Home

Ook de stoere BMX’er hijst zich, in de hoop op tijdwinst, in een ultrastrak pak

BMX’ers verschijnen op de Olympische Spelen in Parijs in strakke aerodynamische kleding aan de start. ‘Ik geloof niet dat ik door een pak olympisch kampioen word, maar het kan een verschil maken.’

BMX, de extreme sport waarbij sporters zich in wapperende, losse kleding op een crossfiets van een 9 meter hoge startheuvel stortten, is laidback. Althans, zo werd door de buitenwacht lange tijd naar de wielerdiscipline gekeken. De discipline heeft sinds 2008 de olympische status. ‘Wij hadden een beetje het imago van lifestylesporters’, zegt Laura Smulders.

Nooit moest Smulders, tweevoudig wereldkampioen en opgaand voor haar vierde Zomerspelen, zulke strakke kleding inpakken als nu, voor Parijs. In aanloop naar de Spelen berichtte de nationale wielerbond KNWU: ’Opvallend is dat de BMX-renners voor het eerst in aerofit kleding zullen rijden, in plaats van de traditionele loose fit kleding, om ook hier niets aan het toeval over te laten.’ Er wordt gestart in meer aerodynamische, snellere kleding, ontwikkeld in samenwerking met TU Delft.

Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.

In andere wielerdisciplines, zoals het baanwielrennen en op de weg, wordt al jaren in strakke kleding gereden. Dat vermindert de luchtweerstand. In het BMX werd – het nonchalante imago indachtig – lang vastgehouden aan lossere kleding. Maar de laatste jaren wordt de kleding strakker. ‘Als je het vergelijkt met waar we vandaan komen en kijkt naar waar ze in 2008 mee reden, kun je de kleding van nu een extreme verandering noemen’, zegt Smulders.

Windtunnel

Alle Nederlandse wielerdisciplines uit de olympische ploeg rijden in kleding ontwikkeld door het Nederlandse bedrijf AGU, dat samenwerkt met innovatiepartners. Ze werken in opdracht van de nationale wielerbond. Zo’n twaalf keer per jaar wordt in een windtunnel wielerkleding getest. De basis van alle wielerkleding is het tijdritpak op de weg; de discipline waar de impact van aerodynamische kleding groter is dan bijvoorbeeld met zeven concurrenten op een BMX-baan. Smulders: ‘Als je daar je start verprutst en in de groep rijdt in plaats van op kop, heb je ook minder aan een aerodynamisch pak.’ De kennis die in de windtunnel werd opgedaan, is vertaald naar een specifiek pak voor het BMX.

De wielerkleding is van polyester; stof die ademt – belangrijk voor sporters die zich in het zweet werken. Er wordt gebruikgemaakt van een speciale weefstructuur; op specifieke plaatsen zijn stiksels en naden in de stof aangebracht om de wind te geleiden. Daarbij geldt dat het meest aerodynamische pak bij 80 kilometer per uur niet automatisch het snelste pak is bij 50 kilometer per uur. Bij verschillende snelheden blijft de wind ook anders op de rug ‘plakken’. Dit maakt dat baanwielrenner Harrie Lavreysen op de sprint een ander pak draagt dan Jan-Willem van Schip op de koppelkoers.

Tactische keuzes

Voor Smulders is de overgang van haar gebruikelijke teamkleding van het merk Commencal naar haar olympische outfit relatief klein. De nationale ploeg kreeg de tijd om aan de strakkere pasvorm te wennen. Op de WK BMX in mei werd er al in gestart. Bovendien droeg Smulders, in Londen goed voor olympisch brons, al relatief strakke shirts met lange mouwen. Vooral de broek is anders: die lijkt nu meer op een strakke sportlegging dan een losse joggingbroek.

Zelf kiest Smulders daarnaast voor knie- en elleboogbescherming onder haar pak, waar sommige andere concurrenten dat niet doen. Grappig is het, vindt ze, dat er dit olympische seizoen een soort ‘geheimzinnigheid’ heerst in de BMX-wereld. Het is anders dan in andere olympische jaren. Nederland is namelijk niet het enige land met nieuwe, strakkere kleding. ‘Ik zag Amerikaanse, Franse en Colombiaanse concurrenten tot nu toe steeds in normale kleding starten bij wedstrijden, maar ik hoorde dat zij straks ook in andere kleding fietsen.’

Hoeveel verschil het nieuwe pak maakt, is onbekend. Daar heeft AGU, dat exclusief met de Nederlandse wielerselectie en wielerploeg Visma-Lease a Bike werkt, geen gegevens van. Daarvoor zijn in het BMX te veel variabelen die meespelen. Smulders stelt dat het begint bij goede vorm en tactische keuzes. ‘Ik geloof niet dat ik door een pak olympisch kampioen word, maar het kan een verschil maken. Alle beetjes helpen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next