Home

Olympisch kampioen Karolien Florijn vergat in de stress haar pijnstiller, maar is ‘fucking’ blij

Iedereen verwachtte dat Karolien Florijn, al drie jaar ongeslagen, olympisch kampioen in de skiff zou worden. De druk was groot, maar ze weerstond het. Mede dankzij een ‘heel saai’ boek met columns over Uitgeest.

Trillend op haar benen verschijnt Karolien Florijn voor het groepje Nederlandse journalisten aan de oever van de olympische roeibaan. Daar staat ook haar broer, Finn. Met een lege blik kijkt ze naar de verzamelde pers, dan naar haar broer. ‘Hai’, zegt hij. Hikkend en snikkend valt ze hem om de hals. ‘O god, jezus, het is voorbij’, fluistert ze. Ze heeft, net als hij een paar dagen eerder in de dubbel-vier, olympisch goud veroverd.

Over de auteur

Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

Van niemand in het mondiale roeien werd zoveel verwacht als van de 26-jarige Florijn. Sinds ze na de Spelen van Tokio – waar ze zilver veroverde in de vrouwen vier-zonder – in de skiff stapte, verloor ze geen enkele wedstrijd. De voorrondes op de Spelen meegerekend won ze 32 races op rij. Haar gemiddelde voorsprong: 5,85 seconden.

Maar dat zijn statistieken, letters op papier. Op het water in de finale helpt dat verleden niet. Het is eerder ballast, die favorietenrol. En uit alle macht probeerde Florijn daarom de druk van zich af te laten glijden. Ze liet haar jongste broertje Beer haar social-mediakanalen beheren. Klikte de app van de NOS weg als ze er een foto van zichzelf zag. ‘Dan denk ik: daar kijk ik vandaag maar even niet op.’

Ze kan het goed, haar gedachten verzetten. Het is één van de vele karaktertrekjes die haar tot zo’n toegewijde sportvrouw maken. En toch, zelfs bij Florijn sijpelde de olympische spanning in de dagen voorafgaand aan haar race door in het brein.

Vergeten snelheidsmetertje

Het tijdschema van de ochtend volgen ging nog goed. Ze had alles, van de bustijden tot de warming-up, op haar hand geschreven. Maar door de stress vergat ze wel haar snelheidsmetertje, haar ‘speed coach’. Op een holletje moest ze vlak voordat ze het water op ging terug. Ook vergat ze om paracetamol te nemen, de pil kan de pijn onderweg net wat afvlakken, maar daar kwam ze pas aan de start achter. Ze kon het makkelijk van zich afschudden. ‘Het doet toch wel pijn.’

Dat gold voor de dagen van tevoren ook. ‘Je houdt je de hele week kalm, maar ondertussen worden er allemaal gouden medailles gewonnen. En dan moet je zelf op je bed blijven liggen en rustig aan doen.’

Ze zonderde zich af, belde wel nog met haar broer. Niet om de race door te nemen, maar voor praktische zaken. Juist die zakelijkheid brengt rust, weet ze.

De avond voor haar race sliep ze goed. ‘De beste nacht tot nu toe.’ Om tot rust te komen voor het slapengaan, leest ze graag. Maar het boek dat ze naar Parijs had meegenomen had ze uit. Ze liep de gang op en trof haar buurvrouw in het hotel, Dieuwke Fetter. De stuurvrouw van de mannen-acht, die zaterdag zilver pakte, had nog wel wat. Een bundeltje columns over Uitgeest. ‘Het was heel saai. Maar het waren letters die ik kon lezen, en dat was heel goed voor het slapen.’

Verstopt achter de tribune

Haar broer zag alleen de laatste 50 meters van de race. De eerste 1.950 stond hij verstopt achter de tribune. Zijn vriendin stond erbovenop, steeds met de duim omhoog ten teken dat het goed ging. Haar broer lijkt wat dat betreft op hun vader, dubbel olympisch kampioen Ronald Florijn. Hij was niet in Parijs. ‘Hij zat ergens in Amsterdam in de auto. Ik weet niet of hij wel weet hoe het is afgelopen’, lacht Finn.

Als ze zich losmaakt uit de omhelzing met haar broer is ze met haar gedachten helemaal niet bij haar zege of haar race. Ze wil weten hoe het is met collega-skiffeur Simon van Dorp, die later brons veroveren zal. Zijn wedstrijd wil ze zien. Het is alsof ze zich heeft vastgebeten in het wedstrijdschema van de dag, iets wat vaststaat en dat zich buiten haar bevindt. Ze komt er moeilijk van los. Pas als ze naar haar eigen race wordt gevraagd, komt ze uit die modus. ‘Ik ben fucking blij.’

Aan de start hield ze de stress op afstand door zich maar op twee simpele taken te richten. ‘Ontspannen, niet moe worden, en op tijd het blad eruit. En dát moest ik duizend keer doen.’

Ze was goed weg, en pakte vrijwel meteen een bootlengte op haar concurrenten Maar halverwege had de Nieuw-Zeelandse Emma Twigg, uittredend olympisch kampioen, het gaatje gehalveerd. Zij lag met haar boeg bij het bankje van Florijn. ‘Dat zag ik wel, en dacht: even een tempootje erbij.’

Op het tandvlees

De opmars van Twigg stokte, Florijn sprintte in de slotmeters weer naar de bootlengte voorsprong die ze eerder had. ‘Het was wel even op mijn tandvlees’, zegt ze en ze herhaalt een zinnetje dat talloze Nederlandse roeiers en hun begeleiders de afgelopen week gebruikten. ‘Het was taai.’

Ze roemt haar concurrenten, die haar uitdaagden om zo diep te gaan. ‘Maar ik ben wel blij dat ik ze ben voorgebleven.’

Ze finishte met een tijd van 7.17,28 en brulde het uit. Twigg volgde op 1,86 seconden. Een aardig gat, maar of het de dominantie is die ze zei na te streven? ‘Ik ben als eerste door de finish. Ik ben olympisch kampioen en of dat met een verschil van tien seconden of een halve seconde is, interesseert me geen bal.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next