Home

Hoe Mathieu van der Poel een stiekeme recordjager werd

Zijn deelname zaterdag aan de olympische wegrit was niet vanzelfsprekend. De ratio won dit keer van het hart. Maar Mathieu van der Poel heeft meer drijfveren. Het azen op records, bijvoorbeeld.

Wielrenner Mathieu van der Poel verklaart geregeld dat statistieken hem niet zo bezighouden. Wie bezit het recordaantal zeges in Milaan-Sanremo? Welke renner won in de regenboogtrui de meeste klassiekers? Zeg het ’m maar. Hij neemt het hooguit voor kennisgeving aan. Hij voelt nu eenmaal niet de brandende ambitie om nieuwe standaarden te zetten, hij wil gewoon lekkere wedstrijden rijden, dan volgt geschiedschrijving vanzelf, of niet.

Vader Adrie vertelde in 2019 in gesprek met de Volkskrant dat Van der Poel ook weinig interesse toonde in de resultaten die hij zelf in de jaren tachtig en negentig boekte. Hij snapte het wel: ze lopen er thuis niet mee te koop. Iets van hoop flakkerde er wel. ‘Misschien als hij nu de erelijsten ziet, dat hij wel eens denkt: zo, die ouwe heeft ook wel zijn best gedaan.’

Over de auteur
Rob Gollin is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over wielrennen.

Maar het schouderophalend negeren van prestaties uit een ver of nabij verleden is wel zo’n beetje voorbij. Dat komt er nu eenmaal van als je een veelwinnaar bent en de vergelijkingen zich opdringen.

Dat hij zaterdag deelneemt aan de wegrit op de Olympische Spelen, waar hij als een van de favorieten aan de start zal staan, duidt erop dat Van der Poel op zijn 29ste aan het afvinken is geslagen. Hij was dit seizoen al selectiever dan ooit. Met slechts zeven wedstrijddagen in de benen, bekroond met drie zeges, begon hij aan de Tour de France.

Zo vanzelfsprekend was het niet dat hij zijn opwachting maakt in Parijs. De interesse voor de wedstrijd was lang beperkt. Vorig jaar in september, na een verkenning van het parcours voor het mountainbiken op de Spelen, verklaarde hij nog dat een titel op die discipline voor hem specialer zou zijn dan op de weg. ‘In dat laatste valt zoveel te winnen: klassiekers, het WK, ritten in de Tour. Over de olympisch kampioen wordt eigenlijk niet veel gesproken. Maar in het mountainbiken is de olympische titel het allerhoogste.’

Het stuiteren op rotsblokken en boomwortels is ook nog eens wat hij het allerliefst doet. Maar hij zwichtte na lang dralen voor de verleiding van het wegparcours, met in de slotfase drie keer een kasseienklim in Montmartre. Zoiets ligt hem wel.

De dikkebandenrace op de voormalige vuilstort diende zich ook nog eens wel erg snel aan na de finish van de Tour de France in Nice, er zaten maar acht dagen tussen. De ratio won van het hart. Intussen is ook de perceptie verschoven.

Nog tijdens Tour zei hij: ‘De Olympische Spelen overstijgen de sport. Voor de mensen zijn ze groter dan het winnen van een monument in het wielrennen.’ Hij is er ook daarom bij. Check.

Niet dat hij het goud op de mountainbike uit het hoofd heeft gezet. Hij heeft deze week, zei hij donderdag, toch wat met buikpijn naar de race zitten kijken die Tom Pidcock won. In de verklaring waarin hij zijn keuze voor Parijs toelichtte, blikte hij ook al vooruit naar Los Angeles, 2028. ‘Dan zit ik in een andere fase van mijn carrière.’

Hij hintte er vorig jaar ook al op. Als het eind van zijn loopbaan zich aandient, zou hij ‘nog wat leuke dingen willen doen’. Preciezer: ‘Een keer echt de overstap maken om de beste mountainbiker te worden die ik kan zijn. Wereldkampioen in drie disciplines, ooit mijn allereerste insteek. Dat zou wel heel mooi zijn.’ Vinkje in wording.

In dit scenario zijn er nog vier jaar om nieuwe maatstaven te zetten. Neem het veldrijden, zijn eerste liefde. Hij is zesvoudig wereldkampioen, het record van zeven is in handen van Eric De Vlaeminck (1945-2015). Een evenaring zou het enige zijn wat hem nog echt kon motiveren, vertelde hij nog voor zijn laatste winst, afgelopen winter in het Tsjechische Tábor.

Later, in een interview voor zijn fietsenmerk Canyon, was hij explicieter. ‘Ik jaag het record niet per se na, maar ik ben dicht bij een historische prestatie, dus is het volgend seizoen zeker een doel. Ik hou nog steeds van de cross, jullie hebben het laatste nog niet gezien van mij.’

In de Ronde van Vlaanderen lonkt een andere verleiding, nauwelijks te weerstaan. Hij deelt het record van drie zeges nu met zeven renners. Voor hem voltooiden Johan Museeuw, Tom Boonen en Fabian Cancellara als laatsten de trilogie. Zijn erelijst is in de Hoogmis al buitenissig, met ook nog eens twee tweede plaatsen. Alleen in 2019, zijn eerste deelname, miste hij net het podium.

De kans om zijn voorgangers in de wielerhistorie te lossen, zal hij niet willen laten liggen. In Parijs-Roubaix is de opgave groter. Daar ligt hij met twee overwinningen nog twee zeges achter op de recordhouders Roger De Vlaeminck en Tom Boonen.

Of hij na zijn winst in Milaan-Sanremo, Vlaanderen en de Hel van het Noorden ook de ambitie heeft de twee nog resterende monumenten – klassiekers met de langste historie en het meeste aanzien – op zijn naam te schrijven, is twijfelachtig.

In Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije slaan vooral de betere klimmers hun slag. Zeker als Tadej Pogacar op de startlijst staat, is het vooruitzicht op succes zo goed als nihil.

Maar eerst Parijs

Als het gaat om gedane zaken in de grote ronden is er nog één leemte. In de Tour de France droeg hij al het geel en won hij één etappe (2021), een jaar later greep hij in de Giro d’Italia na winst in de eerste rit het roze. Aan de Vuelta a España nam hij nog nooit deel, zijn ploeg belist na de Spelen of Van der Poel dit keer wel van de partij zal zijn.

Dan zal het wel in de eerste dagen moeten gebeuren, in Portugal, voordat de echte bergen zich aandienen. Naar de motivatie is het nog gissen. De renner verzuchtte tijdens de afgelopen Tour dat hij niet zoveel te zoeken heeft in een grote ronde als het programma niet voorziet in etappes met het profiel van klassiekers met daarin wat kortere klimmetjes.

Het parcours in Parijs bevat voor hem nauwelijks redenen tot klagen: tien côtes, nergens langer dan 1,6 kilometer en niet steiler dan 6,5 procent. De drie keer te nemen klim in Montmartre voert omhoog, richting de Sacré-Coeur-basiliek. De gegevens: 1 kilometer, 6,5 procent. De finish ligt 9,5 kilometer verder, op de Pont d’Iena. Aannemelijk is dat hij deze statistiek wel tot zich heeft genomen.

Mathieu van der Poel versus het Belgisch blok

Mannen: 273 kilometer, 2.800 hoogtemeters.
Mathieu van der Poel zal zaterdag naar verwachting vooral moeten afrekenen met een ijzersterk Belgisch blok. In dat kamp is na het goud van Remco Evenepoel en het brons van Wout van Aert op de tijdrit het zelfvertrouwen groot en de kameraadschap gegroeid. Hun adjudanten zijn Tiesj Benoot en Jasper Stuyven, die beiden in de Tour de France goede vorm etaleerden. Zeker de laatste zou, als de situatie zich voordoet, ook voor eigen kans mogen rijden.

Waar België met een kwartet in het peloton van slechts 90 renners is vertegenwoordigd, moet Nederland het met drie renners zien te rooien. Van der Poel wordt bijgestaan door Daan Hoole en Dylan van Baarle, die voor het eerst weer een wedstrijd rijdt sinds hij begin juni zijn sleutelbeen brak tijdens een val in het Critérium du Dauphiné.

Hoe Van der Poel ervoor staat, is onzeker. Hij reed een fletse Tour de France en was teleurgesteld dat hij nooit in de buurt van een ritoverwinning is geweest. Wel voelde hij zich na drie weken koers frisser dan vorig jaar. Waar hij in Frankrijk uiteindelijk vooral werkte aan zijn duurvermogen, trainde hij de afgelopen twee weken op intensiteit. Opvallend: hij heeft de route niet verkend, filmpjes volstonden.

Kanshebbers zijn ook de Denen, die met Mads Pedersen een afmaker van kaliber in de rangen hebben, en de Britten, met onder anderen olympisch kampioen Tom Pidcock. Biniam Girmay uit Eritrea, de winnaar van de groene trui in de Tour, zal voor Afrika het succes nog graag willen voortzetten. En waartoe is Julian Alaphilippe nog in staat voor het thuispubliek?

Lorena Wiebes tegen Lotte Kopecky

Vrouwen: 158 km, 1.700 hoogtemeters.
In de selectie van de Nederlandse vrouwen is het bijna als vanouds dringen tussen renners die aanspraak kunnen maken op de favorietenrol. Lorena Wiebes is zondag formeel de kopvrouw. Zij heeft al meermaals bewezen dat ze ook na enig klimwerk nog in staat is een vlijmscherpe sprint aan te gaan.

Maar de anderen tellen ook mee. Na een wat stroeve start in het voorjaar, reeg Demi Vollering de zeges in etappekoersen weer aaneen. Met Marianne Vos staat zelfs een voormalig olympisch kampioen aan de start. In Londen, 2012, versloeg ze twee medevluchters in de eindsprint.

Haar voorseizoen was ijzersterk, met onder meer winst in de Amstel Gold Race en Omloop het Nieuwsblad. Alleen voor Ellen van Dijk, rijdend met een gebroken enkel, staat vast dat zij een dienende rol heeft.

Nederland heeft iets recht te zetten na het echec van de vorige Spelen in Tokio. Daar bleek dat de luxe van meerdere kanshebbers in eigen kring geen garantie was voor een fraai resultaat. De Oostenrijkse Anna Kiesenhofer won goud, Annemiek van Vleuten kwam als tweede juichend over de streep, in de veronderstelling dat zij had gewonnen. Het was het resultaat van miscommunicatie en het ontbreken van de ultieme wil om voor elkaar te rijden.

De grootste tegenstand zal vermoedelijk komen van de regerend wereldkampioen en alleskunner Lotte Kopecky, al oogt de Belgische selectie minder sterk dan het Nederlandse viertal. De taaie Elisa Longo Borghini is de troef van Italië, ze was vorige maand de beste in de Giro d’Italia. Katarzyna Niewiadoma uit Polen vliegt er altijd wel in. De Française Juliette Labous rijdt een thuiswedstrijd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next