Simone Biles is de ster van Parijs. Omdat ze turnt als geen ander, maar ook omdat ze met haar comeback na de Spelen van Tokio haar sport in een andere richting heeft geduwd. ‘We kunnen onze persoonlijkheid meer tonen.’
‘She is the greatest of all greats’, zegt Jordan Chiles een paar keer. Ze bedoelt Simone Biles, met wie ze net de olympische teamwedstrijd heeft gewonnen. Amerikaanse sporters delen altijd gretig pluimen uit, zijn meesters in peptalk, maar misschien zit Chiles er tijdens deze persconferentie niet ver naast. Niet alleen vanwege al haar titels is Biles een grootheid, maar ook vanwege de keer dat ze niet won, in Tokio. ‘Ik laat me niet meer in een hokje proppen’, zegt Biles zelf.
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Een videobeeld van Biles op de grote schermen is al genoeg om tijdens deze Olympische Spelen het publiek in het Palais omnisport de Paris-Bercy tot grote vreugde te brengen. En als de Amerikaanse zich op de wedstrijdvloer vertoont, is het lawaai helemaal oorverdovend. Bijna iedereen lijkt te komen voor de grote Biles-show. Zelfs grote sterren uit de NBA nemen een kijkje bij de vrouw die in Parijs al de titels in de teamwedstrijd, meerkamp en sprong heeft veroverd. Maandag kan daar nog goud op balk en vloer bijkomen.
Niemand belichaamt de sport zoals zij: even sterk en explosief als gracieus en expressief. Dat is al zo sinds ze in 2013 voor het eerste wereldkampioen werd. Met grote verwachtingen keek turnminnend Amerika drie jaar geleden naar de tv. Op de tribunes was in Japan toen vanwege de coronapandemie niemand welkom. De rest van de wereld keek ook. Misschien zou ze wel alle onderdelen winnen. Maar bij de eerste mogelijkheid op een titel, de landenwedstrijd, ging het mis.
De ‘twisties’, heet het in turntermen. Een soort plankenkoorts die haar overviel op het onderdeel sprong. Zeraakte verdwaald, raffelde haar oefening af. Daarna trok ze zich terug, meldde dat ze mentaal niet fit genoeg was.
Op sommige televisiekanalen en op sociale media kreeg ze de volle laag. Ze zou haar teamgenoten in de steek laten, geen doorzetter zijn, iemand die niet tegen de druk bestand is. Veelvuldig werd haar het voorbeeld van Kerri Strug voorgehouden. Strug maakte in 1996 deel uit van de gouden Amerikaanse ploeg. Zij sprong met een overduidelijke enkelblessure en hinkte bij haar landing van de mat af. Dat was nog eens teamgeest, dat was doorzettingsvermogen.
Coach van Strug op dat moment was Bela Karoyli. De Hongaars-Roemeense trainer legde met zijn vrouw Marta de basis voor een nietsontziende turncultuur in de VS. In Amerika streefden ze toen de turnsuccessen van de oostbloklanden na en importeerden ze de bijbehorende trainingsaanpak.
Ook Biles is nog opgeleid op de ranch van het echtpaar in Houston, waar in haar jaren Marta de scepter zwaaide. Bela was eerder te streng bevonden. Maar ook onder Marta Karolyi werden de turnsters, vaak nog meisjes, tijdens gezamenlijke kampen niet getraind maar gedrild. Discipline stond voorop, een persoonlijkheid werd niet op prijs gesteld. Wie kapotging, was niet geschikt voor de top.
Met Biles in de gelederen pakte de Amerikaanse selectie onder haar leiding in 2016 nog negen medailles. Daarna ging Marta Karolyi met pensioen. De ploeg noemde zich als een soort eresaluut ‘the final five’. De bom was nog niet gebarsten.
In dezelfde periode, van 1996 tot 2014, maakte ook Larry Nassar zijn slachtoffers in het Amerikaanse turnen. De bondsarts misbruikte honderden jonge turners. Biles was een van zijn slachtoffers. Haar inzinking in Tokio was een direct gevolg, zegt de turnster in de Netflix-documentaire Simone Biles Rising. ‘Dit was een trauma-reactie.’
Na Tokio, waar ze individueel nog wel brons pakte op balk, verdween Biles uit de sport. Zelf dacht ze nooit meer te zullen terugkeren in de turnzaal. Maar uiteindelijk wilde ze toch weer verder, wilde ze laten zien dat het anders kon. Een comeback op haar voorwaarden: geen verstikkend regime, maar een aanpak waarbij ze zelf aan het stuur zat.
Vorig jaar, bij de WK in Antwerpen was ze terug, werd wereldkampioen meerkamp, balk en vloer en won met haar ploeggenoten de teamwedstrijd. Sindsdien is haar zelfvertrouwen terug en omarmt de wereld haar met meer enthousiasme dan ooit tevoren. Juist omdat ze zich kwetsbaar heeft getoond. Soms vindt ze dat nog lastig. ‘Mensen plaatsen me op een voetstuk, maar ik wil gewoon menselijk zijn.’
Het turnen is wereldwijd veranderd in de afgelopen jaren. Ook in andere landen zijn misstanden aangekaart. In Groot-Brittannië, in Nederland. De sport is steeds minder het terrein van 16-jarige meisjes, meer voor volwassen vrouwen. De ploeg waarmee de VS in Parijs goud veroverde bestaat uit twintigers, al is reserve Hezly Rivera wel 16.
Voor Biles ziet de wereld er anders uit sinds Tokio en dat is voor het hele turnstadion te zien. Natuurlijk, ze is nog altijd ‘cool and collected’ als ze een van de elementen die haar naam draagt met succes heeft uitgevoerd, als ze de demonen van Tokio bij de teamfinale van Parijs heeft verjaagd. Maar ze lacht tegelijkertijd veel uitbundiger en vaker.
‘Op Marta’s ranch praatte niemand, lachte niemand. Toen al wist ik dat dat niet de manier is waarop ik wilde turnen. En nu ga ik door op de manier die ik ken, waar ik van houd, want dat is de reden dat ik op deze sport verliefd ben geworden’, zegt Biles na het behalen van het teamgoud.
‘Steeds meer meiden hebben de laatste jaren hun persoonlijkheid laten zien. Veel van ons zijn twintigers. Zolang we onszelf kunnen zijn, in wedstrijden ons best doen en resultaten behalen, kunnen we nog lang mee. Zolang ze ons maar niet weer in een hokje duwen.’ Zo wil Biles wellicht nog wel door tot aan de Spelen van 2028 in Los Angeles.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant