Dankzij de geslaagde aanslag op Hamasleider Haniyeh kan premier Netanyahu voorlopig op dezelfde voet doorgaan. Tenzij het conflict met Iran escaleert tot oorlog – dan verandert alles. Maar zover is het nog niet.
Als de dood van Hamasleider Ismail Haniyeh inderdaad, zoals wordt gevreesd, leidt tot een grote regionale oorlog, worden de kaarten in het Midden-Oosten opnieuw geschud. Oude waarheden worden dan vervangen door nieuwe, waarvan de strekking nog onduidelijk is, ook omdat dat zal afhangen van het verloop van zo’n oorlog.
Toch kan gevoeglijk worden voorspeld dat in dat geval de internationale positie van Israël zal veranderen. Het wegens zijn optreden in Gaza bekritiseerde land wordt voor het Westen dan op de eerste plaats een door de As van het Kwaad bedreigde vriend, die alle steun verdient tegen het Iraanse regime en zijn handlangers in de regio, de drie H’s: Hezbollah, Houthi’s en Hamas.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Even afgezien van de daadwerkelijke risico’s voor zijn land, bevindt premier Benjamin Netanyahu zich dan precies waar hij zichzelf hebben wil: in de voorste linie tegen de door Iran aangevoerde hordes die niet alleen Israël, maar het hele Westen bedreigen.
Het is een variant van de manier waarop ultrarechtse zionisten als Aryeh Eldad, in november vorig jaar geïnterviewd door de Volkskrant, tegen het Israëlisch-Palestijns conflict aankijken: als een ideologisch conflict tussen enerzijds de islam, anderzijds het jodendom, het christendom en het Westen. Eldads vriend Geert Wilders kan het beamen.
Het voordeel van beide brede benaderingen – althans voor de aanhangers ervan – is dat dan niet meer gesproken hoeft te worden over zelfbeschikking voor het Palestijnse volk, over de bezetting van Palestijns gebied en over een Palestijnse staat. Daar gaat het immers niet om; de westerse beschaving staat op het spel.
Zover is het allemaal nog niet. Eerst moet worden afgewacht wat de Iraanse reactie zal zijn op de vernederende, nauwgezette Israëlische treffer woensdag in Teheran en wat vervolgens Israëls reactie dáárop zal zijn. Er is namelijk een aanzienlijke kans dat beide partijen, mede op aandringen van bevriende regeringen, zullen terugschrikken voor escalatie. Aan een echte oorlog tussen Iran en Israël lijkt niemand behoefte te hebben.
Als het inderdaad met een sisser afloopt, verandert er voor Netanyahu niet zo heel veel. De Amerikaanse regering zal blijven proberen hem te bewegen tot inschikkelijkheid in de onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Gaza. Beduidende nieuwe stappen hoeven daarbij van de Amerikanen niet verwacht te worden, want de komende maanden zijn zij totaal gefocust op hun presidentsverkiezingen.
Bovendien lijkt de kans op een bestand sowieso voorlopig verkeken, nu Hamas op gewelddadige wijze is beroofd van zijn voornaamste onderhandelaar. De Amerikaanse president Joe Biden heeft daar al zijn zorgen over uitgesproken, in een telefoongesprek donderdag met Netanyahu.
Wat evenmin snel zal veranderen, is de binnenlandse positie van Netanyahu. De wekelijkse demonstraties in Tel Aviv tegen zijn aanpak van de oorlog zullen doorgaan, maar tot de val van zijn regering zullen die vast niet leiden, zeker niet na de geslaagde afrekening met de hoogste Hamasleider. De extreemrechtse leden van zijn kabinet hebben een vette kluif toegeworpen gekregen; daar zijn ze wel even zoet mee.
Het is een van de successen waarop Netanyahu de afgelopen dagen kon bogen. Hij heeft het Iraanse regime voor paal gezet en nogmaals bewezen dat Israël niet met zich laat sollen. Ook kan hij nu eenvoudig de Amerikaanse druk negeren en doen wat hij het liefst wil: de strijd in Gaza voortzetten tot wat hij ‘de totale overwinning’ noemt.
Ook aan een ander front, dat van de propagandaoorlog, boekte Netanyahu een overwinninkje. Hezbollah bestond het een raket te laten neerkomen op een voetbalveld op de door Israël bezette Golanhoogte. Twaalf druzische kinderen kwamen om het leven.
De spindoctors van de Israëlische strijdkrachten en de regering trokken alles uit de kast om de wereld te wijzen op de barbaarsheid van Hezbollah. Bussen stonden meteen klaar om de internationale pers naar de plek des onheils te brengen. Een dergelijke perstrip naar de plekken in de Gazastrook waar de afgelopen tien maanden bijna 15 duizend kinderen omkwamen bij vergelijkbare beschietingen, laat nog op zich wachten.
Hun lot is een van de grimmige feiten die een rol spelen in zaken voor de twee grote tribunalen in Den Haag, het Internationaal Strafhof (ICC) en het Internationaal Gerechtshof (ICJ). Een van de twee zaken voor het ICJ werd onlangs verrassend snel afgerond. De rechters stelden vast dat de Israëlische bezetting van Palestijns gebied in strijd is met het internationaal recht en dat die ‘zo snel mogelijk’ moet worden beëindigd, evenals de aanwezigheid van nederzettingen.
Uitspraken van het hof zijn zo gezaghebbend, dat van de door Netanyahu c.s. gewenste marginalisering van het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht geen sprake kan zijn. Integendeel, dat staat nu hoger dan ooit op de internationale agenda.
Ook bij het ICC werd deze week verrassend snel iets afgerond: de pogingen van aanklager Karim Khan om Hamasleider Haniyeh te laten arresteren (de rechters van het hof moesten nog instemmen met zo’n arrestatiebevel). Voor een bevredigende rechtsgang is het te betreuren dat Haniyeh werd gedood vóór hij voor de rechter kon verschijnen. En mede met het oog op die rechtsgang is het maar goed dat Netanyahu – ook een van de verdachten op Khans lijstje – weinig kans loopt te worden getroffen door een Iraanse precisieraket.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant