In de woonwijk in Beiroet waar een Israëlische drone een eind maakte aan het leven van Hezbollah-kopstuk Fuad Shukr, bereiden bewoners zich voor op wat komen gaat. Want Hezbollah moet terugslaan, maar wat zal Israël dan weer doen?
Tussen de brillenwinkel van Hoessein (46) en zijn appartement, even verderop in zuidelijk Beiroet, is het twee à drie minuten lopen. Het is een wandelingetje dat hij elke avond maakt, zodra hij om 8 uur ’s avonds zijn zaak heeft gesloten. Afgelopen dinsdag ging het anders, en kwam zijn vrouw na sluitingstijd langs. Terwijl ze stonden te praten, hoorden ze drie explosies. ‘Ik dacht: de oorlog is begonnen.’
Het koppel bleek aan de dood te zijn ontsnapt. Bij een Israëlische drone-aanval was de woonflat naast die van hen geraakt. Hoesseins gezin had mazzel. Of eigenlijk: dubbel mazzel. Kort voor de klap hadden zijn twee kinderen een tante gesmeekt of ze chocola en chips mochten kopen bij de supermarkt beneden. Dat doen we later, had de tante gezegd. Een ogenblik later lag de winkelpui aan diggelen.
‘God beslist over leven en dood’, zegt Hoessein, die in werkelijkheid anders heet en die vanwege de gevoeligheid van het onderwerp alleen anoniem wil praten. ‘Onze tijd was nog niet gekomen.’
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
In totaal vielen er zeven doden, onder wie drie vrouwen en twee kinderen. Israël had het niet op hen gemunt, maar op Fuad Shukr, een veteraan van de militante beweging Hezbollah die vermoedelijk een cruciale rol speelde in de militaire planning van de organisatie.
Voor de sjiitische militie is zijn dood een serieuze klap. Om gezichtsverlies te voorkomen zal Hezbollah moeten reageren. Voor gewone Libanezen dreigt daarmee een scenario waar al driekwart jaar voor gevreesd wordt, sinds de terreuraanval van Hamas op 7 oktober vorig jaar. Stap voor stap glijdt het land dieper weg in een draaikolk van actie en reactie, aanslag en vergelding – door een Libanese analist omgedoopt tot een ‘choreografie van de dood’. Het is een dynamiek die Hezbollah zelf ontketende, toen het zich op 8 oktober met een rakettensalvo richting Israël solidair verklaarde met het kleine Palestijnse broertje Hamas.
Shukr behoorde begin jaren tachtig tot de oprichters van Hezbollah. Zijn levenloze lichaam werd kort na de klap uit het puin getrokken. Ook een Iraanse secondant van Shukr zou zijn gedood, wat geen verbazing wekt: Hezbollah werkt nauw samen met de Iraanse Revolutionaire Garde en fungeert als vooruitgeschoven post van het Iraanse regime.
Wat zijn buurman voor werk deed, daarvan had Hoessein naar eigen zeggen niet het flauwste benul. De beweging is een gesloten oester, ook voor de inwoners van Haret Hreik, de sjiitische wijk waar Hezbollah de lakens uitdeelt. ‘Ik had hem nog nooit gezien’, zegt Hoessein. ‘En al was dat het geval, dan nog had ik niets vermoed. Hij had een baardje, zoals zovelen hier.’
Volgens het Israëlische leger was de commandant hoofdverantwoordelijk voor het organiseren van de luchtaanval op Majdal Shams (een dorp op de bezette Golanhoogte), enkele dagen eerder, waarbij aan Israëlische zijde twaalf doden vielen. Zelf ontkent Hezbollah elke betrokkenheid bij die aanval, maar dat is weinig geloofwaardig. De Golanhoogte is door de beweging vaker onder vuur genomen; waarschijnlijk ging het om een afzwaaier waar Hezbollah vanwege de burgerdoden de handen van aftrok.
Opgeteld bij die andere grote Israëlische aanslag van deze week, die op Hamas-leider Ismail Haniyeh in de Iraanse hoofdstad Teheran, was het een beroerde week voor de ‘as van het verzet’, een alliantie waar zowel Hezbollah als Hamas deel van uitmaakt. De dood van Haniyeh zal worden gewroken, bezwoer de Iraanse opperste leider Ali Khamenei – hoe precies, is nog onduidelijk. De tv-zender CNN meldt op gezag van Amerikaanse bronnen dat die wraak dit weekend al zou kunnen komen.
Het roept de vraag op waar dit allemaal gaat eindigen. Twee kopstukken uitgeschakeld in 24 uur, dat kan geen toeval zijn, en toch is het gissen naar de motieven van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Probeert hij – met het recente applaus van het Amerikaanse Congres op zak – Hezbollah en de Iraniërs uit de tent te lokken? Is hij uit op een brede, regionale oorlog, om de aandacht af te leiden van het militaire en humanitaire debacle in Gaza?
Nee, meent Mohanad Hage Ali van de denktank Carnegie Middle East Center. ‘Volgens mij begrijpt Netanyahu dat noch Iran, noch Hezbollah een grote confrontatiBee wil. Dus voelt hij zich vrij om de grenzen verder op te rekken. Een totale oorlog met Hezbollah, inclusief een grondinvasie, zal Israël niets positiefs opleveren. Qua mankracht zou het vooral grote verliezen betekenen.’
Veel zal afhangen van de wijze waarop Iran en Hezbollah zich zullen wreken. Een directe raketaanval op Tel Aviv, waar Hezbollah-leider Hassan Nasrallah eerder mee dreigde, past volgens Hage Ali niet in het patroon van de voorbije maanden, waarbij Hezbollah van de strijdende partijen de meest terughoudende was. De beweging kan er ook voor kiezen zwaardere wapens in te zetten, zonder noodzakelijkerwijs een grote stad aan te vallen.
Zoals veel landgenoten heeft brillenverkoper Hoessein zich verzoend met het noodlot. ‘Als het gebeurt, gebeurt het’, zegt hij met de berusting die religieuze Libanezen eigen is. Echte kalmte is in Libanon spaarzaam. ‘We worden in oorlog geboren en we sterven in oorlog.’ Hij kan alleen maar hopen dat het niet zover komt. Vooral voor zijn kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant