Terwijl ambtenaren en wat bewindslieden iets verderop het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB uitwerken tot een regeerakkoord, nipt Tom de Bruijn (75) aan zijn espresso op een zonnig Haags terras. Hij was van 2003 tot 2011 de Nederlandse permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie in Brussel. „De mooiste baan die ik heb gehad, zonder enige twijfel.”
De politieke ontwikkelingen volgt hij nog altijd nauwgezet, zeker nu de oplossingen grotendeels in Brussel worden gezocht. Neem asiel. „Een opt-out clausule zal zo snel mogelijk worden ingediend bij de Europese Commissie”, aldus de coalitie. Het is de vrij zeldzame mogelijkheid voor een land om níét deel te nemen aan een specifiek onderdeel van het Europese beleid. Zo behield Denemarken zijn eigen munt na toetreding tot de EU. De Bruijn: „En daarin zit precies het verschil.”
Bij aanvang van nieuw beleid is een uitzondering bedingen al lastig, zegt hij. „Laat staan als de wedstrijd al jaren bezig is, zoals in het geval van het Europese asielbeleid.” Maar gaat politiek niet over het mogelijk maken van het onmogelijke? De Bruijn, al jaren lid van D66, glimlacht. „Zeker.”
Gevraagd om mee te denken met de nieuwe minister van Asiel en Migratie ademt hij diep in. „Luister. In principe is er in Brussel altijd iets mogelijk, tenzij er onoverkomelijke juridische blokkades zijn.” Vervolgens gaat het in essentie om drie zaken, vertelt hij: inhoudelijke argumenten, politieke argumenten en de gunfactor. „Bij de eerste gaat het al mis want er is in Nederland geen onevenredig hoge instroom in vergelijking met andere lidstaten. Dat is in Italië bijvoorbeeld wel het geval. In Nederland is de doorstroming van migranten een probleem, niet de instroom.”
Na een slok koffie: „Het politieke argument, dat het gaat om iets essentieels – bijvoorbeeld het aanzien van een regering in eigen land, gaat met asiel duidelijk wel op met deze vier partijen.” En dan de gunfactor. „Die is, mede gezien de zeer kritische houding van deze coalitie ten aanzien van Europese samenwerking en de onbekendheid van de nieuwe premier, niet meteen in Nederlands voordeel.”
Kortom? „Ik zie het niet snel gebeuren.” Om er direct aan toe te voegen: „Dat wil niet zeggen dat asiel als belangrijkste politieke thema geen weerklank vindt in Brussel.” Hij wijst op de nieuwe samenstelling van het Europees Parlement en de migratiedeals die commissievoorzitter Ursula von der Leyen eerder sloot met verschillende landen.
Op de vraag wat hij zou antwoorden als Marjolein Faber hem belt hoe ze effectief kan zijn in Brussel, blijft het even stil. „Ik zou zeggen: ik denk dat er andere mensen zijn die u nóg beter kunnen adviseren, mevrouw de minister.”
Source: NRC