Home

Top-vijf: F1-races met de kleinste voorsprong voor de winnaar

Bij slechts een handvol races in de historie van de Formule 1 was dat verschil nog kleiner. De top-vijf Grands Prix met de kleinste marges tussen de nummers één, twee en drie lees je hier.

5. GP van Monaco 2012

1. Mark Webber, Red Bull
2. Nico Rosberg, Mercedes (+0.643s)
3. Fernando Alonso, Ferrari (+0.947s)

Mark Webber, Red Bull Racing RB8

Foto door: Sutton Images

De Grand Prix van Monaco 2012 wordt vooral herinnerd vanwege de snelste tijd van Michael Schumacher in de kwalificatie. Met zijn bliksemtijd zou hij de oudste polesitter sinds 1970 zijn in het prinsdom, ware het niet dat hij een gridstraf van vijf plaatsen had staan voor een aanrijding met Bruno Senna in de race ervoor.

Daardoor mocht Red Bull-coureur Mark Webber vanaf pole-position vertrekken, voor Mercedes-rijder Nico Rosberg en Lewis Hamilton in de McLaren. Kampioenschapsleider Fernando Alonso begon als vijfde, zijn titelrivaal Sebastian Vettel kwam niet verder dan startplaats negen. De safety car neutraliseerde de boel na diverse aanrijdingen in de eerste ronde. Drie rijders konden direct uitstappen, waaronder Romain Grosjean die vanaf P4 was vertrokken. Webber leidde de dans voor Rosberg en Hamilton, met Alonso als vierde en Vettel op P6.

Foto door: Andrew Hone / Motorsport Images

In de 26e ronde had Webber een voorsprong van 1,8 seconden op Rosberg. Daar achter volgden Hamilton, Alonso en Felipe Massa op respectievelijk 6,6, 7,4 en 9,5 seconden van de leider. In de daaropvolgende vijf ronden maakten ze allemaal hun enige pitstop. Vettel koos ervoor om te profiteren van de vrije baan en met een overcut posities te winnen. Hij stopte uiteindelijk in ronde 46 en keerde als vierde terug op de baan, slechts 3,5 seconden achter de leider Webber. Rosberg en Hamilton volgden als tweede en derde, Hamilton en Massa reden op de plaatsen vijf en zes. Het onderlinge verschil tussen de top-zes bedroeg slechts 5,3 seconden. 

Zo’n tien ronden voor de finish begon het licht te spetteren. Enkel Jean-Eric Vergne koos voor intermediates, maar daarmee verspeelde hij een knappe zevende plaats. De strijd om de overwinning werd spannend, maar de rangorde veranderde niet. Webber won, voor Rosberg en Alonso. Hun onderlinge verschil bedroeg slechts 0.947 seconde.

4. GP van Abu Dhabi 2016

1. Lewis Hamilton, Mercedes
2. Nico Rosberg, Mercedes (+0.439s)
3. Sebastian Vettel, Ferrari (+0.843s)

Foto door: Glenn Dunbar / Motorsport Images

Er stond veel op het spel tijdens de allesbeslissende seizoensfinale van 2016 in Abu Dhabi. Mercedes-rijder Nico Rosberg verdedigde een voorsprong van twaalf punten op teamgenoot Lewis Hamilton. De Brit pakte pole, ten koste van zijn Duitse rivaal. Hamilton behield de leiding bij de start, terwijl Kimi Raikkonen in zijn Ferrari de derde plaats overnam van Daniel Ricciardo

De destijds drievoudig wereldkampioen Hamilton wist dat winnen niet genoeg was: Rosberg moest maximaal als vierde eindigden wilde de Brit de titel pakken. Hij bouwde in de eerste twintig ronden een voorsprong op van 5,6 seconden nadat Rosberg na zijn pitstop enige tijd klem zat achter Max Verstappen in de Red Bull. Nadat de Duitser P2 had heroverd, was er geen vuiltje aan de lucht voor Rosberg. Dat zag ook Hamilton, die langzamer ging rijden om zo de achtervolgers te laten aansluiten en ze zo de kans te geven Rosberg in te halen.

Lewis Hamilton, Mercedes F1 W07 Hybrid, leidt Nico Rosberg, Mercedes F1 W07 Hybrid

Foto door: Andrew Hone / Motorsport Images

Aan het einde van ronde 49 van 55, reed Rosberg op negen tienden van Hamilton, terwijl Verstappen en Vettel op anderhalve en twee seconden zaten. De Ferrari-coureur had veel versere banden en passeerde al vlot de Red Bull. Hoewel Mercedes hem verzocht de snelheid op te voeren, ging Hamilton juist nog meer van het gas naarmate de finish in zicht kwam. Van een 1.45.9 in ronde 53 ging hij naar een 1.46.3 en zelfs een 1.47.2, maar dat was niet voldoende voor de titel. De Engelsman zag de vlag vier tienden voor Rosberg, gevolgd door Vettel en Verstappen op acht tienden van elkaar. Rosberg pakte zijn enige F1-wereldtitel en hing zijn helm een paar dagen later aan de wilgen.

3. GP van Spanje 1981

1. Gilles Villeneuve, Ferrari
2. Jacques Laffite, Ligier (+0.211s)
3. John Watson, McLaren (+0.571s)

Foto door: International Press Agency

Jacques Laffite stond voorafgaand aan de Grand Prix van Spanje 1981 slechts vijfde in het kampioenschap, maar scoorde op het smalle en bochtige circuit van Jarama wel zijn zevende en laatste pole-position. De twee auto's van Williamse, bestuurd door Alan Jones en WK-leider Carlos Reutemann, stonden achter hem.

Door de enorme hitte eind juni, begon de race pas op 16.00 uur in de middag. Laffite kwam verschrikkelijk slecht weg en zakte terug tot de elfde plaats. Jones en Reutemann namen het heft in handen, terwijl Gilles Villeneuve in de Ferrari vanaf de zevende plek opklom tot P3. De volgende ronde moest Reutemann er ook al aan geloven. Jones was echter een klasse apart en had na dertien ronden al 10,4 seconden voorsprong op Villeneuve. De regerend wereldkampioen ging echter van de baan en verloor 55 seconden en vijftien posities. 

De nieuwe leider Villeneuve had een snelle auto op de rechte stukken, maar was zeer traag in de bochten. Reutemann zat in zijn versnellingsbak, maar een aanval kon hij niet inzetten. Renault-rijder Alain Prost op de derde plaats dichtte het gat van 9,6 naar 3,9 seconden in veertien ronden, maar miste vervolgens een rempunt, ging van de baan en moest opgeven.

Gilles Villeneuve, Ferrari 126CK gevolgd door Jacques Laffite, Ligier JS17 Matra en John Watson, McLaren MP4/1 Ford.

Foto door: Motorsport Images

Op dat moment hadden Villeneuve en Reutemann een voorsprong van meer dan twaalf seconden op John Watson en Laffite. De Fransman reed een sterke inhaalrace en nam in ronde 49 zelfs de derde plaats over. Elf ronden later vond hij aansluiting bij de twee leiders, waarna hij vlot P2 overnam van Reutemann, die zelfs terugzakte tot achter Watson. Villeneuve bleek echter niet te passeren. De Canadees boekte zijn zesde en laatste overwinning, voor Laffite, Watson, Reutemann en Elio de Angelis: vijf verschillende constructeurs in de top-vijf, binnen 1,24 seconde van elkaar met de top-drie slechts 0.571 seconde van elkaar.

2. GP van Italië 1969

1. Jackie Stewart, Matra
2. Jochen Rindt, Lotus (+0.08s)
3. Jean-Pierre Beltoise, Matra (+0.17s)

Jackie Stewart, Matra MS80

Foto door: David Phipps

Er was een tijd dat Monza nog geen chicanes had. Stel je voor hoe de ‘Temple of Speed’ in die tijd was! De Grand Prix van Italië 1969 was voor de titelstrijd niet echt van belang, aangezien Jackie Stewart met zijn Matra op dat moment al 51 punten had, meer dan tweemaal zoveel als zijn eerste achtervolger Jacky Ickx (22 punten) met nog vier races te gaan. Stewart kon in Lombardije de titel al veiligstellen.

De Schot stond derde op de grid, achter Jochen Rindt (Lotus) en Denny Hulme (McLaren). Toch reed hij na de eerste ronde al aan de leiding, al kon hij geen gaatje slaan. De slipstream was ook in die tijd al een machtig wapen. Daardoor ging de leiding in de eerste 38 ronden liefst vijftien keer over en weer. Bovendien werd in die tijd de volgorde enkel op start-finish genoteerd, waardoor er gedurende de ronde nog veel meer positiewisselingen hadden kunnen plaatsvinden die niet vastgelegd zijn.

Jackie Stewart, Matra MS80 Ford, leidt Piers Courage, Brabham BT26A Ford, en Denny Hulme, McLaren M7A Ford.

Foto door: Motorsport Images

Stewart was vervolgens in staat om de leiding enige tijd vast te houden, terwijl Hulme met een remprobleem moest opgeven. Toch was de voorsprong van de Matra-rijder geen moment riant. Hij had continu vijf wagens in zijn spiegels: teamgenoot Jean-Pierre Beltoise, de Lotussen van Rindt en Graham Hill, Piers Courage in de Brabham en Bruce McLaren in zijn eigen wagen. Stewart moest Rindt of Hill enkele malen voorbij laten gaan in de Lesmo’s, voordat hij hen op het volgende rechte stuk weer passeerde.

Hill hield de druk op Stewart met Courage in zijn eigen versnellingsbak, totdat de Brabham met een brandstofprobleem te maken kreeg en wegviel. Hill moest op zijn beurt door een kapotte aandrijfstang eveneens opgeven, waardoor Stewart nog met vier concurrenten over bleef.

Rindt nam in de laatste ronde richting de Lesmo’s de leiding weer over, maar Stewart heroverde de eerste positie richting wat we nu kennen als Variante Ascari. In die tijd was dat niet veel meer dan een flauwe bocht. Beltoise pakte in de laatste bocht - de Parabolica - de binnenkant, maar ging wijd en hinderde daarmee Rindt. Stewart werd als eerste afgevlagd en daarmee gekroond tot wereldkampioen. De top-vier eindigde binnen minder dan twee tienden van een seconde.

1. GP van Italië 1971

1. Peter Gethin, BRM
2. Ronnie Peterson, March (+0.01s)
3. Francois Cevert, Tyrrell (+0.09s)

Peter Gethin, BRM P160, pakt de geblokte vlag

Foto door: Motorsport Images

Ditmaal had Stewart voor Tyrrell al de wereldtitel veroverd voordat het circus naar Monza afreisde. Hij werd een race eerder op de Österreichring, de voorloper van de Red Bull Ring, tot kampioen gekroond.

Chris Amon pakte in de Matra de pole-position met een indrukwekkende 1.22.40, een gemiddelde snelheid van meer dan 251 kilometer per uur. Ickx in de Ferrari volgde als tweede, voor de BRM’s van Jo Siffert en Howden Ganley. De race op zondag werd nog chaotischer dan de editie van twee jaar eerder, met acht verschillende rijders aan de leiding. Ferrari-coureur Clay Regazzoni en Stewart werden op de hete middag uitgeschakeld door motorproblemen, terwijl de bak van Jo Siffert bleef steken in de vierde versnelling. 

Ronnie Peterson, March 711 Ford leidt François Cevert, Tyrrell-Ford, Clay Regazzoni, Ferrari 312B2

Foto door: Motorsport Images

Tien ronden voor het einde had Amon de leiding in handen, maar de Nieuw-Zeelander haalde per ongeluk beide vizieren van zijn helm in plaats van enkel de vieze, en moest door het nu slechte zicht langzamer gaan rijden. Zo werd het een duel tussen vijf: Peterson, Cevert en Ganley, met daarachter Mike Hailwood en Peter Gethin, die vanaf P11 was vertrokken, maar door het veld naar voren was gekomen. Bizar genoeg hadden alle vijf de rijders nog nooit een Grand Prix gewonnen. Gethin nam in ronde 52 van 55 voor het eerst de leiding, om twee ronden later weer ingehaald te worden door Peterson. Hij leidde voor Cevert, Hailwood, Gethin en Ganley toen de laatste 5,75 kilometer van de race ingingen.

Cevert ging als eerste op de laatste bocht af, maar werd daar in de remzone verschalkt door Peterson. Gethin had echter een betere exit en won de race met een honderdste van een seconde. De volledige top-vijf zat binnen 0,061 seconde.

Dit was de laatste keer dat er op een Monza zonder chicanes werd gereden.

Source: Motorsport

Previous

Next