Wetenschappers reageren enthousiast op de vondst van een 500 miljoen jaar oud fossiel. De stekelige slak geeft een goed beeld van het uiterlijk van de gemeenschappelijke voorouders van weekdieren zoals de mossel, slak en inktvis.
Met de vondst in de Chinese regio Yunnan krijgen wetenschappers eindelijk meer grip op de stamboom van een wonderlijke diergroep. De weekdieren variëren enorm in hun uiterlijke verschijningsvorm, van slappe naaktslak tot volledig gepantserd met een schelp, zoals de mossel.
Nu blijkt een stekelige fossiele slak aan de basis van de stamboom van deze weekdieren te staan, schrijven paleobiologen van onder meer de Yunnan Universiteit in het tijdschrift Science.
Shishania aculeata, doopten de ontdekkers het 2 bij 3 centimeter grote fossiel. Shishania verwijst naar de Chinese paleontoloog Shishan Zang, bekend om zijn zoekwerk in de oude steenlagen van Yunnan. Aculeata betekent, zeer toepasselijk, stekelig in het Latijn.
Het dier moet op een zeebodem hebben geleefd, concludeert Frank Wesselingh, weekdier-paleontoloog bij Naturalis. Dit is volgens de paleontoloog goed af te leiden uit de vorm van het dier. ‘Een naaktslak met kleine stekels.’
Wesselingh noemt de studie waardevol. ‘Het team vond het prachtig materiaal dat veel antwoorden geeft.’ Zo ontstaat volgens de paleontoloog nu voor het eerst een duidelijk beeld van de gemeenschappelijke voorouder van de ringwormen en weekdieren.
Ook geeft het fossiel volgens de weekdierexpert meer duidelijkheid hoe dieren uit de zogeheten Cambrische explosie in de evolutionaire stamboom passen. Deze gebeurtenis, die zo’n 500 miljoen jaar geleden plaatsvond, staat ook wel bekend als de explosie van het leven, omdat er in een korte tijd opvallend veel nieuwe diersoorten ontstonden.
Wiwaxia is zo’n diertje dat toen het levenslicht zag. Dit weekdier vertoont veel overeenkomst met Shishania,maar had een combinatie van stekels en bepantsering. Lange tijd was het onzeker of dit dier bij de wormen of weekdieren hoort. Wesselingh: ‘Nu is zijn oorsprong echt duidelijk geworden.’ Wetenschappers rekenden het dier voorheen tot de wormen. De gelijkenis in lichaamsbouw tussen Wiwaxia en Shishania bewijst echter het tegendeel.
Ook volgens Thierry Backeljau, evolutiebioloog bij het Instituut voor Natuurwetenschappen (Brussel) en de Universiteit Antwerpen, biedt de ontdekking een nieuwe kijk op de evolutie van weekdieren. ‘Tot nu toe ging men ervan uit dat het lichaam van de weekdiervoorouder omsloten was door een harde kalkschelp die uit een of maximaal twee stukken bestond.’
Deze aanname kwam voort uit een gebrek aan kennis, legt Backeljau uit. ‘Men vond weinig tot geen gemeenschappelijke kenmerken die in alle weekdiergroepen aanwezig waren’. De voorouder was dus puur hypothetisch. Maar Shishania laat zien dat het beeld van die hypothetische voorouder aan herziening toe is. ‘De voorouders van de weekdieren droegen geen schelp, maar hadden een lichaam bedekt met korte, kegelvormige, holle stekels’.
Toch blijft er genoeg aanleiding voor vervolgonderzoek. ‘De onderzoekers weten niet zeker of het fossiel wel of geen rasptong heeft, iets dat toch wel één van de meest typische kenmerken van de weekdieren is.’ Mocht vervolgonderzoek uitwijzen dat zo’n tong met tanden erop ontbreekt, is dat geen reden tot wetenschappelijke paniek. Een rasptong is namelijk ook weer geen absolute vereiste om weekdier te mogen heten. Zo hebben mossels en oesters er ook geen, aldus Backeljau.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant