De mens achter de onderzoeksjournalist stond deze week centraal in Kloostergasten, dat flink de spirituele diepte in gaat.
Zomer, oftewel het jaargetijde waarin mediaredacties de pagina’s en uitzendtijden inruimen voor ontspannen interviews die ‘de mens achter’ deze of gene verkennen. De oerversie van dit concept is uiteraard Zomergasten, het alfa en omega van het prettig kabbelende zomerinterview met opmerkelijke Nederlanders.
Inmiddels bestaan daar verschillende variaties op, met het programma Kloostergasten van KRO-NCRV als een van de meer opvallende bedenksels. Kloostergasten – dat afgelopen zaterdag het derde seizoen inging – heeft een nadrukkelijk christelijk karakter en draait hoofdzakelijk om de religieuze en spirituele diepte van de gasten, die een dag of drie doorbrengen in abdijen door heel Nederland.
Onderzoeksjournalist Sinan Can trapte dit seizoen af met een verblijf in de Abdij van Berne in het Noord-Brabants plaatsje Heeswijk Dinther. Can meldde zich bij de abdij met een volle weekendtas, en een lichaam nog vol adrenaline van al het nagelbijtende werk dat de journalist verricht. Can, meervoudig winnaar van de Tegel, een prijs voor de beste journalistiek, is vaak te vinden in het Midden-Oosten, waar hij IS-strijders opzocht en door oorlogsgeweld verpulverde steden liep.
‘Onthaasten blijft lastig’, aldus Can, die meent dat de onrust die je ervaart in oorlogsgebied je lichaam nooit helemaal verlaat. ‘Binnen in mij stormt het altijd.’
Totdat Can een dienst bijwoont en de opgestapelde vermoeidheid in zijn lichaam eindelijk een weg naar buiten vindt. Knikkebollend zit Can op een stoeltje, in slaap gesust door het liefelijk christelijk gezang van de abten. Toe maar, denk je. Rust uit. Ook een van Nederlands beste chroniqueurs van het altijd tumultueuze Midden-Oosten verdient een momentje voor zichzelf.
Can is geen religieus, maar wel een spiritueel mens, vertelt hij. Thuis speelde de islam geen nadrukkelijke rol. En later in zijn werk in het Midden-Oosten zag Can vooral tot wat voor ellendig bloedvergieten religieuze overtuigingen kunnen leiden. Liever houdt hij het bij enige verdieping in het soefisme, een humanistische stroming binnen de islam die de nadruk legt op liefde en tolerantie.
Die humanistische inborst is de prettigste ontdekking aan Can. Geen geharde, cynische taal van een journalist die je niets meer wijs kunt maken over de mens, maar oprecht beleden geloof in de helende kracht van liefde.
Een van de abten herinnert Can aan een van zijn journalistieke bezoeken aan een weeshuis in het Midden-Oosten, waar kinderen van gedode IS-strijders met veel aandacht en zorg werden opgevangen. ‘Hemel op aarde’ noemde Can dat. Een klein lapje grond, te midden van allerlei ellende, waar belangeloze liefde voor de medemens koning is.
De abt lijkt te suggereren dat hij en Can hierin niet heel veel verschillen, alleen handelt de abt vanuit een christelijke aanvliegroute. Can oogt een beetje sceptisch, maar neemt toch het zekere voor het onzekere, mocht er na de dood toch een christelijke god bestaan.
‘Misschien kunt u een goed woordje voor mij doen’, vraagt hij de abt.
Op de laatste dag oogt Can verkwikt en pakt hij zijn weekendtas weer in. Opzet geslaagd: de kijker weet weer iets meer over de mens achter deze moedige onderzoeksjournalist.
Over de auteur
Hassan Bahara is tv-recensent voor de Volkskrant.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant