaar, nu boven alles de donkere wolk van een mogelijke oorlog hangt. ‘Misschien zie ik ze nooit weer.’

Aan het eind van de dag, als veel Libanezen op tv de livetoespraak van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah kijken, stuurt vader Walid al-Hamadi de Volkskrant een kort filmpje. Hij was op van de zenuwen, zegt hij. Zijn vrouw en hij hebben naast het vliegveld staan wachten tot ze het toestel met hun zoon en dochter zagen opstijgen. ‘Moge God bij jullie zijn, mijn kinderen, en jullie beschermen’, klinkt zijn stem boven de wind uit. Even later is het vliegtuig een stipje.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next