Twee Nederlandse ondernemers kunnen hun ogen nauwelijks geloven: in de Eemshaven staan 260 splinternieuwe BMW’s afkomstig van het uitgebrande vrachtschip Fremantle Highway. Ze besluiten ze te kopen. Maar dan ontspint zich een juridisch gevecht.
Eric Bakker en Sam Peinemann konden hun ogen nauwelijks geloven. Ze waren deze zondagavond in oktober vanuit Rotterdam naar de Eemshaven gereden waar 260 BMW’s geparkeerd stonden die afkomstig waren van de Fremantle Highway, het onfortuinlijke autoschip dat enkele maanden eerder boven de Waddeneilanden in brand was gevlogen. Dagenlang had de brand gewoed op het vaartuig waarop 3.784 gloednieuwe auto’s stonden geparkeerd, op weg naar Taiwan.
Nadat de brand was bedwongen, werd het schip naar de Eemshaven gesleept en werden veel van de auto’s van boord gehaald. De meeste zwaar gehavend, maar deze kleinere partij BMW’s, die op lagere dekken 1 tot en met 4 hadden gestaan, waar het verzengende vuur niet had gewoed, had het ongeval goed doorstaan. Dit was mede te danken aan het feit dat dek 5 een beschermingslaag had en de hitte vooral omhooggetrokken was, aldus de mannen.
De verzekeraar van de eigenaar van de auto’s, het Taiwanese Pan German Motors Ltd, wilde de 260 personenwagens in het hogere prijssegment daarom verkopen, in één partij, aan de hoogste bieder. Peinemann, bestuursvoorzitter van het gelijknamige Rotterdamse familiebedrijf dat onder meer hoogwerkers en heftrucks verhuurt, was getipt door een schade-expertisebureau waar hij zaken mee doet, dat er een interessante partij auto’s te koop stond, afkomstig van de onfortuinlijke Fremantle Highway.
De topman van het 70 jaar oude bedrijf met ruim duizend medewerkers, was geïnteresseerd, maar heeft naar eigen zeggen weinig verstand van auto’s en al helemaal niet van schade. ‘Ik doe niks met auto’s, behalve erin rijden.’
Gelukkig is hij bevriend met Eric Bakker, een Rotterdamse ondernemer met een lange staat van dienst in de autowereld en eigenaar van 3B Exclusief, een bedrijf dat tweedehands luxeauto’s met lage kilometerstanden verkoopt; Lamborghini’s, Aston Martins, Mercedes AMG’s.
Over de auteur
Bard van de Weijer is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de energietransitie en de impact daarvan op het dagelijks leven.
‘Ik heb een leuke klus voor je’, zei Peinemann vorig najaar tegen Bakker. Beide mannen spraken af om naar Eemshaven af te reizen om ter plaatse de BMW’s te bekijken. Even daarvoor hadden ze met twee andere ondernemers een consortiumpje opgericht voor een eventuele koop. Als Peinemann de deal zou sluiten, wilde hij het als privépersoon doen, zegt hij nu. Het familiebedrijf waarover hij de leiding heeft, staat er buiten, benadrukt hij.
Dus daar stonden beide mannen afgelopen herfst in de Eemshaven tussen tientallen BMW’s. Ze inspecteerden de lak, trokken de deuren open om te ruiken hoe ernstig de brandlucht was in de cabine. Maar in welke auto ze ook stapten, ze roken niets dan nieuwe-autogeur. Ze zetten de ventilatoren aan, schakelden het contact in van enkele elektrische voertuigen, veegden met hun vingers over het dashboard – alles werkte, er was geen roet en geen teken van schade.
‘Waar staan de beschadigde auto’s?’, vroegen ze de twee mannen die hen begeleidden. ‘Dit zíjn de beschadigde auto’s, zeiden die’, aldus Bakker, zittend in een kantoorkamer van zijn Rotterdamse showroom. Ik doe dit werk al langer dan tien jaar, vertelt hij, en ik zie direct als er iets loos is met een auto. ‘Er mankeerde niets aan deze voertuigen.’
De begeleiders in de Eemshaven namen hen mee naar een nis op het parkeerterrein waar auto’s stonden die het vuur minder goed hadden doorstaan. Bakker: ‘Toen we daar liepen, roken we meteen: hier heeft brand gewoed.’ Peinemann: ‘Als je de deur opende, kwam het bluswater er soms nog uitgelopen.’
Omdat de mannen maar een uur de tijd kregen, besloten ze zichzelf op te splitsen en steekproefsgewijs zo veel mogelijk auto’s te controleren. Hoewel op de lak soms een laagje roet lag, was hij niet verkleurd door de hitte, zoals vooraf verklaard. Integendeel; de mannen zagen zelfs dat kwetsbare kunststofbeschermmaterialen, plastic folies en schuimrubber strips aan de buitenzijde niet waren aangetast door de hitte.
Peinemann en Bakker keken elkaar aan: doen. Tientallen BMW’s met nul kilometer op de teller in ogenschijnlijk puike staat – een buitenkansje. Na overleg met hun partners brachten ze een bod uit van 5,1 miljoen euro. Bijna 20 duizend euro per wagen. Een hoop geld, zeker, maar zegt Bakker ‘alle voertuigen zijn rijkelijk voorzien van opties. Het zijn dure uitvoeringen.’
Bakker neemt het bezoek mee naar een hoek van het bedrijf, waar zeven BMW’s staan, met zwarte doeken uit het zicht gehouden van overige klanten, afkomstig van het verdoemde schip. Er staan een 430i Cabrio, enkele SUV’s en een elektrische directiewagen i7 eDrive60 Limousine, inclusief elektrisch inklapbare, reusachtige breedbeeldtelevisie voor de achterpassagiers. De cataloguswaarde van de i7 loopt richting de twee ton.
Deze voertuigen ogen inderdaad krakend vers en de twee auto’s waarin de verslaggever plaatsneemt, ruiken niet naar brand. De overige voertuigen staan op een parkeerterrein in Moerdijk en zijn alleen op foto’s gezien.
De koop werd gesloten met het bedrijf Dolphin Maritime & Aviation, dat optrad in opdracht van de verzekeraar van de partij, de South China Insurance Company Ltd. Dolphin had eerder visueel onderzoek laten doen naar de staat van de auto’s door het gespecialiseerde Sedgwick. Uit een voorlopig rapport van 25 september vorig jaar komt geen geruststellend beeld naar voren van de staat van de voertuigen. ‘Onder de motorkap van elke auto lag een laag roet op de motor en omliggende onderdelen’, staat er. Ook treft het bedrijf roet en ander vuil aan in en rond de inlaten van de verbrandingsmotoren en van aircosystemen.
Sedgwick maakt zich zorgen over mogelijke giftigheid van de aanwezige stoffen. ‘Men mag redelijkerwijs aannemen dat risico’s van deze vervuiling van het interieur van de auto’s jarenlang zullen blijven voortbestaan’, luidt de sombere conclusie.
Ook zijn er zorgen over mogelijke schade als gevolg van de hitte. ‘Die heeft mogelijk niet alleen invloed op de levensduur van rubbers en afdichtingen, maar wellicht ook op de lijm die de ramen op hun plaats houdt.’
Sommige onderdelen van de buitenzijde van de auto’s die oorspronkelijk wit waren, zijn nu verkleurd, stelt het rapport. Giftige gassen die bij de brand zijn vrijgekomen, kunnen daarnaast leiden tot versnelde corrosie van sommige onderdelen, ook op plaatsen die niet zichtbaar zijn, aldus Sedgwick.
In een bijzin staat nog meer slecht nieuws: ‘Het feit dat een van de elektrische Mercedessen, die nog steeds aan boord stond op dek 1 (het laagste dek dat het verst verwijderd was van de brand, red.) spontaan in brand vloog tijdens ons onderzoek, toen het schip al lag afgemeerd in de Eemshaven, bevestigt onze zorgen.’
Deze auto’s zijn waardeloos, constateert het rapport. Vanwege de veronderstelde vervuiling zouden zelfs onderdelen onverkoopbaar zijn. Sterker: ‘De potentiële schrootwaarde van deze voertuigen moet als negatief worden beschouwd.’
Onder meer op basis van dit rapport waarschuwt fabrikant BMW op 17 oktober ‘bergers en/of andere partijen’ die van plan zijn voertuigen te verkopen dat de auto’s en onderdelen ‘gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid en personen en/of het milieu ernstig kunnen verwonden en/of schaden’. Het concern roept de autoriteiten op ervoor te zorgen dat de voertuigen of onderdelen ervan niet op de markt komen.
BMW trekt dus een volstrekt andere conclusie dan de nieuwe eigenaren, die de voertuigen tien dagen later kopen via het bedrijf Womy Equipment Supply, onderdeel van Peinemann en actief in dezelfde branche.
Volgens de nieuwe eigenaren heeft BMW een auto onderzocht die niet tot ‘hun’ voertuigen behoort en is het daarmee niet representatief. Ze laten zelf ook onderzoek doen naar de staat van hun BMW’s, onder meer door de gezaghebbende Duitse TÜV Nord en door bandenfabrikant Michelin.
TÜV concludeert op basis van zes voertuigen die willekeurig door een notaris zijn gekozen, dat ‘blootstelling aan brand en/of rook en/of hitte gezien de staat van de voertuigen is uitgesloten’. De auto’s verkeren volgens het onderzoek, dat is ingezien door de Volkskrant, in ‘nieuwstaat’. Een ander specialistisch bedrijf Koalab, onderzoekt zeven andere voertuigen op de aanwezigheid van roet. In de voertuigen wordt niets aangetroffen en is er ook ‘geen roetpenetratie via de ventilatieroosters’.
Ook het Zwitserse SGS, een certificerings- en onderzoeksinstantie, kijkt naar de aanwezigheid van onder meer zware metalen, chloor, dioxine en PFAS. Conclusie: bij slechts een auto is een concentratie gemeten met ‘zeer tot extreem lage’ vervuiling.
Ook uit onderzoeken naar corrosie en ‘thermische degradatie’ (schade door hitte) komen geen zorgwekkende zaken naar voren. Michelin constateert op zijn beurt geen verkleuringen of andere afwijkingen aan de banden en stelt vast dat diverse markeringen en stickers nog op de banden zitten, een teken dat deze niet aan hitte zijn blootgesteld. Ook is het rubber niet verhard, een teken dat er geen hoge temperaturen hebben geheerst.
BMW laat in het koopcontract tussen Pan German en Womy Equipment van 27 oktober noteren dat de fabrikant vindt dat de voertuigen noch onderdelen ervan veilig te gebruiken zijn. Peinemann en Bakker zien dit anders. Volgens hen heeft BMW hen alleen laten weten dat ze eventuele kopers op de hoogte moeten stellen van het feit dat de auto’s afkomstig zijn van de Fremantle Highway en dat BMW afziet van elke vorm van garantie – twee voorwaarden waarmee ze akkoord gaan.
In november komen de kopers en BMW bijeen voor overleg, als het autoconcern heeft gehoord dat de kopers de auto’s op korte termijn op de Nederlandse markt willen gaan verhandelen. BMW maakt daartegen bezwaar onder verwijzing naar het eigen onderzoek. Enkele dagen later herhaalt het bedrijf zijn verzet.
Omdat Peinemann en Bakker geen gehoor geven, laat BMW begin december beslag leggen op de voertuigen. De dag voor Kerst bezorgt een deurwaarder de beslaglegging bij de mannen thuis. Ook stuurt BMW een elektronisch bericht naar de boordcomputer van alle auto’s. Op het beeldscherm in de cabine staat nu dat het voertuig is blootgesteld aan vuur en dat het mogelijk een risico vormt voor inzittenden en andere weggebruikers.
BMW begint ook een bodemprocedure om de verkoop te stoppen. Dit gebeurt op grond van de veiligheid, maar ook vanwege zogenoemde inbreuk op merk- en modelrecht. In niet-juridische taal: BMW heeft het eerste recht om te bepalen wie zijn auto’s binnen Europa mag verkopen. Normaal gesproken zijn dit de dealers. Is een auto eenmaal verkocht, dan is ze vanaf dat moment tweedehands en staat het iedereen vrij ze opnieuw te verkopen. In dit geval, stelt BMW, zijn de auto’s formeel niet verkocht via een dealer, en kan het concern Peinemann en Bakker op grond van de Europese wet verbieden de auto’s aan de man te brengen.
De advocaat die beide mannen inmiddels in de arm hebben genomen, Timme Geerlof van Windt Le Grand Leeuwenburgh Advocaten, bestrijdt deze visie. Doordat BMW de auto’s heeft verkocht aan Pan German met leveringsplaats München, is volgens Geerlof sprake van ‘een verkoophandeling in Europa’ en is hiermee het merk- en modelrecht uitgeput’. BMW kan, stelt Geerlof, verdere verkoop daarom niet meer verbieden: ‘Deze auto’s zijn in feite occasions in nieuwstaat met nul kilometer op de teller.’
Peinemann en Bakker mogen de auto’s gewoon verkopen, en met een kort geding probeert de advocaat het beslag op te heffen. Peinemann en Bakker laten intussen aan BMW weten dat ze bereid zijn de auto’s buiten de EU te verkopen, maar hiermee gaan de Duitsers niet akkoord.
De rechtbank stelt BMW in het kort geding voorlopig in het gelijk: de voertuigen zijn niet in de EER (de Europese Unie plus nog een aantal landen) in de handel gebracht, waardoor van zogenoemde uitputting geen sprake is. Bovendien, stelt de voorzieningenrechter, heeft BMW iedereen die bij de berging betrokken was laten weten dat het zich verzet tegen het in de handel brengen van de auto’s die op het doemschip stonden en is dit ook in de verkoopovereenkomst opgenomen. Peinemann en Bakker hadden dit kunnen weten en mogen de auto’s daarom in afwachting van de bodemprocedure niet te koop aanbieden, oordeelt de voorzieningenrechter. BMW hoeft de verstuurde melding over de brand ook niet te herroepen, zoals hun advocaat had geëist.
Het is lang niet zeker of BMW nog aanspraak kan maken op het merkenrecht in deze zaak, zegt Dirk Visser, hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit van Leiden en advocaat in Amsterdam. Volgens Visser, niet betrokken bij de zaak, is het de vraag of de auto’s verkocht zijn in de EER. De bestemming was immers Taiwan, zegt hij. ‘De voertuigen waren niet meer van BMW en zijn niet in de EU in het handelsverkeer gebracht.’
Als er dus sprake is van uitputting, zoals de raadsheer van Peinemann en Bakker stelt, kan BMW verdere verkoop niet verbieden, tenzij de toestand van het product is verslechterd, aldus Visser. ‘Dat laatste is de interessante vraag.’
Over de staat van de auto’s deed de Haagse rechter geen uitspraak omdat een oordeel hierover niet past in het bestek van het kort geding.
BMW wil zolang het proces duurt niet reageren op vragen van de Volkskrant. Het concern houdt het bij een korte verklaring: ‘Wij zijn verheugd dat de rechtbank van Den Haag op 15 juli 2024 in ons voordeel heeft beslist en dat de voertuigen van BMW Group in beslag blijven. Dit zorgt ervoor dat, in ieder geval totdat er een beslissing is genomen in de hoofdzaak, geen voertuigen die door ons zijn geclassificeerd als voertuigen met aanzienlijke veiligheidszorgen op de markt worden gebracht.’
Peinemann en Bakker gaan in hoger beroep. De mannen hebben haast, omdat de stalling van de 260 BMW’s dagelijks geld kost en ze bij het verstrijken van de tijd ook in waarde verminderen. Een eventuele bodemprocedure kan volgens hen zomaar anderhalf tot twee jaar duren.
Wat als ze de zaak verliezen? Wat moeten de ondernemers dan aan met de auto’s? ‘Ik wil daar niet aan denken’, zegt Bakker. ‘Het zou zonde zijn om zulke mooie auto’s te vernietigen’, vult Peinemann aan. ‘Het enige wat we dan kunnen, is er een museum van maken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant