Net toen ik me begon af te vragen of ik door de hitte bevangen was en ijlend van olympische koorts ontwaakte in alweer een droom van een dag, kwam dagblad Le Parisien met uitsluitsel.
Voor mijn gezondheid bleek ik niet te hoeven vrezen. Dat merkwaardige gevoel van lichtheid, optimisme, euforie zelfs, dat ik in de stad dacht te bespeuren, bleek geen illusie. ‘Er hangt een geur van geluk in de straten van Parijs’, schreef de krant woensdagochtend. ‘Que c’est bon de vibrer’ – wat is het heerlijk om te trillen van opwinding (en vergeef me deze vertaling, die de schoonheid van de zin wellicht wat geweld aandoet).
Merkwaardig, want euforie is een emotie die zich in Frankrijk niet gemakkelijk laat etaleren. De Fransen staan bekend als wereldkampioen pessimisme en in de maanden voorafgaand aan de Olympische Spelen werd het doemdenken en mopperen tot ware kunst verheven.
Twee dagen voorafgaand aan de openingsceremonie zocht ik met sportfotograaf Klaas Jan van der Weij nog naarstig naar sfeer in de stad. We kwamen niet veel verder dan vlaggetjes en banners, en zelfs die maakten in zachtroze en vaalblauw een fletse indruk.
Het leek meer op de vergeten restanten van een lang vervlogen verjaardagsfeest dan de opmaat naar een bruisend volksfestijn (en met vijftien Spelen op de teller heeft Klaas Jan enig vergelijkingsmateriaal).
Maar vrijdagavond is er onmiskenbaar iets ontstoken. Inmiddels hebben zo veel mensen me verteld dat ze hebben gehuild bij de openingsceremonie, dat ik behalve de kijkcijfers (in Frankrijk ruim 22 miljoen) ook graag de geplengde tranen in getallen uitgedrukt zou zien.
De talloze politieagenten en militairen die door de stad patrouilleren, zijn bijna hartelijk te noemen. En in de fanzone waar ik zondagavond Fransman Léon Marchand naar goud zag zwemmen, werd dusdanig hard gejuicht dat de finale van het WK voetbal van twee jaar geleden er gemakkelijk bij verbleekt.
Parijs is in de winning mood. Franse sporters slepen medaille na medaille in de wacht, en woensdag bleek zelfs de waterkwaliteit van de Seine goed genoeg om de triatlon door te laten gaan, iets wat tot voor kort nog waanzin leek.
Het heeft iets aandoenlijks, die zomerzucht van verlichting in de stad. Het maakt voelbaar hoe belangrijk trots en hang naar grootsheid zijn in de Franse cultuur. Iedereen zal zich later herinneren waar hij of zij was, tussen 26 juli en 11 augustus, schreef Le Parisien woensdagochtend. ‘Ze zullen zich deze dolle zomer herinneren waarin Frankrijk schitterde.’
Dat geldt ook buiten Parijs: de Zuid-Franse regiokrant La Dépêche sprak zelfs van de Spelen als ‘collectieve therapie’ voor een land dat voortdurend over de eigen capaciteiten twijfelt en bezorgd is over de toekomst. ‘Door dit schitterende Frankrijk te tonen, dat de wereld nog altijd iets te vertellen heeft, brengen ze ons zelfvertrouwen terug.’
De Parijse burgemeester Anne Hidalgo beraamt zich alvast op hoe dat gevoel te bestendigen. Ze overweegt de luchtballon waarin vrijdag het olympisch vuur werd ontstoken, en die nog altijd te bewonderen is boven de Jardin des Tuileries, tot een permanente expositie te maken.
Die vlam is overigens geen echt vuur: het is een illusie van vlammen, gemaakt met led-spots die een mistwolk uit tweehonderd hogedruksproeiers verlichten. De luchtballon is een ode aan Franse pioniers die vanaf eind achttiende eeuw met luchtballonnen experimenteerden.
Een permanente illusie als herinnering aan de Olympische Spelen die grootsheid terug bracht in Parijs. Wat een prachtig symbool zou dat zijn voor het belang te durven dromen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant