De lezersbrieven, over homo-acceptatie, de wolf, roekeloze toeristen, camperverdriet, de ‘echte’ vaders van de Olympische Spelen, een vervoerdersstrippenkaart, waarom een ‘droppers post’ handig is voor de fiets en duurdere treinkaartjes.
Acceptatie van homoseksualiteit onder middelbare scholieren neemt in Nederland zienderogen af. Dat blijkt uit de onlangs verschenen GGD Gezondheidsmonitor. Zo is in de regio Amsterdam de acceptatie de laatste vier jaar afgenomen van 63- naar 43 procent; in de regio Gooi en Vechtstreek daalde die van 78- naar 49 procent het sterkst.
In een tijd van toenemende polarisatie zijn deze cijfers nogal verontrustend. Eveneens verontrustend is dat beroepsverenigingen als het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVP) niet publiekelijk over deze cijfers uit de kast komen. Daarmee zouden ze ook recht doen aan de geschiedenis van én progressie in hun vak.
Homoseksualiteit wordt volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) namelijk al ruim een halve eeuw niet meer als afwijking gezien. De DSM geldt internationaal als dé psychopathologiebijbel die definieert wie geestelijk gezond is en wie niet. In de eerste editie van de DSM, uit 1952, voerde homoseksualiteit de lijst van seksuele perversies aan. Homo’s en lesbiennes mochten worden gestraft voor hun geaardheid en gedwongen tot ‘genezing’ met bijvoorbeeld conversietherapie.
Onder meer tegen die therapie, waarbij homoseksuelen en lesbiennes schokken kregen bij het zien van erotische foto’s van mensen van hetzelfde geslacht, trok een aantal jonge activistische psychologen en psychiaters in mei 1970 ten strijde. Hun campagne, waarvan de documentaire Cured ijzersterk verslag doet, leidde er uiteindelijk toe dat de Amerikaanse beroepsvereniging op 15 december 1973 homoseksualiteit als geestesziekte officieel uit de DSM schrapte. Met één pennenstreek waren miljoenen mensen plotsklaps mentaal weer gezond.
Deze historisch-emancipatoire stap hoort ook in Nederland deel uit te maken van het collectieve geheugen van psychologen en psychiaters. Hun beroepsverenigingen zouden telkens als homofobie de kop opsteekt, zoals nu weer met de cijfers van de GGD en binnenkort ongetwijfeld elders, expliciet en assertief op die stap voorwaarts in onze beschaving moeten wijzen.
En anders kunnen het NIP en de NVP ter bevordering van het mentaal welzijn onder jongeren vast een lans breken bij het ministerie van Volksgezondheid voor een nieuwe ‘Hey-het-is-oké’-campagne.
Want, hey, het is oké to be gay!
Vittorio Busato, psycholoog en auteur, Amsterdam
Vandaag zag ik een natuurdocumentaire waarin witte haaien worden voorzien van een tag, een radiozendertje. Via een satelliet kunnen de haaien worden gevolgd. Heel ingenieus. De biologen hadden op hun missie om zo de omvang van de populatie te schatten al 250 dieren getagd.
Gebeurt vaak. Er kan in de Biesbosch geen adelaar worden gespot of ze worden nauwlettend in de gaten gehouden. En zodra er jongen zijn, worden die uit het nest gevist en voorzien van ringen en zenders. Neushoorns, olifanten, leeuwen, zeehonden; alle beesten die beschermd moeten worden, krijgen een halsband met een zender.
Het ziet er debiel uit, maar de aanbrengers bezweren dat het dier er zelf geen last van heeft, en dat het in het belang van de diersoort is om op elk moment te weten waar ze uithangen.
Dat roept de vraag op waarom de wolven in Nederland nog niet zo’n halsband hebben. Dan weten we waar ze zijn.
Die halsbanden kunnen ook voorzien worden van een apparaatje dat een elektrisch schokje geeft als ze zich buiten een bepaalde zone begeven. Dat systeem bestaat al in het buitengebied voor honden om ze binnen de grenzen van het erf te houden.
Het is dan mogelijk om de gebieden af te grenzen waarbinnen de wolven hun natuurlijke zelf kunnen zijn zonder mensen of schapen lastig te vallen.
Dan hoeven boeren en schapenherders niet meer hun eigen terrein met wolfbestendige hekken te omheinen om ze buiten te houden, maar is het terrein voor de wolf afgebakend. Dan kan de natuur daar haar gang gaan.
Er zijn vast meer dan genoeg biologen en wolvendeskundigen die niet kunnen wachten om aan de slag te gaan.
Frank Hoedelmans,
Breda
Nu ik een aantal weken de discussie over het al dan niet vervolgen/afschieten van de wolf heb gevolgd, vraag ik mij af hoe het een wolf in het bos lukt om een peuter te bijten/omver te lopen. Als ouder was ik altijd in de buurt van mijn kind en als de situatie erom vroeg, tilde ik mijn kind op om dat te beschermen tegen mogelijke gevaren.
Lopen de gekwetste kinderen soms alleen rond in het bos? In dat geval moet niet de wolf aangepakt worden, maar lijkt het mij zinvoller de ouders te vervolgen.
Sjoerd Pelsma, West-Graftdijk
Natuurredacteur Jean-Pierre Geelen verbaasde zich in zijn column van 27 juli over het gedrag van toeristen in de natuur. Zo zwom een vrouw in Australië in een rivier vol met alligators, kreeg een vrouw in Zuid-Afrika een optater van een giraffe toen ze te dichtbij kwam, in Florida maakten diverse mensen van te dichtbij foto’s van een zwarte beer, en ergens in Afrika scoorde een vrouw een selfie vlak voor de neus van een toevallig en voor het eerst van diens leven goedgeluimde bizon.
Amerikanen noemen deze domme waaghalzen ‘tourons’ wat een mix is van ‘tourist’ en ‘morons’ (debielen).
Geelen had niet uit buitenlandse voorbeelden hoeven putten, want helaas kent ons land dit soort domme mensen ook. Al weer wat jaren geleden stapte in Safaripark Beekse Bergen een compleet gezin uit de auto om ‘die luie leeuwen’ eens van dichtbij te bekijken: het ging maar net goed.
Nu zijn er mensen die naar een afgesloten bosgebied bij Leusden gaan om daar ‘de’ wolf die paarden en wandelaars achtervolgt, een hondje heeft meegesleurd en kinderen heeft gemolesteerd te gaan zien; één vrouw hoopte het wilde en dus niet ongevaarlijke dier zelfs te kunnen aaien.
Geelen noemde dit soort toeristen randdebielen op reis, ik ga, met een schuin oog naar eerdergenoemde Amerikaanse term voor toeristioten.
Marcel Heinsbroek, Schiedam
‘Een camper geeft garantie op vrijheid’, las ik in de krant van 31 juli. Nou mooi niet! Vanaf 2002 hebben mijn vrouw en ik meer dan zestien jaar in heel West-Europa gecamperd, totdat we op 10 kilometer van Kopenhagen ’s nachts op een openbare parkeerplaats werden beroofd.
Ook wij begonnen met een tweedehands bestelwagen. Maar voordat je die van een geel kenteken op een minder belastingverplicht kenteken voor een kampeerbus krijgt, ben je al gebonden aan strenge inbouwregels. Om over onhaalbare milieukwalificaties maar niet te spreken. Vrij kamperen is in veel landen verboden. Dus is dat alleen weggelegd voor vrijgevochten types.
De laatste jaren verdwenen de gratis camperplaatsen in en om veel steden en dorpen. In bezienswaardige binnensteden kun je alleen op de zondag parkeren, anders is er geen (gratis) plek. Door de toename van rondzwervende asielzoekers en rondrovende mede-EU-burgers is het veiligheidsgevoel bij ons tijdens het kamperen sterk gedaald.
In het begin kon je voor weinig geld bij de boer kamperen. Maar sinds de tarieven hier flink zijn gestegen en het daar ook steeds drukker is geworden, is de lol daar ervanaf.
Voor het legen van je toilet en het bijtanken van drinkwater en stroom ben je haast wel verplicht om naar een gewone camping te gaan. Deze worden vrijwel onbetaalbaar, ook omdat je dan veelal voor je meereizende hond(en) moet bijbetalen.
Sinds 2018 hebben wij de camper niet meer. We zijn weer gaan varen. Dat was vorig jaar voor het laatst. Alleen in Friesland kregen we een beetje het vrijheidsgevoel terug. Maar ook met varen is de wereld (sinds we dat vijftig jaar geleden eerder deden) er niet vrolijker en betaalbaarder op geworden.
Daarom zijn wij niet jaloers op de huidige generatie die dit allemaal nog moet ondervinden, want onze eerdere vrijheid van vakantie vieren zien wij als sneeuw voor de zon verdampen.
George de Haan, Elburg
In verschillende artikelen wijst de Volkskrant terecht op de allang overschreden grenzen aan het massatoerisme . De krant zelf kan een bijdrage leveren aan de beteugeling hiervan door in bijlagen als het Magazine de lezer niet wekelijks te wijzen op interessante bestemmingen voor stedentrips. Dit nog afgezien van de vraag of het een taak is van een krant om lezers te wijzen op interessante dagjes of weekendjes uit.
Vincent van Merwijk, Breda
Het moet toch nog maar weer eens gezegd: Pierre de Coubertin was niet de bedenker van de moderne Olympische Spelen. Vier jaar voor de Franse baron werd geboren, in 1859, won Petros Velissariou in Athene al het olympische hoofdnummer, de 1.500 meter en de traditionele cotinos, de kroon van olijfbladen.
Het gedicht Dialoog met de dood van schrijver Panagiotis Soutsos is na de Griekse onafhankelijkheid in 1821 de eerste oproep om de antieke, Griekse tradities en cultuur weer tot leven te wekken, inclusief de Olympische Spelen. Evangelis Zappas, dan de rijkste man in Oost-Europa, pakt de draad op.
Nadat ook koning Otto zijn zegen aan het vierjaarlijkse atletiekevenement met de naam Olympia heeft gegeven, organiseert Zappas in 1859 de eerste, moderne Olympische Spelen in Athene. Al snel ook met een hymne en een eed. Daar staat nog steeds de naar Zappas vernoemde, eerste speciaal voor de Spelen gebouwde sporthal, het Zappeion uit 1888.
Velissariou kon ook een cheque van 10 Britse pond mee naar huis nemen, beschikbaar gesteld door de Wenlock Olympian Society uit het Engelse stadje Much Wenlock. Zij organiseerden al in 1850 hun eerste Olympian Games. Voorzitter William Penny Brookes, de plaatselijke huisarts, neemt contact op met Zappas als hij ontdekt dat die in Athene Olympische Spelen gaat organiseren.
Dit resulteert in de opname van twee Griekse nummers op de Spelen die Brookes in 1866 organiseert in Crystal Palace in Londen. Dat zijn de eerste Spelen buiten Griekenland die met recht de naam Olympische Spelen kunnen dragen.
In 1890 nodigt Brookes De Coubertin uit om zijn Wenlock Olympian Games te bezoeken. De dokter vist daarbij de winnaarslijst van de 1859-spelen voor hem uit zijn archief. Ook de Griekse kranten die in 1881 uitgebreid melding maken van Brookes’ internationale plannen komen op tafel.
De Coubertin doet later alsof hem dat nooit is verteld. Wel gebruikt hij de ideeën van Zappas en Brookes, zoals het houden van de Spelen om de vier jaar, in een andere wedstrijdplaats. Het bontst maakt de Franse baron het in zijn memoires. Met geen woord wordt gerept over de Griekse filantroop en de Engelse huisarts.
Rob Dijksman, Hulsberg
Ik las dat Nederland kinderen met kanker uit Oekraïne opneemt. Dat is erg mooi, maar geldt dit ook voor de kinderen uit Gaza?
Arjan de Roon, Elst
Deze week deelde ik toevallig met mijn kinderen dat ik, na een studie commerciële economie, tijdens mijn eerste baan als 23-jarige intercedent bij Randstad Uitzendbureau, veel plezier heb gehad met mijn ook allemaal jeugdige collega’s. Allemaal werkten we met hart voor de zaak. Respect voor Frits Goldschmeding, doch dat er geen pensioenopbouw was tot je 30ste, vind ik (nu als 61-jarige) niet getuigen van medemenselijkheid. ‘Hoe verzin je het?’, om met zijn woorden te spreken.
Anneke Remmelts, Eindhoven
Deze ochtend sta ik op met de gedachte dat iedereen een vervoersstrippenkaart moet krijgen voor alle vervuilende vervoersmiddelen bij elkaar. Dus voor autorijden, reizen per vliegen, boot, motor: alles wat benzine en kerosine kost.
Het soort vervuiling zorgt voor het aantal strippen dat je verbruikt. Meer vervuiling, meer strippen.
De strippenkaart is voor een heel jaar, en iedereen mag evenveel vervuilen. Als de strippenkaart vol is, is het gedaan met reizen. Dan moet je wachten tot volgend jaar.
Het aantal strippen is uiteraard beperkt, en iedereen, ook de allerrijksten, krijgt evenveel strippen. Wie veel wil vliegen zal minder moeten autorijden, et cetera en omgekeerd. Ook elektrische auto’s vallen onder dit systeem, maar kosten natuurlijk minder strippen. Met een cruiseschip is meteen je hele strippenkaart vol.
Het openbaar vervoer en de taxi doen niet mee. Daarmee kun je reizen als je strippenkaart vol is. Artsen en ambulances zijn uitgezonderd. Over goederenvervoer wordt nagedacht. Nou ja, de uitwerking moet nog even worden gedaan. Voor Nederland of de hele wereld? Liefst dat laatste.
Martha Catania-Peters, Amsterdam
Zojuist ben ik op Broadway naar de musical Hamilton geweest. Een spetterende, muzikale, emotionele, grappige show over de geschiedenis van een ander land dan Nederland, net zoals de musical Six. Waar blijft toch die zinderende, muzikale show in Nederland over Thorbecke, koning Willem II en Aletta Jacobs? Een show waarvan de liedjes ook op TikTok viral kunnen gaan.
Mariëlle Bakhuizen
Huizen
In de bespreking van een e-bike in de rubriek Blik wordt opgemerkt dat een ‘dropper post’ alleen interessant is voor mountainbikers op ruig terrein. Niets is minder waar.
Vooral mannen hebben met het oog op een optimale zit- en trappositie hun zadel vaak zo hoog staan dat ze bij een stop niet beide voeten stevig op de grond kunnen zetten. Onveilig, vooral voor de wat oudere heren. Ook voor het opstappen staat het zadel vaak te hoog. Onhandig én onveilig.
De dropper post biedt de oplossing. Stilstaand (bijvoorbeeld voor het stoplicht) en bij het opstappen het zadel in de laagste stand, bij het wegrijden even je gewicht van het zadel en het weer omhoog laten komen.
Een prima herenfiets-met-stang wegdoen en vervangen door een damesfiets met lage instap? Duur, geen gezicht, minder stabiliteit en helemaal niet nodig. Gewoon een dropper post (laten) monteren. 150 euro en een half uurtje werk.
Erik Haman, Leidschendam
De NS wil de prijs van kaartjes verhogen om de verliezen te bestrijden. Dat zal een aantal reizigers de auto injagen. Weleens eraan gedacht om de prijzen te verlagen en daardoor een aantrekkelijker vervoersmogelijkheid te worden? Meer reizigers, meer inkomsten, lagere verliezen.
Rudolf, Dierick
Baarn
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant