Home

Als Achterhoekse Fries zou ik de terugkeer van het touwtrekken toejuichen, maar verder: Cut the crap

De Spelen komen, als de fase van de finales eenmaal is aangebroken, in zulke hoeveelheden en met zoveel geweld op je af dat je eronder dreigt te bezwijken en emotioneel in een rollercoaster terechtkomt waarin grote vreugde razendsnel wordt gevolgd door diepe teleurstelling en vice versa.

Ik was donderdag nog druk bezig met rouwen om de vrouwen dubbeltwee (vierde) toen de vier-zonder Groot-Brittannië nipt versloeg en goud won, waarmee ze tevens het wrange gevoel van het zilver van dubbeltwee mannen wegspoelde en de euforie deed terugkeren, minstens tot de volgende klap.

Mijn verhouding met het roeien zit ingewikkeld in elkaar. De sport laat me tamelijk koud, tot met de openingsceremonie van de Spelen een warm vuur wordt ontstoken en er heel even niks belangrijkers is dan de ferme haal. Het meest houd ik van het beeld van de diepe eenzaamheid van de skiffeur en van dat van de collectieve krachtsexplosie bij de start van de achten.

Ik denk niet dat er een ander moment in de sport is waarop acht individuen zo magnifiek samensmelten tot een stampende machine. Dat skiffeuse Karolien Florijn tien bananen per dag consumeert spreekt me trouwens ook erg aan – wat zo’n vrouw niet allemaal doet voor haar sport!

Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Mijn tijdelijke roeiliefde heeft alles te maken met nationalisme: er is in die sport veel kans op medailles. Eigenlijk vind ik nationalisme in de sport bekrompen en kleinzielig, maar het blijkt telkens weer sterker dan mezelf: het liefst kijk ik naar de roeiwedstrijden op mijn WaterRower, zodat je vanzelf één wordt met het beeld, je je kunt verplaatsen in de totale uitputting van onze jongens en meisjes, en het idee hebt dat de medaille vanwege je laatste snok ook een beetje van jou is. Dat je je van de roeier juichend op het koude zeil laat vallen, heerlijk.

Het voorprogramma van de Spelen loopt ten einde, de boogschutters zijn uitgeschoten, het schermen zit er zo’n beetje op en een Chinees heeft weer het klein kaliber gewonnen, we hebben de muzikale kür voor paarden weer doorstaan en er is flink gezwommen; allemaal hartelijk gefeliciteerd en tot de volgende keer maar weer.

We maken ons op voor het hoofdprogramma, feitelijk de enige reden van bestaan van de Olympische Spelen: de atletiek. De atletiek is de mens in duel, op een parcours ontdaan van alle tierelantijnen en kunstmatige handicaps.

Je trekt een streep en kijkt wie er het hardst kan lopen, je hangt een touw op en maar zien wie er overheen kan springen. Je geeft iemand een ijzeren kogel en stoten maar. Atletiek is de beschaafde vorm van de strijdende mens die met zijn speer de vijand wil treffen.

Het enige rare en wat gemaakte nummer vind ik hink-stap-sprong – als iemand me nog een keer kan uitleggen waarop die discipline is gebaseerd zal ik mijn oordeel heroverwegen.

Ik zou het niet erg vinden als de helft van alle olympische disciplines wordt geschrapt en we ons weer concentreren op een paar basissporten alsmede de sporten waarin Nederland uitblinkt. Voetbal, tennis, wegwielrennen: weg ermee. Daar hebben we al genoeg van. Als Friese Achterhoeker zou ik de terugkeer van het touwtrekken toejuichen, maar verder alsjeblieft geen nieuwigheid. De Spelen hebben behoefte aan een nieuw motto: Cut the crap.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next