Home

Corbeau is blij dat hij niet is gestopt met zwemmen na bronzen plak: ‘Behoorlijk surrealistisch’

Iets meer dan een jaar geleden dacht Caspar Corbeau eraan om te stoppen met zwemmen, maar in Amsterdam vond de Amerikaanse Nederlander de liefde voor het zwemmen terug. In Parijs snelde hij naar brons op de 200 meter schoolslag.

Elke keer als Leon Marchand zijn hoofd boven het water steekt, stoot het publiek in de La Defense Arena een brul uit. De Franse fans slaan zo het ritme dat hun favoriet aanhoudt. Niet ver achter hem zwemt Caspar Corbeau en hoewel het gejuich tijdens de 200 meter schoolslag niet voor hem is, wordt ook hij erdoor voortgestuwd. Als hij na het aantikken zijn hoofd naar het scorebord draait, valt zijn mond open van verbazing. Brons.

Onderweg had hij geen idee. Hij zag Marchand wel vooruitsnellen en ook dat de Australiër Zac Stubblety-Cook bij hem in de buurt lag. Maar niet dat hij zelf bijna de hele race op plek drie lag, en zelfs nog even op de tweede stek. Marchand noteert 2.05,85, wint afgemeten. Stubblety-Cook pakt zilver in 2.06,79 en Corbeau 2.07,90. ‘Awesome’, zegt hij na afloop. ‘Behoorlijk surrealistisch.’

Een dik jaar geleden was de liefde die Corbeau voelde voor het zwemmen zover afgenomen dat hij eraan dacht te stoppen. ‘Dat gebeurde na jaren waarin ik me niet meer verbeterde, ongelukkig was met hoe ik presteerde. Ik raakte gefrustreerd, dacht: als ik er geen plezier in heb, wat ben ik dan aan het doen?’

Voordat hij echt afscheid wilde nemen, wilde hij nog een andere koers varen. Hij verhuisde naar Amsterdam. Voor de meeste Nederlandse zwemmers is dat geen groot offer, maar voor Corbeau was het een verhuizing van 5.000 kilometer.

Over de auteur

Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

Zijn grootouders vertrokken eind jaren ‘50 naar de VS en hij groeide op Californië en Oregon, ging studeren in Texas. Al zeven jaar geleden besloot hij internationaal voor Nederland uit te komen. De concurrentie in het land van zijn grootouders was kleiner, er lagen meer kansen. Maar hij bleef wel in Amerika trainen en zwemmen, tot na zijn afstuderen vorig jaar.

‘Oranje boven’

Al veel eerder liet hij ‘oranje boven’ op zijn arm tatoeëren. Een leus die hij steeds hoorde bij zijn eerste wedstrijd voor Nederland, een motto dat voor hem staat voor het warme welkom dat hij kreeg. Daar zagen ze in de boomlange vent, 2 meter lang en schoenmaat 50, wel wat.

In Amsterdam, bij de groep van Mark Faber, zit hij op zijn plek. Dat is een belangrijke verklaring voor zijn progressie van het afgelopen jaar, voor het plezier dat hij hervond in zijn sport. Bij de WK in Doha pakte hij al zilver op de 200 meter schoolslag. ‘Die verhuizing van 5.000 kilometer was een goede beslissing.’

Eerder tijdens de Spelen liep Corbeau een medaille op de 100 meter schoolslag mis. Hij was razendsnel in de halve finale, maar kwam in de eindstrijd niet verder dan de achtste plek. Dat was een domper, maar hij besloot om elk negatieve emotie uit te bannen. Wat gebeurd was, was gebeurd. ‘Ik richtte me op waar ik goed in ben.’

Zijn kijk op de toekomst is in de afgelopen maanden helemaal omgeslagen. ‘Het gaat om een paar dingen. Of ik er plezier in heb, of het financieel haalbaar is en of ik succes boek. Op dit moment kan ik dat allemaal afvinken, dus ik denk dat ik nog wel blijf zwemmen’, zegt hij met een lach.

Als Marchand uit het bad klimt, zetten de Franse fans ‘Je t’aime’ in. De hit uit 1969 van Johnnie Hallyday. Het gezang uit duizenden kelen is wederom niet voor Corbeau bedoeld, maar het had wel gekund. Voor de man die weer hartstochtelijk van zwemmen houdt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next