Home

Wat als alle grenzen opengaan? ‘Juist wanneer emigreren niet mag, wordt het een doel op zichzelf’

De wetenschapsredactie zoekt deze zomer antwoord op vragen van lezers. Vandaag: wat zou er gebeuren als alle grenzen werden opgeheven? Een gedachtenexperiment, nu het aantal grensconflicten lijkt toe te nemen.

Met de handen in de zij kijkt een grenswacht toe. Een vrouw klimt het stalen trapje op, tegen de muur. De menigte die al boven op de muur staat, honderden mensen groot, helpt haar omhoog, terwijl anderen een fles wijn delen of met een hamer het beton onder hun voeten kapotslaan. Het is 9 november 1989 en de Berlijnse Muur valt, na bijna dertig jaar lang Oost- en West-Berlijn van elkaar te hebben gescheiden.

De wereld leek na de val van de Muur maar één kant op te kunnen gaan: minder grenzen, meer vrijheid. Ook Europa opende meer en meer binnengrenzen; de relaties tussen landen werden vriendschappelijker, met meer uitwisseling en minder vijandigheid. Waarom zouden mensen nog sterven voor hun land, als open grenzen laten zien dat dat niet hoeft? Het nationalisme kon de prullenbak in. We moesten gaan nadenken over wat het betekent om wereldburgers te zijn, kosmopolieten. Veel denkers begonnen zich erover te buigen.

Dat gedachtenexperiment – gooi de grenzen nóg verder open – is opnieuw interessant. Want de scheidslijnen tussen landen zijn niet verdwenen. Sterker, het aantal muren en conflicten langs de 325 landsgrenzen lijkt weer toe te nemen, schrijft het Migration Policy Institute. Polen bouwt prikkeldraad langs de scheidslijn naar Belarus, de VS controleren strenger aan de Mexicaanse grens en Griekenland is net begonnen aan de bouw van een 35 kilometer lange stalen muur tegenover Turkije.

Lezer Els Bax wil weten of het tij niet kan keren. Haar vraag: wat zou er eigenlijk gebeuren als de grenzen morgen openen? Zou iedereen mogen gaan en staan waar die wil, zouden we eerlijker handel drijven met mensen op andere continenten, zoals boeren in Afrika? En in hoeverre worden we allemaal wereldburgers?

Tegenintuïtief

‘Is dit mijn kans?’ Dat zullen mensen denken zodra de grenzen opengaan, zegt Simona Vezzoli. Aan het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag doet zij onderzoek naar wat mensen beweegt om te verhuizen naar een ander land of om te blijven, en welke invloed migratiebeleid op die keuze heeft. ‘Mensen geloven niet zomaar dat het eeuwig duurt als er een grens opengaat. Wat als die morgen weer gesloten is?’

Grenzen werken tegenintuïtief als het aankomt op migranten, weet Vezzoli uit haar zogeheten Paces-project. Ook migratiehoogleraar Hein de Haas schrijft in zijn boek Hoe migratie echt werkt dat de meeste mensen juist een grens proberen over te steken als ze dat moeilijker wordt gemaakt, en dan op hun bestemming blijven omdat ze vrezen dat vrij reizen niet mogelijk is. Denk aan hoe de Verenigde Staten sinds 1965 de grenscontroles hebben verscherpt voor burgers uit Latijns-Amerika, met name Mexico. Ondanks de extra grensbewaking is de migratiestroom uit dat land naar de VS allesbehalve afgenomen.

Vezzoli heeft een bijzonder voorbeeld achter de hand. Aan de noordkust van Zuid-Amerika, vlak boven Brazilië, liggen de voormalige koloniën Guyana (ooit van Engeland), Suriname (Nederland) en Frans-Guyana (Frankrijk), allemaal met inwoners die kansen hadden, of nog steeds hebben, om te emigreren naar het westerse land waarmee ze verbonden zijn. ‘Een natuurlijk experiment, eigenlijk’, zegt Vezzoli.

Op een gegeven moment werd duidelijk dat het Verenigd Koninkrijk en Nederland de grenzen zouden sluiten voor de inwoners van hun voormalige koloniën. Suriname werd bijvoorbeeld onafhankelijk in 1975, en toen verviervoudigde het aantal mensen dat naar Nederland verhuisde: het waren er dat jaar 40 duizend. ‘Iedereen ging en dus gingen wij ook’, zegt een Surinaamse man in Vezzoli’s onderzoek. ‘De gedachte was toen, denk ik, dat Suriname slechter af zou zijn na de onafhankelijkheid.’ Dat versterkte de neiging te vertrekken voordat het te laat was. En zo is het patroon in een groot deel van de interviews, zegt Vezzoli. ‘Wanneer emigreren niet mag of straks niet meer mag, wordt het een doel op zichzelf.’

Hoe anders is het verhaal in Frans-Guyana: daar zijn de grenzen altijd opengebleven. Het gebied hoort bij Frankrijk en dus de EU. En, opvallend: de meeste inwoners voelen geen behoefte om te vertrekken. In het Europese Frankrijk is het ‘koud’ en ‘zijn de mensen snel boos’, zo hoort Vezzoli in de interviews, waarvan ze een analyse publiceerde in Comparative Migration Studies. Er wonen weliswaar meer Frans-Guyanezen dan ooit in de grote Franse steden, maar die zijn geleidelijk aan verhuisd, soms om te studeren of iets anders te leren. Een piek is er nooit geweest, en veruit de meesten zijn gewoon in Frans-Guyana gebleven.

Dat laat iets zien over de psychologie van verhuizen, vindt Vezzoli. Als de grenzen open zijn, en mensen er zeker van zijn dat ze kunnen gaan en staan waar ze willen, denken ze veel langer na over wat ze willen in hun leven, en wat er te bereiken valt door naar een ander land te gaan. De behoefte om te verhuizen is dan niet het belangrijkst.

Over de auteur
Ronald Veldhuizen schrijft voor de Volkskrant over medisch onderzoek, psychologie en (neuro-)biologie.

Europa is daar een goed voorbeeld van. Ooit was het een ratjetoe van strijdende hertogdommen, koninkrijken en jonge staten. Steeds meer van die gebieden zijn de afgelopen eeuwen opgeslokt door natiestaten met landsgrenzen. Maar dan komt het: halverwege de jaren negentig mochten veel inwoners van de EU plotseling overal wonen en werken waar ze wilden, ook buiten hun landsgrenzen. Vezzoli: ‘Toen Spanje en Portugal bij de EU kwamen, zag je geen toename in migratie. Waarom? De meeste migranten hadden al op andere manieren werk gezocht in Europa. Op het moment dat de grenzen opengingen, maakte het weinig meer uit.’

Gaat er ergens een nieuwe EU-grens open, dan volgt niet automatisch een volksverhuizing, schrijft De Haas in zijn boek. Tsjechië, Slowakije en Hongarije worden bijvoorbeeld in 2007 lid van de Schengenzone, die vrij verkeer van mensen en goederen mogelijk maakt, maar uit geen van die landen vertrekken inwoners massaal. Uit Polen zijn wel veel inwoners gemigreerd, maar dat is al gebeurd voordat de grenzen opengingen, blijkt uit cijfers van het International Migration Institute in Oxford.

In heel Europa ontbreekt de koppeling tussen open grenzen en daaropvolgende migraties. Hier en daar duiken er wel lichte verbanden op. ‘Het hangt af van waar je kijkt en wat er gebeurt’, zegt Vezzoli. Want ja, sinds de val van de Muur verhuisden mensen vaker. Maar in 1993 vlakte die migratiestroom weer af. Een kwart van de voormalige Oost-Duitsers woont en werkt nu in het voormalige Westen, meldt Die Zeit, en inmiddels is er weer een gang naar het oosten ingezet. En hoewel veel Grieken hun land verlieten toen de economie tijdens de staatsschuldencrisis in elkaar klapte, bleef 90 procent gewoon thuis. Dat is een patroon, zegt Vezzoli: de meeste mensen vertrekken gewoon niet.

En met open grenzen gaan degenen die wel vertrokken waren juist vaak ook weer terug naar hun roots. Een voorbeeld daarvan is de Marokkaanse taxichauffeur in Haas’ boek. Hij werkte jarenlang in Italië, maar nu hij een Italiaans paspoort heeft, is hij het grootste deel van het jaar in Marokko. Want nu de grens met Italië voor hem open is, kan hij terug wanneer hij wil.

Handel

Voor goederen zijn grenzen sowieso poreuzer dan voor mensen. Denk aan de aardappel. Die lijkt heel Nederlands, maar staat in feite symbool voor niets minder dan grenzeloze handel: oorspronkelijk komt de ‘papa’ uit Midden- en Zuid-Amerika. Vijfhonderd jaar geleden kochten de Spanjaarden de eerste knollen van de lokale bevolking en niet veel later arriveerde de aardappel in Europa en zelfs in China. Het enige teken van een ‘oude’ grenscontrole is een vervoersbonnetje uit 28 november 1567, voor een vracht aardappelen in de haven van Gran Canaria, bestemd voor Antwerpen, aldus botanicus Javier Francisco-Ortega in het wetenschappelijk tijdschrift Euphytica.

Spoel de band een paar honderd jaar vooruit, en economen hebben het niet meer over scheepvaartroutes van een lijstje producten, maar over hele ‘netwerken’ die zich nog maar weinig aantrekken van landsgrenzen. ‘Na de Tweede Wereldoorlog werd de filosofie dat we over grenzen moeten samenwerken om economische deuren te openen’, zegt Tristan Kohl, universitair hoofddocent internationale economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De handelsgrenzen zijn daarmee eigenlijk al een heel eind open. Economisch leunen veel landen op elkaar. Kohl: ‘Covid toonde aan hoe afhankelijk landen van elkaar zijn. Valt ergens de boel om, dan bevries je al snel delen van de economie. Een of twee fabrieken voor verpakkingsplastic staan in China, en als die stoppen, kun je niks meer verpakken.’

Toch zijn er hier en daar nog muurtjes te bespeuren. Zo deelt de EU flinke subsidies uit aan eigen boeren, zodat goedkope landbouwproducten uit andere continenten die op de Europese markt niet kunnen verdringen. Wat nu als ook dat soort handelsgrenzen helemaal verdwijnen? Wordt de handel dan eerlijker?

De Amerikaanse econoom Bryan Caplan denkt van wel. Hij schrijft in zijn boek Open Borders dat er een miljard-dollar-idee voor het oprapen ligt: met open grenzen zal de welvaart overal stijgen, omdat per saldo méér mensen meer producten en diensten kunnen kopen en verkopen, ook van mensen die al dan niet tijdelijk komen werken in een ander land.

Wat vaak wordt vergeten, is dat volledig open handelsgrenzen óók verliezers opleveren, zegt Jan Aart Scholte. Hij is hoogleraar globale transformaties aan de Universiteit Leiden. ‘Toen de Wereldhandelsorganisatie opende in de jaren negentig, had je kleine economieën die opeens blootgesteld werden aan de wereldconcurrentie.

‘Een voorbeeld dat ik vaak aan mijn studenten geef, is Mali. Daar werkte 40 procent van de bevolking in de katoen. Nadat de handelsgrenzen waren opengegaan, moesten die mensen opeens concurreren met India, Australië, Zuid-Amerika, enzovoorts. Dus de arbeidsmarkt in Mali stortte in. Daarna probeerden veel Malinezen de Middellandse Zee over te steken, naar Europa.’

De grenzen dichthouden is soms juist een beproefde manier om de economie binnen een land aan te jagen. ‘In 1956 hadden Ghana en Zuid-Korea hetzelfde bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking’, vertelt Scholte. ‘De afgelopen zeventig jaar heeft Ghana gekozen voor open grenzen en Zuid-Korea voor gesloten grenzen. Zuid-Korea koesterde zijn opkomende industrie en gaf haar de mogelijkheid om eerst te groeien.’ Zonder die bescherming hadden megabedrijven als Hyundai en Samsung waarschijnlijk nooit zo groot kunnen worden.

Maar voor landen die economisch lekker draaien, zoals Nederland, is het bijna noodzakelijk dat de grenzen min of meer open blijven of zelfs verder opengaan, zeggen de twee onderzoekers. Kohl: ‘We hebben ontzettend veel arbeidskracht nodig om onze status te behouden als blok dat handel drijft met de rest van de wereld. Nu we vergrijzen, verdwijnt dat. Tenzij we als oude knarren ineens enorm productief worden, heb je jonge mensen nodig, en die komen in de nabije toekomst uit groeiende landen zoals India en Nigeria.’

De nieuwe middeleeuwen

Dan is er nog een derde idee over grenzen, naast vrij verkeer van mensen en goederen: de opvatting dat mensen met vervagende grenzen vanzelf in wereldburgers veranderen. Zouden we ons met open grenzen minder nationalistisch voelen, en misschien zelfs meer verbonden met inwoners van andere landen? Zou het goed zijn om de natiestaat af te schaffen?

We hoeven niet eens zo ver terug in het verleden om een wereld zonder nationale grenzen te vinden. Zo bestonden er in het jaar 1800 nog geen standaardpaspoorten en zelfs geen officiële landsgrenzen met douanes. Had je een inwoner van Frankrijk gevraagd of hij zich Frans voelde, dan was het antwoord in veel gevallen ontkennend geweest. Hooguit kon je zeggen dat iemand Bretons of Occitaans sprak, maar echt gebonden aan een land met duidelijke grenzen was niemand. ‘In die zin was de wereld meer open dan nu’, zegt Scholte.

Onderzoekers zijn het over één ding eens: mensen snakken altijd naar het gevoel ergens bij te horen. Belonging, in jargon. En dat geeft soms juist gedoe als een grens ophoudt te bestaan, zegt historicus en journalist Katja Hoyer. Ze is geboren in het voormalige Oost-Duitsland (de DDR), woont in Londen en beschrijft in haar boek Achter de muur hoe Oost-Duitsers het wegvallen van ‘hun’ land beleven.

‘Oost-Duitsers zijn min of meer gevraagd om na de val van de Muur in een land te gaan leven waar ze niet bij hoorden’, zegt Hoyer per videogesprek. ‘Van mensen die in de DDR opgroeiden, wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze meedoen aan de viering van 75-jarige grondwet dit jaar. Maar voor hun eigen geschiedenis zijn er nauwelijks vieringen. Het idee is altijd dat het oosten achterblijft.’

Meer met elkaar verbonden

Dat krijg je ervan als je pats-boem een land laat verdwijnen. Maar wat nu als alle landen er min of meer voor kiezen om in hun huidige vorm te blijven bestaan, maar hun burgers vrij laten in de keus bij wie ze willen horen? In feite, zegt Scholte, gebeurt dat al. Geleidelijk aan zijn mensen wereldwijd steeds meer met elkaar verbonden op een manier die ongekend innig kan zijn. Iemand in Kameroen kan ook naar kattenfilmpjes uit Nederland kijken, om maar wat te noemen, of connecties met andere mensen opbouwen via internet.

Scholte: ‘Mensen hebben ook echt transnationale identiteiten. Iemand uit de lhbti-gemeenschap kan zich meer verbonden voelen met lhbti’ers elders in de wereld dan met veel eigen landgenoten. Zelfs nationaliteiten zijn transnationaal. Ik ben als Nederlander opgegroeid in de VS, en daar zochten we andere Nederlanders op. Om onze Dutchness te bewijzen, deden we dingen die ze in Nederland nooit doen, zoals klompendansen.’ Al dat soort connecties, wil Scholte zeggen, zijn vloeibaar en houden zich niet aan bestaande grenzen.

In die zin zijn de meeste mensen al wereldburgers. Eigenlijk bewegen we langzaamaan naar een situatie waarin mensen niet aan één plek gebonden zijn, met eigen land voorop, maar aan meerdere, was het idee van de Australische politicoloog Hedley Bull al in de jaren zeventig. Hij noemde dat destijds de Nieuwe Middeleeuwen.

Want ja: ook in de middeleeuwen hadden mensen nauwelijks een duidelijk afgebakende nationale identiteit, maar leefden ze onder een gemengde invloed van landheren, koningen, kerken en hun eigen gemeenschappen, zoals buren of vakgenoten, waarvan er niet één het laatste woord had. Tegenwoordig leven mensen onder gemengde netwerken zoals Google, Facebook, Europa, de VS, China, en vooruit, ook nog wel het eigen land. Een middeleeuws netwerk, maar dan op wereldschaal.

Nationale identiteit

Alleen: helemaal loskomen van onze nationale identiteit lukt misschien niet meer, ook niet als grenzen ophouden te bestaan. ‘De grenzen in Europa zijn al heel lang open, maar hoeveel mensen voelen zich meer Europeaan dan Nederlander?’, zegt André Gerrits, hoogleraar internationale studies aan de Universiteit van Leiden. ‘Dat komt vooral door de taal natuurlijk. Daarmee blijven onze nationale muren ook nog overeind. Heel Europa spreekt een soort Engels, maar het blijft voor bijna iedereen een tweede taal.’

En: binnen de grenzen regelt een land een aantal belangrijke vangnetten, zegt Gerrits. ‘Denk maar aan het ziektekostenstelsel of de pensioenen. Die scheppen een gevoel van veiligheid. Wat doe je als je ziek wordt als je in het buitenland zit? Nederlanders buiten Nederland blijven in veel opzichten – belastingtechnisch, qua inkomen, gezondheidszorg en pensioen – gewoon Nederlanders.’

Open grenzen of niet, uiteindelijk zit het misschien in onze aard om scheidslijnen aan te geven, stelt de Brits-Amerikaanse journalist Simon Winchester in zijn boek Land. Hij stelt zich voor dat, duizenden jaren geleden, toen de wereld in feite nog open was, een stel boeren een afspraak maakte: ik werk op dit stukje grond, en jij op dat stuk. Met een stapeltje keien, doorgetrokken tot een muurtje, was er duidelijkheid. Met een steeds complexere wereld hebben we afspraken nodig, aldus Winchester. En dus misschien ook juist grenzen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next