Mijn Turkse oma was gewend om ’s zomers de hele dag boomkrekels te horen. Tegenwoordig hoort ze hijskranen en bouwverkeer. In de wintermaanden woont Nanne – zo noemen we haar – in Mersin. Een stad met zo’n twee miljoen inwoners aan de zuidkust van Turkije. In de zomer ontvlucht ze de stadse hitte en drukte en gaat ze naar de bergen; yayla, zoals berggebieden in het Turks heten.
In Nannes yayla zaten kortgeleden hooguit een paar kleine bakkerswinkels, kruideniers en slagerijen. Op het dorpsplein rook het naar vers gebakken brood en dennenbomen. Nu vooral naar uitlaatgassen. Sinds kort heeft elke grote supermarktketen er een vestiging. Bij die megawinkels staat een file voor de parkeerplaats en een lange rij bij de kassa. Vrachtwagens met bouwmaterialen blokkeren de smalle wegen, voor de talloze nieuwe huizen die worden gebouwd.
Na de aardbeving die 6 februari vorig jaar tienduizenden mensen in Turkije en Syrië het leven kostte, kochten stadsbewoners van Mersin massaal huizen in de nabijgelegen berggebieden. Wie geen geld had om een huis te kopen, kocht een stukje grond en zette daar een wooncontainer op. In de bergen ben je veilig, is de gedachte.
De aardbeving trof Mersin (op zo’n 300 kilometer van het epicentrum) niet noemenswaardig, maar inwoners voelden alle schokken met de rest van Zuidoost-Turkije mee. Bij Nanne thuis zit nog steeds een dikke scheur in de keukenmuur. Destijds was ik erg bezorgd.
Tegenwoordig realiseer ik me soms dat ik zelden nog aan de aardbeving denk en schaam ik me. Apathisch vind ik het van mezelf, dat een gebeurtenis die mijn familie nog elke dag angstig maakt slechts eens in de zoveel tijd door mijn hoofd gaat. Hoe groot die angst is, merk ik pas als ik een jaar na de aardbeving in Mersin ben. Bij de voordeur van mijn oma vind ik een tas met daarin medicijnen, contant geld, kleren, een zaklamp, een fluitje en een draagbare radio. De ‘aardbevingstas’ noemt ze die. Het fluitje zit er in om bij zoekacties geluid te kunnen maken vanonder het puin, de radio om te horen wat hulpdiensten doen.
Op straat spreekt mijn tante erover met vreemden. „Je komt uit Hatay [een van de zwaar getroffen steden]? Hoe gaat het met je?” De jongen heeft meerdere familieleden verloren. Hij is naar Mersin uitgeweken omdat zijn huis is ingestort.
Mijn tante kocht net als veel anderen een huis in yayla om er het hele jaar te gaan wonen. In het voorjaar liepen we er samen doorheen. „Daar moet nog een centrale verwarming komen. De vorige bewoners waren hier alleen in de zomer.”
Het voelde veilig voor haar om weg te zijn uit Mersin. De stad staat vol met hoogbouw, net als de steden die door de aardbeving werden verwoest. Zelf woonde ze op de twaalfde etage. In yayla hebben huizen hooguit een of twee verdiepingen, met grote tuinen eromheen. Minder hoge gebouwen, en dus minder puin.
Maar een aardbeving in Nannes yayla? Dat is sowieso nog nooit gebeurd.
Tot een maand geleden: 4.2 op een schaal van Richter. Het epicentrum lag op een onverwachte plek, ver van eerdere epicentra. De schokken waren in yayla heftiger dan in de stad Mersin.
Mijn moeder belde me de volgende ochtend. Maak je geen zorgen, zei ze. Iedereen is oké, maar misschien kan je Nanne even bellen?
Sezen Moeliker vervangt twee weken lang Ellen Deckwitz.
Source: NRC