Home

Is carrytrade een uitwas van mondiale geldhandel?

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.



Het kost geen eigen geld, maar levert geld op, vaak veel geld. Het lenen van miljoenen tegen 0 procent in Japanse yens en dat geld steken in dollars en euro tegen 5 procent.

Er zijn ook risico’s, maar beleggers laten zich er niet door weerhouden in hun zoektocht naar hogere rendementen. Carrytrade, zoals het wordt genoemd, heeft een enorme vlucht genomen. Zeker in een land als Japan, waar geld al dertig jaar bijna gratis is.

De mondiale geldhandel pretendeert de allocatie van kapitaal te bewerkstelligen naar sectoren en landen waar dat het meest optimaal kan worden ingezet. Maar het gaat gepaard met uitwassen die dezelfde kapitaalmarkten verstoren en soms zelfs het hele financiële systeem ontregelen en bedreigen. De kredietcrisis van 2008 en de eurocrisis in de eerste helft van de jaren tien werden daar onder meer door veroorzaakt.

Elke minuut verplaatsen zich miljarden over de wereld omdat ergens 0,0001 procentpunt meer rendement is te verhalen. Alleen de mondiale valutahandel bedraagt zeven biljoen (7000 miljard) dollar per dag. Hiervan is slechts een fractie nodig voor de financiering van de grensoverschrijdende goederen- en dienstenhandel. De rest is bedoeld om met geld nog meer geld te maken.

Ook in het verre verleden toen nog niet met één druk op de computerknop honderden miljoenen konden worden verplaatst, ging het mis, zoals bij de beruchte ineenstorting van het Europees Monetair Stelsel in de jaren negentig. Sinds die tijd is het aantal financiële instrumenten om met hefbomen snel geld te kunnen maken enorm toegenomen. In de krediet- en eurocrisis waren dat de credit default swaps (cds), waarmee speculanten gokten op de ineenstorting van de Amerikaanse hypotheekmarkt en de Griekse staatsobligatiemarkt. Er werden toen tijdelijke maatregelen genomen om de speculanten de voet dwars te zetten, zoals een verbod op shortselling (aandelen die je niet in bezit hebt op termijn verkopen). Maar die maatregelen werden opgeheven toen de markt weer enigszins tot rust kwam. Het was wachten op het volgende ongeluk. Structureel gebeurde er niets.

Frankrijk en Duitsland hebben in de G7 pogingen gedaan om een zogenoemde kapitaaltransactiebelasting of ‘Tobin-taks’ – iets van 0,01 procent op internationaal kapitaalverkeer te leggen. Met een belasting zouden de kapitaalstromen mogelijk iets kunnen worden ingeperkt, met name dat van flitskapitaal. Het idee was afkomstig van Nobelprijswinnaar James Tobin die al in de jaren zeventig vond dat een groot deel van de valutahandel in potentie een verwoestend effect had op de markten.

Maar Wall Street en de City van Londen wilden daar niets van weten. Dat zou banen in de financiële sector kosten, zo wisten ze hun politici te overtuigen. De Tobin-taks zou de liquiditeit van de sector in gevaar brengen, waardoor koersschommelingen groter worden.

Het plan eindigde in een diepe lade, waar het ligt te verstoffen. Het zal er niet worden uitgehaald door de dip van maandag. Daarvoor is een crash nodig die zelfs de kredietcrisis van 2008 doet verbleken. Want beleidsmakers dempen nu eenmaal pas de put als het kalf verdronken is.

.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next