Sinds de oorlog in Oekraïne vrezen veel Kazachen Russische agressie in hun land. Ze knippen culturele banden met Moskou door en vieren de eigen taal. ‘Toen Rusland Oekraïne binnenviel, zeiden we hier tegen elkaar: wij kunnen de volgende zijn.’
Als priester Jakob Vorontsov met God praatte, deed hij dat altijd in het Russisch. Gaf hij het heilige woord door aan de bezoekers van zijn kerk in de Kazachse stad Almaty, dan deed hij dat ook in het Russisch. Maar sinds de Russische invasie van Oekraïne richt Vorontsov zich in het Kazachs tot gelovigen en de Heer.
‘De oorlog heeft duidelijk gemaakt dat alle buurlanden van Rusland gevaar lopen, ook Kazachstan’, zegt Vorontsov telefonisch. ‘Ik besef dat het tijd is om weerstand te bieden.’
De priester behoort tot een grote groep Kazachen die sinds de oorlog op zoek is naar hun Kazachse roots. Ze vrezen dat de imperialistische ambities van Rusland verder strekken dan Oekraïne en Belarus. Met de viering van de eigen taal en cultuur willen ze duidelijk maken dat Kazachen, net als bevolkingen van andere voormalige Sovjet-republieken, gruwen van een herhaling van de overheersing uit Moskou.
Over de auteur
Tom Vennink schrijft voor de Volkskrant over Rusland, Oekraïne, Belarus, de Kaukasus en Centraal-Azië. Hij reist geregeld naar de oorlog in Oekraïne. Eerder was hij correspondent in Moskou.
Vanwege het verleden in de Sovjet-Unie is Russisch nog steeds een officiële taal in Kazachstan. Op veel plekken is het zelfs de voertaal. Het Kazachs, een Turkse taal die door de bolsjewieken werd onderdrukt, wordt slechts door de helft van de bevolking thuis gesproken, blijkt uit peilingen.
Maar het aantal sprekers van het Kazachs stijgt. In het hele land zijn vestigingen geopend van Batyl Bol (‘Wees moedig’), een taalclub die een maand na de invasie werd opgericht en mensen helpt om Kazachs te leren. Op sociale media kregen accounts over de Kazachse taal tienduizenden nieuwe volgers. Activisten maken films over de Kazachse taal en cultuur.
Het is even wennen voor Kazachen die Russischtalig zijn opgevoed. ‘Mijn Kazachs is nog niet best, maar ik ben niet langer bang om alledaagse dingen in het Kazachs te zeggen’, zegt Vorontsov, de priester. Vorig jaar leidde hij voor het eerst in het Kazachs een paasmis in een Russisch-orthodoxe kerk. Een video van de gebeurtenis ging viral in Kazachstan.
Zijn zorgen over een Russische inval komen niet uit het niets. In 2014 trok de Russische president Vladimir Poetin het bestaansrecht van Kazachstan in twijfel, nadat hij eerder dat van Oekraïne ter discussie had gesteld. ‘Kazachen hebben nooit een staat gehad’, zei Poetin tegen jongeren op een jeugdkamp van het Kremlin. Hij stelde dat de Kazachse staat pas ‘gecreëerd’ is na de Sovjet-Unie.
Ook op de Russische tv klinkt geregeld propaganda over Kazachstan die doet denken aan de propaganda in aanloop naar de oorlog tegen Oekraïne. Een prominent parlementslid van Poetins partij noemde Kazachstan in 2021 ‘een gulle gift’ van Rusland. Een gast in de populairste talkshow van Rusland omschreef het land in 2022 als een plek ‘waar ook nazistische processen kunnen beginnen’ en waar ‘veel Russen wonen’ die moeten worden beschermd.
‘Toen Rusland Oekraïne binnenviel, zeiden we tegen elkaar: wij kunnen de volgende zijn’, zegt Roeslan Zjoebanysj, een kunstenaar in hoofdstad Astana. ‘We hebben veel gemeen met Oekraïners, we begrijpen elkaar.’
Zjoebanysj leidt een theatercollectief dat pijnlijke delen van de Kazachse geschiedenis bespreekbaar wil maken. Zo wijdt hij optredens aan de uithongering van Kazachen in de jaren dertig door het Stalin-regime, en aan massale protesten die in 2022 door het Kazachse leger bloedig werden neergemaaid met steun van het Russische leger. De dreiging uit Moskou is nooit ver weg in zijn voorstellingen.
Maar de vrijheid is beperkt in Kazachstan. Zjoebanysj kreeg vlak voor een optreden van een theaterdirecteur te horen dat hij een passage over de oorlog in Oekraïne moest schrappen, anders zouden de lichten uitgaan in de zaal. ‘De regering wil dat sommige onderwerpen worden verzwegen’, zegt Zjoebanysj.
De Kazachse regering probeert zowel buurlanden Rusland en China als het Westen te vriend te houden. Enerzijds weigert president Kassim-Zjomart Tokajev de Russische annexaties in Oekraïne te erkennen en wil hij de economische banden met westerse regeringen versterken. Anderzijds voert Kazachstan in het geheim tal van sanctiegoederen door naar Rusland en onderhoudt Tokajev goede banden met Poetin.
Alleen op cultureel gebied durft Tokajev soms een stootje uit te delen aan Rusland. Zo verhoogde hij het budget voor patriottisch onderwijs dat de Kazachse identiteit moet versterken. En in november veroorzaakte hij verontwaardiging in Rusland door een persconferentie met Poetin te beginnen met een paar zinnen Kazachs, in plaats van de hele conferentie in het Russisch te doen, zoals Russen van hem verwachten.
Grotere stappen lijkt Tokajev niet aan te durven. De hervorming van het Kazachse schrift, waarbij afscheid wordt genomen van het door Moskou opgelegde cyrillische schrift, liet Tokajev uitstellen.
‘Hij is niet meer dan een gouverneur-generaal van een koloniaal bestuur aangesteld door Moskou’, zegt Ainasj Moestojapova, onderzoeker aan de Karaganda Buketov-universiteit en auteur van het boek Decolonization of Kazakhstan. Ze stelt dat Rusland sinds de oorlog zijn invloed heeft uitgebreid in de media, inlichtingendiensten, politiek en economie van Kazachstan.
Maar ze constateert ook dat de bevolking door de invasie in Oekraïne juist wantrouwender is geworden jegens Rusland. ‘Als Rusland bereid is tot geweld, moorden, ontvoeringen en al die enge verschrikkingen tegen Oekraïners, dan zal het zeker bereid zijn hetzelfde te doen tegen Kazachen en andere Aziatische volken’, zegt Moestojapova. ‘De Russische agressie in Oekraïne heeft in Kazachstan de ogen geopend.’
Geselecteerd door de redactie
Russen rukken langzaam op in Donetsk, Oekraïne toont eerste F-16’s
Oekraïne, gemangeld door Russische invasie, staat nu ook nog te boek als ‘wanbetaler’
Hoe verloopt de strijd in Oekraïne? Een actueel overzicht met kaarten en grafieken
Source: Volkskrant