Home

Het bibliotheekboek uit 1990 is nog in prima staat. Hoe het met de boete van fl. 7,50 is afgelopen weet ik niet

Beter in Breda, waar we vandaag een jaar wonen, zijn de gratisboekenkastjes, of hoe noem je die dingen. Minibiebs hoor je soms, maar dat is een slechte benaming. ‘Bibliotheek’ is voor mij een signaalwoord, het roept, en dat heeft te maken met mijn jeugd, bedrukkende herinneringen op aan ‘drie weken’, ‘te laat’, en ‘boete’, de bermudadriehoek waarin aanzienlijke hoeveelheden zakgeld zijn verdwenen.

Ik kan daarvan bewijzen overleggen, middels een historische bron. In mijn exemplaar van Het stenen bruidsbed, een oud-bibliotheekboek, zit namelijk een brief van 18 september 1990 die er niet om liegt.

‘Geachte ouder(s)/verzorger(s)’, staat er boven, ‘volgens de administratie van onze schoolbibliotheek moet uw zoon/dochter FRUTS nog steeds een aantal boeken uit onze schoolbibliotheek inleveren. Deze boeken hadden al uiterlijk op het einde van het vorige schooljaar ingeleverd moeten zijn.’

Erna meteen sancties en chantage: ‘Uw zoon/dochter FRUTS heeft daarom nog geen nieuwe leespas ontvangen, waardoor het lenen van boeken op dit ogenblik door FRUTS niet mogelijk is. Hij/zij ontvangt deze leespas op het moment dat de boete ad fl. 7,50 in de schoolbibliotheek is voldaan. Uiteraard dienen tegelijkertijd door FRUTS geleende boeken terugbezorgd te worden.’

Dan wat onoprechte plichtplegingen, en ten slotte: ‘Boek: Het stenen bruidsbed, schrijver Mulisch H.’

‘Je hebt gerommeld met je bron’, zegt mijn vriendin Jet. ‘Fruts bestaat niet. Wie heet er nou zo?’ Rustig leg ik haar maar weer eens uit dat het een fictieve naam is, en Fruts zelf dus een containervriendje, een soort everypuber, waardoor ik mijn echte contacten uit die periode kan ontlasten, in dit geval: Sander.

Van hem had ik in hoge nood zijn pasje geleend, mijn eigen pasje was om moverende redenen geblokkeerd. Ik moest die nacht per se Het stenen bruidsbed savoureren, voor het eindmondeling. Het boek, kan ik melden, is nog in prima staat, hoe het met de boete is afgelopen weet ik niet. Zal wel opgelopen zijn, vrees ik. Die 7,50 waren destijds de pan uitgewoekerd in, schat ik, drie maanden? We zijn 34 jaar verder, zonder invorderingsrentes, zitten we op een dikke 1.000 gulden.

Een nachtje heerlijk lezen, diagonaal genieten, en dan dit toeslagenschandaal. Dat is dan je school. Reünies kan Sander beter overslaan, luidt mijn advies, het is wel Limbabwe.

Ook daarom spreek ik liever van gratisboekenkastjes. Die in Breda dus beter gevuld zijn dan in Amsterdam. Hier kom ik om de haverklap thuis met pareltjes, gisteren nog De hef, Vaandrager, de eerste uitgave van 1975. Moeilijk vindbaar werkje, vaak niet te betalen, maar in onze Appie in het kastje, ongelezen, nog warm van de drukker.

Vrienden, dit is een kwaliteitskrant, daarom moet ik kritisch zijn, en een noot kraken over dit soort kastjes. Als je er beter over nadenkt, zijn ze fascistisch. Een boek kost niets, is de boodschap, een boek is waardeloos. Bedenk wel, we bevinden ons in een supermarkt, in het gehele pand is niets te vinden wat gratis is, echt helemaal niks, behalve de boeken in deze kastjes. De volgende stap is een gratis brandstapeltje.

Je ziet het aan de vakkenvullers die op hun scootertjes rond de zelfscanners hangen, als ik op het kastje afsteven kijken ze me meewarig na. Heb je die meneer weer. Wanneer ik mijn arm tot aan mijn oksel in de afvalton ernaast zou steken, zou dit ontleesde crapuul geen verschil opmerken.

‘Zie je wel’, zegt mijn vriendin Jet, een echte Amsterdamse, ‘de Amsterdamse kastjes zijn beter, daar staat tenminste rommel in. De goeie boeken houden Amsterdammers zelf.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next