Home

Monalisa weet dat ze als trans vrouw gevaar loopt in Oeganda, toch wil ze terug om andere lhbti’ers te helpen

Politici in haar thuisland ontkennen dat mensen zoals zij bestaan en ze is er haar leven niet zeker – vorig jaar werd ze gearresteerd en mishandeld door de politie – maar Monalisa weet dat de lhbti-gemeenschap haar hulp keihard nodig heeft.

Monalisa komt net onder de douche vandaan, met haar handdoek nog om zich heen geslagen, als datgene waar ze al zo lang bang voor is, gebeurt. Het is januari 2023, en in haar woonkamer in de Oegandese hoofdstad Kampala wordt de trans vrouw opgewacht door twee politieagenten.

‘Rustig blijven, niets zeggen’, denkt ze. Maar een van de twee vrienden die bij haar op bezoek is, raakt in paniek en roept: ‘Monalisa, wat gebeurt er?’

Voor de agenten is het horen van die zelfgekozen naam, die anders is dan de mannennaam in Monalisa’s paspoort, een bevestiging van wat ze al dachten. ‘Jullie zijn homo!’, klinkt het. Voor ze het weten staan Monalisa en haar vrienden onder arrest voor het ‘promoten van homoseksualiteit’. ‘Dit is dus de dag dat ik doodga’, denkt ze.

Ze worden meegenomen naar het politiebureau, waar een politiearts klaarstaat. In Oeganda worden die ingezet om na rectaal onderzoek ‘vast te stellen of de verdachte’ in de ogen van de politie ‘echt’ homoseksueel is. Monalisa wordt anderhalf jaar later nog emotioneel als ze erover vertelt. ‘Het is het meest dehumaniserende wat ik ooit heb meegemaakt.’

Als het drietal daarna in hun cel komt, is de sfeer gespannen. De andere mannelijke gevangenen blijken te zijn gewaarschuwd voor de komst van drie ‘homoseksuelen’. Monalisa en haar vrienden zijn bang voor fysiek en seksueel geweld, en smeken de gevangenen of ze hen met rust willen laten. Dat doen ze alleen tegen betaling: 20 dollar per dag, een enorm bedrag voor Oegandese begrippen. Ze zitten uiteindelijk vier dagen vast.

Monalisa (nu 30) vertelt dit verhaal via een videoverbinding vanuit Berlijn. Ze is daar drie maanden geleden naartoe gekomen via het Duitse Elisabeth-Selbert-Initiatief, dat tijdelijke visa regelt voor activisten wereldwijd, om hen ‘even op adem te laten komen’. Monalisa werkte in Oeganda voor een ngo en sprak zich regelmatig uit opX over lhbti-rechten. Maar dat is levensgevaarlijk geworden, nadat vorig jaar mei een van ’s werelds strengste anti-lhbti wetten werd ingevoerd in Oeganda.

Dat ze even kan ontsnappen aan de constante angst die haar in haar thuisland plaagt, doet haar goed. Goede en slechte dagen wisselen elkaar af. Maar in de studio in de wijk Wedding komt ze langzaam een beetje tot zichzelf. Deze week reist ze zelfs naar Amsterdam, waar ze tijdens de Canal Parade meevaart op de boot van het Aidsfonds. Die organisatie leerde ze kennen via een onderzoek waaraan ze meedeed.

En toch, tegen alle adviezen van haar vrienden en familie in, is ze niet van plan om asiel aan te vragen in Duitsland. Over drie maanden, als haar visum afloopt, wil ze terug naar Oeganda. ‘Vraag me het morgen nog eens, maar zo denk ik er nu over’, zegt ze, na even in stilte te hebben nagedacht. ‘Daar kan ik tenminste iets voor mijn gemeenschap doen. En als ik hier blijf, ga ik dood van eenzaamheid. Ik zou mijn vrienden en mijn moeder te erg gaan missen.’

Paria

Monalisa’s activisme komt mede voort uit het besef dat Oeganda’s lhbti’ers werkelijk alle hulp kunnen gebruiken. Al jaren wordt iedereen die afwijkt van de heteroseksuele norm of het binaire plaatje van man en vrouw als paria gezien en opgejaagd, niet alleen door de politie, ook door medeburgers. Verhalen over ontvoering en mishandeling door familieleden zijn niet uitzonderlijk. Zelfs ‘corrigerende’ verkrachtingen worden ingezet om mensen van homosekualiteit ‘te genezen’, blijkt uit een rapport van Amnesty International. Het lijkt allemaal geoorloofd om ‘de duivel’ uit het christelijke Oost-Afrikaanse land te verdrijven.

De Anti-Homosexuality Act (AHA) die vorig jaar werd aangenomen, was het laatste duwtje dat nodig was om de lhbti-gemeenschap helemaal vogelvrij te verklaren. Jezelf als queer identificeren of informatie geven over het bestaan van homoseksualiteit is al genoeg voor een gevangenisstraf van 10 of 20 jaar. Daarnaast zijn allerlei verschillende overtredingen op één hoop gegooid als ‘geageerde seks’: seks met een minderjarige, met iemand met aids of meerdere keren worden betrapt op seks. Daarop staat de doodstraf.

Het verbod op het verhuren van woonruimte en het verlenen van zorg aan lhbti’ers draaiden Oegandese rechters onlangs terug. Desondanks ziet het Aidsfonds nog steeds een enorme terugloop van het aantal mensen dat zich durft te laten testen op hiv, met alle gevolgen van dien.

De verslechtering van lhbti-rechten in Oeganda staat niet op zichzelf. In Afrika is na een periode van verruiming van lhbti-rechten een tegenbeweging te zien. Ghana en Burkina Faso criminaliseerden homoseksualiteit dit jaar opnieuw. In Kenia en Tanzania hangt strengere wetgeving in de lucht. In totaal is homoseksualiteit nu in 32 van de 56 Afrikaanse landen strafbaar.

Taboe

Monalisa was niet verrast toen ze hoorde dat een nieuwe wet in de maak was in Oeganda, zegt ze. ‘Al tijdens corona werden queers in Oeganda de hele tijd als schuldige aangewezen’, zegt ze. ‘Politici die een paar jaar geleden nog redelijk waren, riepen mensen opeens op om hun buren in de gaten te houden. Ze legden op tv uit waaraan je homo’s kon herkennen; dat mensen moesten opletten als ze iemand kleurrijke kleding aanhad. Ik dacht: ‘Hoe kunnen dit dezelfde politici zijn?’

Monalisa heeft nooit meegemaakt hoe het is om veilig openlijk queer te zijn in Oeganda. Het is taboe, ook in de liberale hoofdstad Kampala, waar zij als vierde kind werd geboren in een gezin uit de hogere middenklasse. Met drie oudere zussen zou zij de eerste zoon in hun gezin zijn.

‘Ik heb een super liefdevolle familie, maar toch zat er iets niet goed. Mijn ouders zagen mij als hun zoon, maar ik paste niet in dat plaatje. Op zondagen, als de hele familie bij ons thuis kwam voor een mis in onze kapel, bleef ik achter bij de meisjes als de jongens buiten gingen voetballen. En als ik alleen was, stal ik de make-up en kleding van mijn zussen. Ik kreeg altijd straf. Maar mijn ouders zeiden ook: ‘Dat is een fase, dat gaat wel over.’’

Maar het ging niet over. Op de kostschool waar Monalisa zat, sliep ze bij de jongens. ‘Toen ik merkte dat ze seksueel geïnteresseerd in me waren, vlijde me dat eerst nog. Ze zagen me staan, en het voelde alsof het ‘mijn’ jongens waren, die ik helemaal voor mezelf alleen had. Maar het werd erger. Ik noemde dat toen nog geen misbruik. Maar de laatste twee jaar zorgde ik er altijd voor dat ik als eerste of als allerlaatste bij de douches was.’

Die tijd was extra zwaar, zegt ze, omdat ze nog geen taal had waarmee ze kon beschrijven hoe ze zich voelde. ‘Als kind werd ik een meisjesjongen genoemd. En later leerde ik dat je homoseksueel of lesbisch kon zijn. Ik wist: ik vind jongens leuk, want mijn god, wat was ik gek op sommige jongens. Maar toch, ik had geleerd om een jongen te zijn. Geen meisje.’

Demoon

Pas op haar 17de hoorde Monalisa voor het eerst de term ‘transgender’. ‘Ik was aan het dansen in een gaybar (die toen nog heimelijk bestonden, red.) toen een vrouw op mij afstapte en zich aan mij voorstelde als Bianca. Zij nodigde me uit voor een bijeenkomst die ze organiseerde in een ziekenhuis. Dat kon toen nog, want als het om gezondheidszorg en hiv ging, mochten lhbti’ers wel informatie krijgen. In werkelijkheid bleek deze avond over iets anders te gaan.

‘Ik had heel lang geworsteld. Ik groeide op met het idee dat er een demoon in me zat en ik had van alles gedaan om die eruit te krijgen, zelfs duiveluitdrijvingen. Iedereen vroeg altijd: waarom maak je zo’n probleem? Je hebt een penis, doe niet moeilijk. Op die bijeenkomst van Bianca, zelf een trans vrouw, leerde ik opeens dat je ook iets anders kon zijn dan de binaire standaard. Alles viel voor mij op z’n plek. Bianca werd mijn mentor.’

Kort daarna, in 2014, werd in Oeganda voor het eerst een anti-homowet aangenomen. En ook al werd die wet hetzelfde jaar nog grotendeels ongrondwettig verklaard: de toon was gezet. Vanaf toen kwamen queers in Oeganda steeds meer in de verdrukking. Besloten queerfeesten werden opgerold door de politie, net zo vaak tot uiteindelijk niemand meer kwam. Lhbti’ers werden zomaar mishandeld, ontslagen of uit hun huizen gezet.

Zelf werd Monalisa door mensen buiten de trans gemeenschap verstoten. Haar ‘zwaar religieuze’ moeder en zussen, zoals ze hen zelf noemt en aan wie ze na haar vaders overlijden vertelde dat ze trans is, verdroegen haar niet meer in hun huis. Ze bellen nog wel en zien elkaar af en toe, maar het contact is moeizaam. ‘Dat heeft vooral te maken met mijn tantes, die mijn moeder onder druk zetten’, zegt ze. ‘In Oeganda is alles wat mis is met het kind, de schuld van de moeder. Daar heeft ze last van.’

Ondanks een universitaire opleiding was het voor Monalisa onmogelijk om een normale baan te krijgen. ‘Zodra iemand achter je werkelijke identiteit komt, verlies je je baan’, zegt ze. Ze was, zoals veel lhbti’ers in Oegana, aangewezen op sekswerk.

Het was Monalisa’s mentor Bianca die haar uit het sekswerk haalde door haar een baan aan te bieden binnen haar mensenrechtenorganisatie. Zo kon ze de huur betalen en andere queers in Oeganda helpen met voorlichting. Vooral in de binnenlanden van Oeganda zag ze een schreeuwend gebrek aan kennis, zegt ze. ‘In sommige stammen zijn alleen heel mensonterende woorden voor homoseksuelen. En zoiets als trans: daar bestaat, net als in mijn jeugd, geen woord voor.’

Onder de radar

In Berlijn ervaart Monalisa nu voor het eerst hoe het is om over straat te kunnen als vrouw, maar eigenlijk maakt ze daar maar weinig gebruik van, ze blijft het liefst binnen om uit te rusten. ‘Daarom ben ik tenslotte hier.’ Boeken en series helpen. Zo heeft ze net in een ruk Bridgerton uitgekeken, een modern kostuumdrama van Netflix met extravagante balzalen en jurken. Queen Charlotte, de eerste zwarte koningin die er in de serie een sport van maakt om de hoogste pruiken te dragen, is haar favoriete personage. ‘Ik herken een stukje van mezelf in haar, omdat ze zegt wat denkt en nergens voor terugdeinst.’

Hoe Monalisa haar terugkeer naar Oeganda voor zich ziet, wat ze gaat doen om geld te verdienen, op al die vragen komt in het gesprek eigenlijk geen duidelijk antwoord. Het lukt sommige queers aan de jacht van de politie te ontkomen door onder de radar te leven, en te werken in de illegaliteit. ‘Ik weet het ook nog niet, ik denk dat je je in het leven uit iedere situatiemoet zien te hustlen’, zegt ze, verwijzend naar de Afrikaanse manier van geld verdienen met allerlei informele baantjes. ‘Dat zal hetzelfde zijn voor mijn huur, omdat ik niet kan werken.’

Bang om terug te keren is ze wel, geeft ze toe. Eenmaal daar hoopt ze de trans gemeenschap te kunnen vastleggen op camera om mensen in het buitenland te laten zien dat zij wél bestaan, in tegenstelling tot wat Oegandese politici hen willen doen geloven.

En, zo mailt ze een paar dagen na het gesprek nog, er is nog iets dat haar naar Oeganda trekt. ‘Mijn moeder begint te accepteren wie ik ben als persoon. Ik denk dat zij graag wil dat ik terugkom naar Oeganda, ook al is het gevaarlijk voor mij. We hebben een sterke band, die ze niet zomaar wil opgeven. Ik denk dat dat de natuur van een moeder is.’

Bianca is niet de werkelijke zelfgekozen naam van Monalisa’s mentor, maar door de redactie gefingeerd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next