Van Nederlands recordhouder Niels Laros (19) werd een finaleplek op de 1.500 meter wel verwacht. Van Stefan Nillessen (21), tot twee jaar geleden voetballer bij Groesbeekse Boys, niet. ‘Echt bizar.’
In sneltreinvaart rollen de woorden uit de mond van Stefan Nillessen. Met af en toe een armzwaai zet hij zijn opwinding kracht bij. Er zit onrust in zijn lange lijf. De 21-jarige atleet heeft zich net geplaatst voor de olympische 1.500-meterfinale terwijl hij twee jaar geleden nog maar biertjes rond bracht in de kroeg en elke week op het voetbalveld stond voor de Groesbeekse Boys.
Een kleine twee maanden geleden was Nillessen nog heel voorzichtig over zijn ambities vor dit jaar. Hij hoopte toen, bij een wedstrijd in Nijmegen, de limiet voor het EK in Rome te halen. ‘En stiekem denk je dan misschien aan nog iets anders’, zei hij toen. Die stiekeme gedachten waren de Spelen.
Maar Nillessen haalde de limiet voor de EK niet. Het was een scenario dat hem niet verraste. Hij had geen haast, wilde ‘stapje voor stapje’ doorgroeien. Als het EK niet haalbaar bleek, dan zou hij zijn bakens verzetten naar de WK van 2025. Maar half juni dook hij in Finland met 3.34,32 plots wél onder de nationale kwalificatietijd voor de Spelen. Op basis van zijn plek op de wereldranglijst was hij welkom in Parijs.
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Tot twee jaar geleden lag Nillessen helemaal niet op olympische koers. Hij deed wel sinds zijn 14de aan hardlopen, maar hij speelde ook elke week een voetbalwedstrijd. Die sport beoefende hij al veel langer. ‘Ik heb mijn hele jeugd afgemaakt in het voetbal, tot mijn 19de. Eerst stond ik centraal achter, daarna in de spits en uiteindelijk weer centraal achter.’
Op het voetbalveld hadden ze wel door dat hij een goede loper was. ‘Ik stond er bekend om dat ik bleef lopen. De man die bij mij stond, moest vier keer gewisseld worden. Het was niet dat mijn eerste sprintje zo speciaal was, maar het was de tiende, elfde, twaalfde keer dat ik zo’n sprint deed.’
Op zijn 19de veranderde hij van richting. Inmiddels was wel duidelijk dat zijn carrière bij de Groesbeekse Boys minder uitzicht bood, dan wat hij op de atletiekbaan kon. Ondertussen moest hij wel nog werken voor de kost. ‘Ik stond in de kroeg als ober. Tot een jaar geleden nog.’
In het voorjaar van 2023 kwam de grote omslag. Hij mocht aansluiten bij de trainingsgroep van bondscoach Tomas Lewandowski op Papendal, hij had een contract bij Nike. Geld was geen zorg meer, zijn trainingen werden naar een hoog niveau getild. Vorig jaar juli won hij de 1.500-metertitel bij het EK voor atleten jonger dan 23 jaar. Van alle deelnemers in die finale had hij het traagste persoonlijke record.
Hij gaat er wel lekker op, zegt hij. Op de rol van de underdog. ‘Niemand kijkt naar je, er zijn geen grote verwachtingen. Als ik hier niet was gekwalificeerd voor de finale, had niemand gedacht dat ik het super slecht gedaan had.’
Zo vrij liep hij op zondag in de halve finale in het Stade de France. Eerst een beetje achter in het groepje waar topfavorieten Jakob Ingebrigtsen en Josh Kerr de meeste ogen op zich gericht wisten. In de slotronde kwam Nillessen brutaal naar voren, mengde zich tussen al die mannen met veel meer ervaring. Hij eindigde als vijfde en was de enige met een nieuw persoonlijk record: 3.32,73. Een hap van meer dan anderhalve seconde.
Nillessen is dinsdag niet de enige Nederlander in de finale van de 1.500 meter. Ook Niels Laros plaatste zich overtuigend. ‘Ik kan wel doorlopen, toch. Ik ben niet meer nodig’, grapt hij als hij in de catacomben van het Stade de France het groepje Nederlandse journalisten bij Nillessen ziet staan. Hij weet hoe het is om als jonge loper plots midden in de aandacht te staan.
Laros is pas 19 jaar oud. Verbeterde vorig jaar het Nederlands record op de 1.500 meter, zette het op de WK in Boedapest op 3.31,25. Bij dat WK, waar hij tiende werd, maakte hij diepe indruk door zich echt in de strijd te mengen. Van Laros is al een paar jaar duidelijk dat hij een uitzonderlijk talent is. In de jeugdcategorieën pakte hij al veel prijzen.
De opwinding in de Nederlandse atletiek om Laros was groot. Eindelijk was er weer een Nederlandse ‘mila’-loper, een specialist op de middellange afstanden. De laatste die meedeed aan de olympsiche finale op de 1.500 meter was Gert-Jan Liefers in 2004. En twee Nederlanders? Dat kwam nog nooit voor.
Nillessen voelt nog wel dat zijn trainingsgenoot vaak nog wat sterker is dan hij, zoals laatst bij een training waarbij ze vijfmaal een 800 meter moesten lopen. ‘Toen had Niels een normale of goede dag, maar ik had een slechte dag. Toen ben ik er compleet afgelopen door Niels. Dat is voor mij een van de zwaarste trainingen geweest.’
Terwijl hij stond de wachten voor zijn eigen halve finale zag Laros op een tv-scherm de race van Nillessen. ‘Het was al legendarisch dat Stefan door de series kwam, maar dat hij de finale haalt is echt bizar.’ In de finale zullen ze weinig voor elkaar kunnen doen, zegt hij. ‘Dan is het ieder voor zich.’
Het wordt ellebogenwerk en afzien, dat hoort nu eenmaal bij de 1.500 meter. Maar Nillessen zal er elke meter van genieten. Voor hem kan het toernooi al niet meer stuk. En in de finale wordt er niets van hem verwacht. Hij kan weer doen wat hij wil.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant