De wereld staat in lichterlaaie, maar we moeten het even hebben over iets kleiner geopolitiek leed, een waarin Nederland een niet al te heldhaftige rol heeft gespeeld.
Eerder deze week werd in Marokko het Troonfeest gehouden, een jaarlijks terugkerend moment waarop gevierd wordt dat koning Mohammed VI sinds 1999 alleenheerser is. Op elk Troonfeest is het de gewoonte dat de monarch eens even flink over zijn hart strijkt en een lading gevangenen de vrijheid gunt.
Wonderlijke praktijk heb ik dat altijd gevonden. Rechtsstaat be damned, denkt de koning op die dag. Mijn feestje, mijn juridische willekeur. Ook andere ongerijmdheden vinden plaats op het Troonfeest: de vrijlating van mensen die om te beginnen nóóit in de gevangenis hadden moeten zitten. Mensen bijvoorbeeld die louter vanwege hun politiek of journalistiek werk achter slot en grendel verdwenen.
Over de auteur
Hassan Bahara is sinds 2021 media- en cultuurredacteur van de Volkskrant en deze zomer columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Een van hen is de onbevreesde onderzoeksjournalist Omar Radi, die naam maakte met onthullend werk over grootschalige corruptie en mensenrechtenschendingen.
Vier jaar gevangenschap heeft Radi erop zitten, gebaseerd op twijfelachtige verdenkingen, in elkaar geknutseld door politieke machthebbers die vooral het journalistieke werk van Radi vreesden. Afgelopen dinsdag kon hij eindelijk zijn familie weer omhelzen.
Op papier werd Radi veroordeeld voor verkrachting en spionage. Mijn collega Dion Mebius (correspondent Spanje en Marokko) wees er in zijn werk al fijntjes op dat verkrachting een misdrijf is waarvoor ‘kritische journalisten in Marokko met opvallend grote regelmaat achter tralies belanden’.
Van de spionageverdenking die Radi ten laste is gelegd, deugt ook weinig. En hier komt Nederland, en de nogal laffe rol die het heeft gespeeld, om de hoek kijken. Radi zou volgens de aanklacht een spion zijn geweest voor de Nederlandse autoriteiten. In 2016 en 2017, toen er demonstraties voor betere economische vooruitzichten in de Rif-regio uitbraken, zou Radi geheime inlichtingen hebben doorgespeeld aan de Nederlandse autoriteiten.
Ook in Marokko is het freelancejournalistenbestaan geen vetpot. Wellicht stond Radi echt op de loonlijst voor Nederland. Maar dat kan alleen blijken als daar bewijs voor geleverd wordt. En dat gebeurde tijdens de rechtszaak tegen Radi geen moment, schrijft collega Mebius.
Nederland had hier een helpende hand kunnen uitsteken. Het had de spionagebeschuldiging in ieder geval kunnen afzwakken door luid en duidelijk te stellen dat Radi echt niet dubbelagentje voor Nederland aan het spelen was.
Ook Radi’s ouders hadden de Nederlandse autoriteiten om een dergelijk gebaar gesmeekt, maar Nederland gaf geen sjoege. Achteraf beweerde de Nederlandse ambassadeur in Rabat dat de gemailde smeekbede van Radi’s ouders over het hoofd was gezien. En ook van de Nederlandse belofte om de rechtszaak tegen Radi op de voet te volgen kwam niets terecht.
Pas na Radi’s veroordeling liet Nederland weten dat het ‘zich niet herkende’ in ‘de vermeende spionageactitviteiten’ die de onderzoeksjournalist in de cel hadden doen belanden.
Waarom, vraag je je af, zo bangig wegduiken? Waarom niet in woord en daad laten zien dat je werkelijk geeft om mensenrechten en een eerlijk strafproces? Omdat, zo bleek in de nasleep van de strafzaak tegen Radi, we het Marokko niet al te moeilijk moeten maken als we af willen van uitgeprocedeerde asielzoekers uit Marokko. Zet een hoge borst op over Radi en we blijven zitten met asielzoekers die je politieke punten kosten als je ze niet snel op het vliegtuig naar Rabat kunt zetten.
Zo cynisch en laf werkt het dus. En arme Radi werd op dat politiek altaar geslachtofferd. Schaamte voor zowel mijn geboorte- als thuisland (Marokko en Nederland) vervult mij als ik daarover nadenk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant