Home

Opinie: We moeten kritischer kijken naar de bronnen van onze verontwaardiging

Zowel links als rechts gebruikt kunstmatige controverses om hun agenda te pushen en de publieke opinie te beïnvloeden. We zouden juist bruggen moeten bouwen tussen verschillende perspectieven, betoogt Sander Duivestein.

De recente ophef rond de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs toont een schoolvoorbeeld van ‘gefabriceerde verontwaardiging’. Een scène die Leonardo da Vinci’s Het Laatste Avondmaal leek te parodiëren, vormde het middelpunt van de controverse.

Meerdere performers, waaronder dragqueens, poseerden achter een lange tafel met de Eiffeltoren op de achtergrond. Een centrale figuur met een zilveren hoofdtooi, die deed denken aan Jezus’ aureool in traditionele afbeeldingen, maakte een hartgebaar voordat de groep in dansen uitbarstte. Later werd een grote serveerschaal ten tonele gebracht, waarop een schaars geklede, blauw geschilderde man lag, die de Griekse god Dionysus moest voorstellen.

Over de auteur

Sander Duivestein werkt voor het VerkenningsInstituut Nieuwe Technologie van Sogeti. Hij schreef in 2021 het boek Echt Nep.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Context

De keuze voor Dionysus was doordacht. In de Oudheid stond hij symbool voor transformatie, het doorbreken van sociale normen en het vieren van verschillen. Zijn aanwezigheid in deze moderne interpretatie onderstreept de boodschap van diversiteit en inclusie die de organisatoren wilden uitdragen. Door Dionysus te plaatsen in een context die doet denken aan Het Laatste Avondmaal, benadrukten ze de absurditeit van geweld tussen mensen, een thema dat resoneert met de vredesboodschap van de Olympische Spelen.

Deze provocatieve interpretatie werd echter door rechtse politici en opiniemakers aangegrepen om een breder narratief van ‘woke-propaganda’ te construeren.

Het is zorgwekkend dat een evenement dat bedoeld is om eenheid en sportiviteit te vieren, wordt gebruikt als brandstof voor politieke en culturele verdeeldheid. De intensiteit van deze controverse heeft zelfs geleid tot het verwijderen van de openingsceremonie van YouTube en het terugtrekken van een sponsor. Dit toont aan hoe krachtig kunstmatige ophef kan zijn in het beïnvloeden van beslissingen en het beperken van toegang tot informatie.

Maar laten we niet denken dat dit fenomeen zich beperkt tot één kant van het politieke spectrum. De linkerzijde toonde zich deze week eveneens bedreven in het creëren van kunstmatige ophef, zoals blijkt uit de recente controverse rond J.D. Vance, de running mate van Donald Trump.

Waarheidsvinding

Ongefundeerde geruchten over Vance’s vermeende seksuele escapades met een bankstel en interesse in dolfijnenporno werden gretig verspreid, ondanks het gebrek aan enig bewijs. Het persbureau AP moest zelfs een ‘factcheck’ over de bankstelbeschuldiging terugtrekken. Het doel lijkt hier niet zozeer waarheidsvinding, maar eerder het ondermijnen van Vance’s geloofwaardigheid.

Zowel links als rechts gebruikt kunstmatige controverses om hun agenda te pushen en de publieke opinie te beïnvloeden. Memes spelen hierbij een cruciale rol. Of het nu gaat om spottende afbeeldingen van de Olympische ceremonie of creatieve interpretaties van Vance’s vermeende voorkeuren: ze vatten complexe verhalen samen in pakkende beelden, waardoor controversiële ideeën snel verspreid worden.

De structuur van sociale media versterkt dit effect. Algoritmen promoten inhoud die veel interactie genereert. Hierdoor krijgen sensationele en verontwaardigde berichten meer aandacht. Dit leidt tot een oververtegenwoordiging van extreme standpunten. Bovendien creëren deze platforms echokamers die bestaande opvattingen bevestigen en polarisatie versterken.

Echoputten

Deze trend van gefabriceerde verontwaardiging, gevoed door memes en versterkt door de echoputten van sociale media, ondermijnt het publieke debat en draagt bij aan de toenemende polarisatie in onze samenleving. In plaats van ons te richten op wezenlijke kwesties, zoals klimaatverandering, economische uitdagingen, oorlogsconflicten, vluchtelingencrises, et cetera, verliezen we ons in triviale controverses die vaak meer zeggen over onze eigen vooroordelen dan over de werkelijkheid.

Mediacriticus Neil Postman waarschuwde al in 1985 voor deze ontwikkeling in zijn werk Amusing ourselves to death. Hij stelde dat televisie alles reduceerde tot simpele soundbites en entertainment. In het huidige digitale tijdperk zijn deze inzichten nog
relevanter. Sociale media vereenvoudigen complexe kwesties tot pakkende koppen en memes, ten koste van nuance en analyse. Bovendien draagt dit bij aan een groeiende culturele ongeletterdheid, waardoor de diepgang van het maatschappelijk debat verder afneemt.

Postman’s woorden klinken profetisch: ‘Wanneer een volk wordt afgeleid door trivia, wanneer het culturele leven wordt geherdefinieerd tot een een eindeloze reeks vermakelijkheden, wanneer serieuze publieke conversatie een vorm van babygebrabbel wordt, wanneer, kortom, een volk een publiek wordt, en zijn bestuur een circusact, dan bevindt een natie zich in gevaar: een cultuurdood is een reële mogelijkheid.’

Internettijdperk

Zijn vrees dat we onszelf ‘dood zouden amuseren’ lijkt in het internettijdperk werkelijkheid te worden. De gefabriceerde verontwaardiging die we vandaag de dag zien, is een direct gevolg van deze cultuur waarin entertainment en sensatie de boventoon voeren in het publieke discours.

Het is hoog tijd dat we als samenleving kritischer kijken naar de bronnen van onze verontwaardiging. We moeten leren onderscheid te maken tussen oprechte zorgen en kunstmatig opgeblazen controverses. Alleen door bewust te zijn van deze mechanismen kunnen we ons wapenen tegen manipulatie en terugkeren naar een meer constructief maatschappelijk debat.

De ware uitdaging ligt niet in het vinden van nieuwe redenen voor verontwaardiging, maar in het bouwen van bruggen tussen verschillende perspectieven.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next