Tegenslag kan gouden brandstof zijn, bewees Femke Bol zaterdagavond. Ze boorde de woede aan die ze vorig jaar voelde na haar val in Boedapest en leidde zo de Nederlandse gemengde estafetteploeg naar de olympische titel.
‘Alle boosheid kwam eruit’, zegt Femke Bol. De val van vorige zomer op de gemengde 4x400-meterestafette bij de WK in Boedapest was toch nog ergens blijven schrijnen diep vanbinnen. In elk geval kon ze het gevoel aanboren, als brandstof gebruiken op weg naar de olympische titel in een uitverkocht Stade de France. ‘Als we in de laatste 50 meter dichtbij genoeg zaten, dan wilde ik die boosheid terug omhoog halen en alles geven.’
En ze zat voldoende in de buurt om de frustatie van toen, toen ze het wereldrecord in gedachten had en goud in zicht, tegen de baan klapte. Na een degelijke start van Eugene Omalla had Lieke Klaver zich bij de eerste drie loopsters genesteld. Isaya Klein Ikkink hield de aansluiting en zette Bol als vierde af.
In de laatste rechte lijn zag ze Klaver staan, die alsof ze een vliegtuig wilde laten landen op een vliegdekschip met haar armen stond te zwaaien. Hier moet je zijn, hier moet je zijn. ‘Touwtje eromheen en zo binnenslepen’, zei Klaver die op een medaille hoopte, maar aan goud niet had gedacht. ‘Ik hoopte dat het haar op de een of andere manier kracht gaf. En ze ging kneiterhard.’
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Voor Bol was het een heerlijk richtpunt om naar haar vriendin en ploeggenoot te snellen. België had ze al achter zich gelaten, maar ook de loopsters van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gingen eraan in een nog overtuigendere eindsprint dan die van vorig jaar, toen ze zich op de 4x400 meter voor vrouwen revancheerde voor haar val.
‘Ik had alle scenario’s voorbereid, met mijn coach, met mijn psycholoog’, vertelt ze. Ze zag hoe de Belgische loopster voor haar, Naomi van den Broeck, wat uitliep. Ze sprak zichzelf toe. ‘Kom op Fem, je moet oncomfortabel lopen.’ Oncomfortabel betekent voor Bol: niet te ontspannen. In 100 meter was het ‘jagen, jagen, jagen. En de laatste vier meter waren ongeloof.’
De gemengde 4x400 meter is misschien wel het nummer dat het best bij Nederland past. Op Papendal zijn de sprintnummers een gemengde bezigheid. In de ploeg van bondscoach Laurent Meuwly trainen mannen en vrouwen samen. ‘Het moet het terrein zijn waarop we kunnen laten zien wat we kunnen’, zei hij eerder dit jaar.
Maar vaak lukte dat niet. In Tokio bleef de ploeg op de vierde plaats steken, bij de WK van 2022 werd het zilver waar het goud had kunnen, misschien wel moeten zijn. In Boedapest was er die dramatische val van Bol. En bij de EK van afgelopen zomer in Rome was het team op de openingsdag van het toernooi gewoonweg niet scherp genoeg. ‘De mix heeft ons zo vaak teleurgesteld’, begint Bol, maar verbetert zich. ‘Nee, wij hebben onszelf teleurgesteld in de mix.’
Nu lukte het eindelijk wel, de ultieme ploegprestatie. ‘Ik ben zo trots’, zei Bol die de Nederlandse vlag als een cape om haar schouders had liggen. Ze prees ook Liemarvin Bonevacia, die zich vlak voor de Spelen met een blessure moest terugtrekken. ‘Zonder hem hadden we het nooit gehaald.’
Bonevacia was jarenlang een drijvende kracht in de estafetteploegen en was er tot vlak voor de start op zaterdagavond ook bij. Hij voorzag Omalla, die een paar maanden geleden van Oeganda naar Nederland overstapte, nog van advies. Wat precies. Hij lacht. ‘Dat is geheim.’
Bol had getwijfeld of ze bij deze Spelen het onderdeel wel lopen zou. Op zondag begint aan het begin van de middag haar campagne op de 400 meter horden. Ze wil daar haar kansen op goud niet vergooien. Ze is er niet de favoriet. Dat is Sydney McLaughlin-Levrone, wereldrecordhoudster en de kampioene van Tokio, maar Bol heeft haar achterstand dit seizoen verkleind tot 0,3 seconde. ‘Ik zit dichter bij goud dan normaal. Dus het is spannend.’
Ze deed het niet. ‘We zijn geen opgevers. We wilden gaan. Elke olympische medaille is er een. We wilden genieten’, lacht ze. ‘Het kan niet beter. Morgen weer!’
Alfred verslaat wereldkampioen Richardson op 100 meter
Voor het eerst sinds 1996 stond er slechts één Jamaicaanse sprintster in de finale van de 100 meter. De Jamaicaanse sprinters veroverden de afgelopen vier Olympische Spelen goud en vaak ook nog andere kleuren medailles. Het meest zaten ze daarmee de Amerikanen dwars.
Met alleen Tia Clayton namens Jamaica op de baan, leek de weg naar succes open te liggen voor de VS en dan met name regerend wereldkampioen Sha’Carri Richardson. Maar dat was buiten Julien Alfred uit Saint Lucia gerekend. Zij zette in de halve finale ook al de snelste tijd neer, maar nam in de finale een nog veel grotere voorsprong.
Alfred won in 10,72, Richardson volgde met 10,87. Derde werd de Amerikaanse Melissa Jefferson (10,92).
De opvallendste afwezige namens Jamaica was de 37-jarige Shelly-Ann Fraser Pryce. Sinds 2008 was zij in elke finale van een titeltoernooi aanwezig. De enige uitzondering: de WK van 2017 toen ze vanwege haar zwangerschap er niet bij kon zijn. Ze werd olympisch kampioen in 2008 en 2012, en vijf keer wereldkampioen, voor het laatst in 2022. Eén keer stond ze niet op het podium. Dat was bij de WK in 2011.
Nu eindigde haar wedstrijd al voor de halve finale. Ze was nog voor de warming-up naar het Stade de France gekomen, maar meldde zich vlak voor de start af met een hamstringblessure. De reeks van finaleplaatsen kwam zo stilletjes ten einde.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant