Al jaren vergaap ik me zo nu en dan aan turnfenomeen Simone Biles. Krankzinnig goed is ze, deze meest gelauwerde gymnaste aller tijden. Het allerleukst vind ik het plezier dat ze uitstraalt tijdens het uitvoeren van al haar bovenmenselijke stunts. Mocht u zich storen aan het woord ‘stunts’, mijn excuses, ik ben maar een leek zonder turnjargon. Biles schrijft deze Spelen geschiedenis: met haar 27 jaar werd ze vorige week de oudste allroundkampioene sinds 1952.
Biles is een hoge boom en hoge bomen vangen veel vindt. Zo kreeg ze deze Spelen commentaar op haar haar, dat rommelig zou zitten. Ook staan er onder bijna elk filmpje dat ik van haar bekijk (en dat zijn er nogal wat) boze reacties over het feit dat ze medicatie gebruikt voor haar ADHD. Dat is niet tegen de regels, maar ‘men’ vindt toch dat ze valsspeelt en de dopingtest eigenlijk niet zou mogen halen. Doodvermoeiend om daarmee te moeten dealen, lijkt me.
Biles nam in 2017 deel aan het televisieprogramma Dancing with the Stars, zoals het een Amerikaanse star betaamt. Daar werd haar gevleugelde uitspraak ‘Smiling doesn’t win you gold medals’ geboren. De presentator van dienst vroeg haar waarom ze ‘niet lachte tijdens het lovende jurycommentaar’ en dit was haar iconische repliek.
Aan vrouwen wordt vaak gevraagd of ze wat meer kunnen lachen. Door wildvreemde mannen op straat of gewoon op de werkvloer. Zo trad ik jaren geleden op in een televisieprogramma. Na de repetitie vroeg de regisseur of ik tijdens mijn optreden straks wat minder serieus zou willen kijken, de mensen thuis zagen veel liever een glimlach.
Na afloop was ik niet zo tevreden over mijn optreden, maar kreeg ik wel veel berichtjes over hoe lief ik eruit had gezien. Een man uit het publiek zei na afloop zelfs dat ik hem zo ‘heerlijk lonkend had aangekeken’.
Ook bij het vrouwenturnen wordt veel gelachen. Mocht u zich afvragen of dat ook zo is bij het mannenturnen: nou, nee. Deze week kwam ik erachter dat het mannenturnen enorm verschilt van het vrouwenturnen. Veel van die verschillen hebben een seksistische bijsmaak, zo concludeerde ik.
Neem nu het turnonderdeel vloer. In de Amerikaanse turnrichtlijnen staat dat vrouwen op dit onderdeel ‘de kans krijgen om, door middel van muziekkeuze en choreografie, hun persoonlijkheid te tonen’.
En bij de mannen? Die moeten het stellen zonder muziek of choreografie en er wordt nergens gerept over het ‘tonen van persoonlijkheden’. Hun routine mag maximaal 70 seconden duren, die van de vrouwen 90. 20 seconden extra voor de vrouwen, waarin ze dus niet alleen hun vakmanschap moeten tentoonspreiden, maar ook nog een sprankelende persoonlijkheid.
Nog zoiets: de Amerikaanse vrouwen schitteren deze Spelen in peperdure pakjes bezaaid met Swarovski-kristallen. In 2016 gaf Kelly McKeown, hoofdontwerper van de Amerikaanse turnoutfits, in een interview toe dat ze mannelijke turners eens gepolst had naar het dragen van glinsterende outfits. Hun antwoord: neen dank u, te feminien.
Begrijp me niet verkeerd, het vloeronderdeel is te gek en verdient alle opsmuk: muziek, danspasjes, glitterpakjes. Ik vraag me gewoon af waarom het er bij de mannen zo anders aan toe gaat. Er zullen toch vast wel mannelijke turners zijn die van opsmuk houden?
Mijn oplossing: ze gaan ouderwets ruilen. In ruil voor wat minder nadruk op het perfecte uiterlijk voor de vrouwen, krijgen de mannen wat meer opsmuk. Turnorganisaties: thank me later.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns