Home

‘Een magisch moment.’ Dubbelvier maakt faam waar als vlaggenschip van de roeivloot

De ene helft van de dubbelvier, Tone Wieten en Koen Metsemakers, wist al hoe een olympische titel voelt. De andere twee, Finn Florijn en Lennart van Lierop, sinds woensdagmiddag ook. ‘Een magisch moment.’

‘Laat me maar alleen met mijn stress’, zegt roeibondscoach Eelco Meenhorst tegen zijn collega-stafleden. Het is half een grap, half de waarheid. Hij heeft een hoekje gevonden, half onder de tribune aan de roeibaan in Vaires-sur-Marne waar hij het grote beeldscherm kan zien en hij afgezonderd is van alles en iedereen. Met de armen over een plastic doek ziet hij hoe de mannen in de dubbelvier aan hun gouden race beginnen.

Hij ziet ze liggen bij de start: vier gespannen koppies met zonnebrillen op. Dit is het vlaggenschip van de Nederlandse roeivloot: Lennart van Lierop, Finn Florijn, Tone Wieten en Koen Metsemakers.

Ze doen wat het plan is. Snel starten, consolideren op het middelste stuk, en dan in het laatste kwart van de 2.000 meter lange roeibaan het tempo weer opvoeren. Geen moment kan de concurrentie hopen op meer dan zilver. Voor het eerst prolongeert een Nederlandse boot een olympische titel.

Geoliede machine

Maar ook al was het dezelfde boot, de bemanning is in Parijs niet hetzelfde als toen. Van Lierop (30) maakt pas een paar jaar deel uit van het bondsprogramma. Florijn (24) was als skiffeur na de series met corona in een hotel opgesloten. Alleen Wieten (30) en Metsemakers (32) waren er wel bij in Tokio.

Over de auteur

Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

‘Deze cyclus was wel anders’, zegt Wieten na de race. ‘We waren al olympisch kampioen, we waren al wereldkampioen. Om het dan nog een keer te doen, is wel een stapje extra. Dat was de grote spanning: gaat het lukken?’

Die vraag is er altijd, weet Wieten. Want hoewel de vier mannen als een geoliede machine ogen, gaat het niet altijd zoals ze willen. Zeker in de voorbereiding is het altijd zoeken naar het juiste ritme, de juiste vorm.

‘Elke wedstrijd die je met elkaar vaart en elk trainingsblok dat je met elkaar doet, zitten er goede momenten bij waarbij je denkt: dit begint toch wel echt ergens op te lijken. Maar ja, met vermoeidheid komt soms ook wat minder lekker roeien naar voren’, vertelde Wieten eerder dit jaar.

Compassie

Op de roeibaan net buiten Parijs was dat niet anders. De voorrondes waren goed, maar niet geweldig. ‘We lieten nog niet het beste roeien zien, maar we worden met de dag fitter richting zo’n finale’, zegt Wieten met de gouden medaille om zijn nek. Zoals wel vaker is de druk ook goed voor een verhoogde concentratie en een nauwkeurigere uitvoering in de boot. ‘In de finale komt het goed bij elkaar.’

Het kwartet van Parijs boekt hetzelfde resultaat, maar er is wel een iets andere dynamiek in de groep. Iets minder hard voor elkaar, iets meer compassie. ‘De boot van Tokio werd rupsje nooitgenoeg genoemd’, zegt Metsemakers na afloop. ‘Dat zit er nog steeds een klein beetje in. Dat is ook nodig, je moet elkaar pushen, maar we hebben ook verse jongens, verse gasten erbij. Dat geeft frisse energie.’

Van Lierop, één van de twee ‘verse gasten’, vult hem aan. ‘Wat Koen zegt: je moet altijd blijven pushen. Ik denk dat wij dat op een positief kritische manier ingestoken hebben. Het mag soms schuren, maar we hebben nooit een bedompte sfeer gehad. En dat leidt tot dit resultaat.’

Opjutten

Voor Wieten was die nuance een belangrijke les uit Tokio. Hoe jut je elkaar op, zonder elkaar de maat te nemen. ‘Het moeilijke daaraan is toch wel, als je zelf ook moe bent, om dan dat positieve niet alleen te blijven inzien, maar ook te blijven uitstralen’, vertelde hij in het voorjaar.

In Parijs bleef dat belangrijk voor Wieten, die het commando in de boot heeft. ‘Ik ben er heel bewust mee bezig geweest hoe we scherp op elkaar kunnen zijn, maar wel met een positieve noot.’

Een goede teamgeest was in de dagen voor de finale extra belangrijk omdat Metsemakers kampte met ‘persoonlijke tegenslag’, waarover hij niet wilde uitweiden. Hij vertelt wel hoe goed hij zich gesteund had gevoeld door zijn team. Wieten vindt dat niet meer dan logisch: ‘Koen en ik roeien sinds 2019 in de dubbelvier. Wij kennen elkaar door dik en dun.’

Meenhorst ziet vanuit zijn hoekje de boot naar de finish komen. Pas een kleine honderd meter voor de lijn van luchtbelletjes, weet hij dat het goed komt. In de boot voelt Florijn ietsje eerder al iets van die opluchting. ‘Maar we hadden afgesproken door te gaan totdat we zeker, zeker over de finish zouden zijn.’

Nu weten Florijn en Van Lierop hoe het is om een gouden olympische medaille om de nek te hebben. En maakten Wieten en Metsemakers die vreugde nog eens mee. ‘Het blijft een uniek gevoel. Het is een tweekilometerwedstrijd op water, dat doe je heel vaak. Maar dit blijft een magisch moment. Daar ruil je zo al je andere medailles voor in’, zegt Metsemakers. ‘Behalve die van Tokio natuurlijk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next