Met lef verzekerde Manon Veenstra zich van zilver op de BMX-baan. Met evenveel durf koos ze acht jaar geleden als 18-jarige voor een trainingsgroep in Nieuw-Zeeland. En later voor een baantje bij de McDonald’s in Saint-Étienne.
De sterkste eigenschap van Manon Veenstra? ‘Durf’, zegt de vrouw die net zilver heeft veroverd op de BMX. Ze heeft het lef om lijnen te rijden waar anderen zich niet aan wagen, maar ook de moed om een eigen weg naar de top te kiezen, via Nieuw-Zeeland en de McDonald’s van Saint-Étienne.
Het kon eigenlijk helemaal niet wat ze vrijdagavond op de olympische BMX-baan deed. Zoals ze de eerste bocht instuurde. Zo krap. Maar als een Houdini op twee wieltjes kwam Veenstra (26) als tweede uit de kombocht en hield die positie vast achter winnares Saya Sakakibara uit Australië. ‘Je moet het met 100 procent inzet doen, want als je het met 90 procent doet, lukt het niet.’
Ze heeft het over die ene actie, maar de zin slaat evengoed op haar leven. Op haar achttiende besloot Veenstra dat ze haar kansen op de Nederlandse BMX-banen onvoldoende kon benutten. Ze wilde trainen bij een coach van wereldklasse. Niet omdat ze zelf van dat niveau was, maar omdat ze er wilde komen. Op hoop van zegen belde ze er een aantal op.
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Eentje, Matt Cameron, hapte toe. ‘Ik kende haar niet, had nog nooit van haar gehoord. Ze vertelde dat ze bij me wilde trainen. Oké, maar dan moest ze wel bij mijn trainingsgroep komen, ik doe geen online begeleiding.’
Dat was mooi, maar hoe moest ze dat aan haar ouders vertellen? De trainingsgroep van de oud-BMX’er bevindt zich in Cambridge, op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland. ‘Mijn belangrijkste argument was dat ik 18 was en volwassen’, zegt ze. ‘Maar ik had sowieso een heel boekwerk voorbereid, met argumenten op alle vragen die ik van ze kon krijgen.’
Ze overtuigde ze en een week na het telefoontje stond ze bij Cameron op de baan. Een toptalent zeker? De Nieuw-Zeelander lacht een beetje. ‘Ik testte haar en dacht: dat is verschrikkelijk. Ze kon technisch echt heel goed fietsen, maar haar start was verschrikkelijk. Ze was fysiek ondermaats.’
Het was geen reden om haar weg te sturen. Integendeel. Hij waardeerde haar bravoure, had respect voor het avontuur dat ze als 18-jarige wilde aangaan. ‘Ik houd wel van een uitdaging.’
Veenstra lacht als ze na de huldiging hoort wat haar coach over die eerste kennismaking verteld heeft. ‘Dan moet ik zo even met hem praten’, zegt ze quasi-serieus. ‘Ik had nul ervaring, ook omdat ik in Nederland eigenlijk niet heel veel begeleiding had. De sportschool? Ik wist niet eens wat dat was. En de meesten hebben daar als ze 18 zijn al een aantal jaren doorgebracht. Vooral in een sport die zo explosief is, daar heb je wel iets van kracht nodig. Ik moest eigenlijk vanaf nul beginnen. Hij heeft werk gedaan voor tien mensen: mentaal, fysiek, kracht, alles.’
Sinds 2017 gaat Veenstra elk jaar een paar maanden in de winter naar Nieuw-Zeeland. Alleen in de coronajaren, toen het land op slot zat, kon dat niet. Toen trainde ze in Frankrijk. En naast de uren op de BMX, werkte ze. Dat moest sowieso, want tot twee jaar geleden kreeg ze geen topsportstipendium. Ze had allerlei bijbaantjes, in de bejaarden- en dementerendenzorg bijvoorbeeld. ‘Als een helpend handje.’
In Frankrijk was dat geen optie, daar vond ze emplooi bij de McDonald’s. ‘Dat was zo’n beetje het enige dat ik kon krijgen met mijn: je parle un petit peu français. Daar heb ik mezelf zo’n beetje in gebonjourd.’
Met hulp van Cameron, maar ook met een sportpsycholoog, begon Veenstra aan een gestage opmars. Twee jaar geleden kwam ze wel in aanmerking voor een sportersbeurs van NOC*NSF en dat zorgde voor een versnelling van haar progressie. Ze had nu alle tijd voor haar sport en nog een beetje over voor haar studie psychologie.
Maar afgelopen herfst leek de boel alsnog uit de rails te lopen toen ze een hernia kreeg. ‘Ik kon niet staan, niet lopen, niet koken, niks. Op dat moment moest ik bijna verpleegd worden.’ Hoe lang het allemaal precies heeft geduurd, heeft ze niet zo scherp. Ze bezit de prettige eigenschap dat ze nare dingen vergeet. ‘Maar in februari reed ik alweer een wereldbeker.’
Het was een fysieke klap, die hernia. Maar mentaal niet. ‘Het is heus niet dat ik het wilde op dat moment, maar het is wel wat ik nodig had. Ook om even perspectief te zien.’ Om even uit de tunnel te komen waarin ze, zeker met haar steeds betere resultaten van de laatste jaren, terechtgekomen was. Toen in dezelfde periode haar vaste chiropractor overleed, werd ze even wakker geschud. ‘Je weet nooit wat morgen brengt. Dus doe het nu.’
Ze weet zo vlak na haar race niet zo goed wat ze voelt. Ze wist dat een podiumplaats geen gek doel was. Het was al haar ambitie toen ze op de bonnefooi bij Cameron aansloot. Toen hij het nog niet zag, geloofde zij het wel. Maar om de medaille nu om de nek te hebben, dat is toch nog wat anders. ‘Het is bizar.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant