Mathieu van der Poel koos na lang wikken en wegen voor de olympische wegwedstrijd, maar moest de winst uiteindelijk aan Remco Evenepoel laten. ‘Ik was zeker goed genoeg om te winnen.’
Remco Evenepoel is slechts een klein figuur zaterdag tegen het einde van de middag, alleen op het brede asfalt voor de imposante Eiffeltoren. Maar zijn prestatie is groots. Een week geleden won hij al de olympische tijdrit, nu is hij ook op de weg de beste; geen man ging de 24-jarige Belg ooit voor. En Mathieu van der Poel? De Nederlandse wereldkampioen had zijn zinnen op deze wedstrijd gezet, maar kwam er niet aan te pas.
‘Het is de verdienste van Remco om hier kampioen te worden’, zal Van der Poel later meermaals op berustende toon herhalen. Het is dan lang nadat Evenepoel zijn fiets pontificaal vlak voorbij de finishlijn neerzette, zijn armen spreidde en gelukzalig het gehelmde hoofd naar boven richtte. Lang ook, nadat Evenepoel door een kluwen camera’s, vrijwilligers en begeleiders wordt omgeven. Bij hem de drukte, terwijl Van der Poel staand op zijn pedalen, rustig in eenzaamheid wegfietst.
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.
Al dat wikken en wegen, al die twijfel, steeds weer die vragen: mountainbiken, of beperkten tot de weg op de Spelen in Parijs? Combineren of kiezen? Het hart of het verstand? Van der Poel koos het laatste, zo maakte zijn ploeg in mei bekend. Een mededeling waar al die wielerfans die hij de afgelopen jaren met zijn uitzonderlijke prestaties verzamelde, al maanden op wachtten.
Op de weg maakte hij de meeste kans, daar had hij langer de tijd om zich zo goed mogelijk voor te bereiden, zonder in het olympisch jaar noodzakelijke uitstapjes naar het mountainbiken te moeten maken om een zo goed mogelijke startpositie veilig te stellen. Het parkoers rond Parijs lag hem bovendien, wist hij. Was enigszins vergelijkbaar met het selectieve WK-parkoers in Glasgow met het draaien, keren en z’n hellinkjes, waar hij een jaar geleden won. Gaan voor de weg was de logische keuze, stelde hij destijds.
En nu staat hij hier. Gehuld in oranje, een Nederlandse vlaggetje versiert de stang van de fiets waar hij tegenaan leunt. De logische keuze bracht hem niet naar olympisch goud, een van de weinige grote prijzen die nog ontbreekt op zijn palmares en op zijn wensenlijst. Over vier jaar bij de Spelen in Los Angeles zien we wel weer verder, had hij in mei ook gezegd. ‘Ik zal dan in een andere fase van mijn carrière zitten. Misschien kan ik dan een keer alles op dat mountainbiken zetten.’
Er zijn zoveel grote prijzen in het wielrennen, maar voor de Spelen zijn de kansen klein. Slechts eens per vier jaar worden ze georganiseerd en dan is de vraag altijd: is het parcours wel of niet op het lijf geschreven?
Van der Poel praat deze middag in Parijs beleefd, als altijd, maar blijft ook op de vlakte. Hij had zo’n twintig kilometer om te wennen aan het idee dat de titel niet naar hem zou gaan. Toen het peloton de Côte de la Butte Montmartre opdraaide; de klim in het laatste deel van de wedstrijd waar de koers drie keer langs zou gaan, versnelde hij. Deze aanval is goed, dacht hij nog. Hij kreeg vijf goede renners, waaronder de Belg Wout van Aert met zich mee. ‘En ik dacht eigenlijk dat de wedstrijd gereden was.’
Maar het gat werd dichtgereden. Hij probeerde het nog eens. Maar ook die poging strandde. En toen vluchtte Evenepoel weg. Een scenario dat Van der Poel al had verwacht. Evenepoel is in vorm, de man die een week eerder niet alleen de olympische tijdrit won, maar slechts twee weken geleden ook het eindpodium beklom van de Tour de France, omdat hij als derde was geëindigd. Van der Poel: ‘Heel gevaarlijk, maar ik kan niet op alles reageren.’
Nederland was ook in het nadeel zaterdag. De Belgen hadden vier mannen van kaliber in de koers. Met Evenepoel en Van Aert als kopmannen, en Jasper Stuyven en Tiesj Benoot daarnaast. Van der Poel had Dylan van Baarle en Daan Hoole aan zijn zijde. Het aantal deelnemers per land wordt op de Spelen aan de hand van de UCI Nation Ranking bepaald.
‘Ik was zeker goed genoeg om te winnen’, zegt Van der Poel na afloop. ‘Misschien had ik gelijk meoten reageren toen Remco ging’, zei hij ook, kort twijfelend. Om daarna vastberaden te zeggen: ‘Maar dan was de volgende achter mijn rug wel weer gegaan. Ik wist dat ik in de gaten gehouden zou worden. Dat is gewoon koers.’
En dus berust hij vooral, vlak onder de Eiffeltoren, terwijl door de speakers Sweet Caroline klinkt.
Hoe hij zich voelt? ‘Ehm, mwah’, klinkt het eerst. Dan, voor een kort lachje: ‘Niet anders dan anders eigenlijk.’ Daarna beantwoordt hij snel een andere, koersgerichte, vraag.
Maar dan aan het einde, nadat hij om iets meer verduidelijking wordt gevraagd, zegt hij: ‘Je weet natuurlijk een stuk van tevoren al dat je die wedstrijd niet meer gaat winnen. Het is jammer, maar anderzijds eh.. Ja, morgen is gewoon weer een nieuwe dag.’ En Van der Poel zet af en fietst weg, weg van de Spelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant