Home

Eén miljoen huizen erbij: zo deed Nederland dat in de jaren vijftig

Nederland kampt met een groot woningtekort, en dat is niet voor het eerst. In de jaren vijftig werd het probleem voortvarend aangepakt. Binnen vijftien jaar verrees van Vlissingen tot Delfzijl één miljoen nieuwe huizen.

Een 2 kilometer lange optocht van bouwvakkers trok op 8 november 1962 over de Hogenkampsweg in Zwolle. De werklieden, en ‘een zestigtal wagens geladen met modern bouwmateriaal’, werden vanaf het balkon van de familie Hendriks (huisnummer 139) toegewuifd door koningin Juliana.

Hogenkampsweg 139 was officieel de miljoenste woning die na de oorlog werd opgeleverd. De familie H. had zojuist de sleutel gekregen en dat was reden voor groot feest. Niet alleen de koningin en de burgemeester kwamen op bezoek; voor de gelegenheid was er een feestrede van schrijver Anton van Duinkerken en cabaretier Wim Kan hield een speciale conference.

Nederland kampte direct na de oorlog met historisch hoge woningnood. Meer dan 80 duizend huizen waren door oorlogsgeweld verwoest en nog eens ruim 400 duizend woningen waren beschadigd geraakt. Meer nog dan dat: tijdens de bezetting was niet bijgebouwd. Toen de rook was opgetrokken, was er een acuut en zeer nijpend woningtekort.

Noodwoningen

Toch gebeurde er niks. In de eerste naoorlogse jaren kwam de woningbouw maar moeilijk op gang. De regering wilde allereerst de ingeklapte economie op gang brengen en gaf daarom voorrang aan het herstel van fabrieken, bruggen en haveninstallaties. Pasgetrouwde stellen en jonge gezinnen konden in praktijk geen huis krijgen en in de eerste jaren na de bevrijding bestond ongeveer 10 procent van de huishoudens uit twee of meer gezinnen. Hier en daar verrezen noodwoningen, de stad Groningen kreeg zelfs een ‘tramdorp’ met huisjes in afgedankte wagons. (Historische trivia: in Groningen reden tot 1949 trams.)

In deze serie duikt de Volkskrant in de archieven op zoek naar verhalen met een parallel met het heden.

Pas vanaf 1950 kwam de woningbouw op stoom. De eerste jaren ging dat nog voorzichtig, maar al snel ging de productie omhoog en in 1956 werd in Groningen, om de hoek van het tramdorpje, het 500 duizendste naoorlogse huis opgeleverd (Rembrandt van Rijnstraat 49, inmiddels gesloopt), gevolgd door de miljoenste woning in Zwolle in 1962 en de 2 miljoenste in Apeldoorn in 1971.

Het toverwoord van de naoorlogse bouwhausse was eenvormigheid. Van Vlissingen tot Delfzijl verschenen uitwisselbare woonblokken van vier verdiepingen met betrekkelijk simpele appartementen. De nieuwe huizen waren klein, monotoon en van lage kwaliteit, maar ze stonden er toch maar mooi.

Verkrotting

Ondanks de enorme inspanning bleef de woningnood hoog. Dat had twee oorzaken. Om met de vreemdste verklaring te beginnen: er werden ook huizen gesloopt. Om de inflatie onder controle te houden, was de huurprijs bevroren op het niveau van 1939. Onbedoeld gevolg was dat onderhoudskosten niet konden worden verrekend in de huur, waarop vooral particuliere verhuurders gewoon maar stopten met dat onderhoud.

Het gevolg was verkrotting – en sloop. Vanaf 1954, het jaar dat de woningbouw echt op gang kwam, schoot ook de sloop omhoog. Terwijl dat jaar 68.487 woningen werden gebouwd, werden er 8.582 huizen afgebroken, waarmee 12,5 procent van de groei direct weer verloren ging.

De andere verklaring voor de blijvende woningnood is puur demografisch: de bevolking groeide, terwijl tegelijkertijd de gemiddelde gezinsgrootte afnam. Dat betekent dat er per saldo aanzienlijk meer huishoudens bij kwamen. Daar viel bijna niet tegenop te bouwen.

Over de auteur
Ernst Arbouw schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

Sinds de optocht over de Zwolse Hogenkampsweg zijn er bij benadering nog eens ruim vijf miljoen huizen bij gekomen, hoofdzakelijk door nieuwbouw, maar ook door het splitsen van bestaande woningen en het ombouwen van bijvoorbeeld kantoren en fabrieken. Toch duurde het nog tot 1999 (!) tot de woningnood was opgelost.

Inmiddels kampt Nederland opnieuw met een serieus woningtekort. Daar zijn allerhande verklaringen voor, maar de belangrijkste reden is eigenlijk heel simpel: er is te weinig gebouwd. Na de bankencrisis kelderde het aantal nieuw gebouwde woningen naar een dieptepunt van 45.170 huizen in 2014 – lager dan tijdens de economische crisis van de jaren dertig.

De onderkant van de markt kreeg bovendien een trap na van de zogenoemde verhuurdersheffing, een belastingmaatregel uit 2013 gericht op sociale huisvesters. De logica achter die heffing was vrij overzichtelijk: geld ophalen. Precies zo stond het in de memorie van toelichting bij de wet: ‘De primaire doelstelling […] is het realiseren van een budgettaire opbrengst.’ Die greep in de kas van de corporaties speelde tegen de achtergrond van een aantal financiële schandalen bij woningbouwers. De corporaties konden wel wat missen, was het idee.

Desastreus effect

De doelstelling ‘geld ophalen’ slaagde op papier, maar voor echte mensen in echte huizen, en voor een heleboel echte mensen op zoek naar een echt huis, was de uitwerking desastreus. De woningbouwcorporaties zagen zich gedwongen de huren te verhogen. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen becijferden dat iedere euro verhuurdersheffing leidde tot 26 cent verhoging van de sociale huurprijs. Anders gezegd: de verhuurdersheffing was een belastingmaatregel van globaal 300 miljoen per jaar ten laste van mensen met de laagste inkomens.

Er was nog een effect: corporaties stopten met bouwen en moesten om het hoofd boven water te houden een deel van hun bestaande huizen verkopen. Tussen 2014 en 2019 kwamen er verspreid over Nederland netto maar 729 corporatiewoningen bij.

Het is altijd lastig om te voorspellen hoe de geschiedenis zich gaat herhalen, maar op basis van tachtig jaar woningbouw kun je wel een eenvoudige les formuleren: zorg dat nóóit de nieuwbouw stilvalt. De naoorlogse woningnood werd primair veroorzaakt doordat de bouw jarenlang stokte. Het huidige tekort heeft allerlei oorzaken – vergrijzing, migratie, rentestand, procederende nimby’s die geen nieuwe woningen in hun uitzicht willen – maar uiteindelijk is het heel simpel: in een ongebouwd huis kun je niet wonen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next