Het controversieelste standbeeld van Nederland is dat van VOC-gouverneur Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Comedian en ‘ambassadeur van standbeelden’ Mo Hersi vraagt zich in Ministerie van standbeelden af wat ermee te doen: neerhalen of laten staan?
Comedian en programmamaker Mo Hersi (39) staat op een zonnige dinsdagmorgen nog geen minuut voor het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op het plein de Roode Steen in Hoorn of er vormt zich een groep dagjesmensen om hem heen. Meteen ontstaat er een discussie over Coen. ‘De een noemt hem de slachter van Banda, de ander vindt dat je zijn daden in zijn tijd moet plaatsen’, vat hij de meningen samen.
Hersi bezoekt het beeld in het kader van de uitzending Ministerie van standbeelden (VPRO), waarin hij de verhalen achter verschillende standbeelden vertelt. Het zwaartepunt is het omstreden standbeeld van Jan Pieterszoon Coen (1587-1629), van de gouverneur-generaal van de VOC.
‘Geen ander beeld in Nederland veroorzaakt zoveel beroering’, zegt Hersi. Coen is verantwoordelijk voor de genocide op Banda (1621), een wrede poging om het monopolie op de handel in nootmuskaat in handen te krijgen. Duizenden Bandanezen werden daarbij gedood of tot slaaf gemaakt. Critici vinden het beeld daarom een ongepaste verering van koloniaal geweld. ‘Een ander geluid is dat het beeld van Coen vanwege zijn bijdrage aan de Nederlandse welvaart wél mag blijven staan’, aldus Hersi.
Het standbeeld werd in 1893 geplaatst in Coens geboorteplaats Hoorn. Het beeld kent al een lange geschiedenis van publieke onvrede. ‘Tijdens de onthulling klonk er al kritiek’, zegt Hersi. Ook werd het beeld meerdere keren beklad, onder meer in de jaren zestig.
‘In 2020 vonden hier hevige rellen plaats na de dood van George Floyd’, vertelt Hersi. ‘Er klonk toen een roep om meer diversiteit in standbeelden.’ De gemoederen liepen zo hoog op dat inzet van de Mobiele Eenheid nodig was om voor- en tegendemonstranten uit elkaar te houden. In andere landen klonk bij omstreden beelden vergelijkbaar protest. In de VS werd het beeld van generaal Robert E. Lee weggehaald. In Engeland trokken demonstranten het beeld van slavenhandelaar Edward Colston van zijn sokkel.
Door alle commotie raakte Hersi geïnteresseerd in standbeelden, vertelt hij. Hij was zelf geen voorstander van verwijderen, maar bedacht juist: waarom plaatsen we er niet meer standbeelden bij? Het verwijderen van een standbeeld kost volgens hem vaak meer dan het plaatsen van een nieuw beeld.
‘Er zijn bijvoorbeeld maar heel weinig vrouwen die in Nederland met standbeelden geëerd worden’, zegt Hersi. Slechts 17 procent van de standbeelden in Nederland verbeeldt een bekende vrouw. Hersi: ‘En dan hebben we het nog niet eens over standbeelden van bekende mensen van kleur.’
Toevallig sprak hij in diezelfde periode de Curaçaose Enith Brigitha, die in 1976 voor Nederland als eerste vrouwelijke zwemmer van kleur een olympische medaille won. Hersi kwam op het idee om een standbeeld ter ere van Brigitha op te richten. Dat beeld werd in 2022 in het Lumièrepark in Almere onthuld, dankzij zijn vasthoudendheid en een door hem geïnitieerde crowdfundingsactie. ‘Maar het hele proces heeft wel drie jaar van mijn leven gekost’, verzucht hij.
Hersi raakt niet uitgepraat over de bureaucratische hordes die hij bij het realiseren van Brigitha’s beeld tegenkwam. Er is in Nederland voor standbeelden weinig geld beschikbaar, en bovendien is er geen visie of landelijk beleid, zegt hij. Dat blijkt ook uit een enquête die de Volkskrant hield in 2023: van de 197 gemeenten die reageerden hadden er slechts 17 specifiek beleid over standbeelden. Hersi: ‘Het is willekeur of een beeld wel of niet wordt geplaatst.’ Dat moet anders, vindt hij. Daarom werd Hersi zelfbenoemd ‘ambassadeur van standbeelden’.
In het televisieprogramma Ministerie van standbeelden wordt Hersi bijgestaan door historicus Manon Portos Minetti. Portos Minetti doet achtergrondonderzoek naar de beelden, Hersi zorgt voor luchtigheid. Lachend vertelt hij dat hij tijdens het filmen in Hoorn pal voor het standbeeld van Coen opeens een dixi aantrof. De opnames gingen door, met het toilet duidelijk in beeld. Hersi: ‘Er heerst zoveel spanning rond controversiële standbeelden. Met humor kun je die gevoeligheid een beetje doorbreken.’
In de uitzending bespreekt Hersi de dilemma’s rond omstreden standbeelden ook met middelbare scholieren. ‘Jonge mensen denken er eenvoudiger over: als mensen er last van hebben, dan moeten we een andere oplossing zoeken’, aldus Hersi. ‘De leerlingen opperden om het beeld verderop naar het Westfries Museum te verplaatsen en de sokkel te laten staan.’
Sinds kort zit Hersi voor D66 in de Eindhovense politiek. Zijn interesse in politiek is mede ontstaan door zijn inzet voor standbeelden. ‘Ik wilde nooit de politiek in, maar door de ergernis die ik over de beelden voelde dacht ik: als niemand dit oppakt, dan ga ik het zelf doen.’ Zo wil hij zich blijvend inzetten voor een diverser straatbeeld.
‘Is dat... Jan Pieterszoon Coen?’, klinkt het ondertussen op een terras aan de voet van het beeld in Hoorn. Een ouder stel dat net is gaan zitten kijkt gebiologeerd omhoog, recht in het bronzen gezicht met de markante snor. Als blijkt dat het hem inderdaad is, reageert de vrouw verrast: ‘Joh, dat dit standbeeld er nog staat!’
Ministerie van standbeelden is op 6 augustus om 21.35 uur te zien op NPO 3.
Mo Hersi (39) kwam als 3-jarig kind van vluchtelingen uit Ethiopië naar Nederland. Hij streek uiteindelijk neer in Eindhoven, waar hij actief is voor D66. Hersi is daarnaast comedian, schrijver en programmamaker. Hij maakte onder meer de documentaire The Messenger: Wat spreek jij goed Nederlands. Sinds 2020 zet hij zich in voor diversiteit in standbeelden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant