De kinderboekenserie De Kameleon (totale oplage: 15 miljoen boeken!) bestaat deze maand 75 jaar. Hoe zag die idyllische wereld van de blonde tweeling en hun bonkige boot er eigenlijk uit?
De Tweede Wereldoorlog dreunt in Nederland nog na als in 1948 een Friese timmerman, Hotze de Roos, vanuit Krommenie op de fiets een manuscript naar de Alkmaarse uitgeverij Kluitman brengt – zijn eerste, het zouden er zestig worden. De schriftelijke reactie later van de uitgever, op 22 september, is positief.
‘We hebben met veel genoegen kennis genomen van uw manuscript, getiteld Hielke en Sietse. We geloven wel, dat wij tot uitgave hiervan zouden kunnen besluiten’.
De Roos is begonnen aan wat de best verkochte reeks kinderboeken uit de Nederlandse geschiedenis zal worden, De Kameleon, een omvangrijke vertelling van ruim een halve eeuw over de avonturen van een eeneiige, blonde tweeling, Hielke en Sietse Klinkhamer, en hun veelkleurige, lompe boot, de Kameleon.
Over de auteur
Paul Onkenhout is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media, muziek en populaire cultuur.
Voor zijn eerste manuscript ontvangt De Roos 250 gulden. De titel van zijn debuut wordt op aanraden van Kluitman aangepast. De schippers van de Kameleon verschijnt in augustus 1949, nu 75 jaar geleden.
Zestig boeken zal De Roos (1909-1991) uiteindelijk schrijven over de avonturen van de tweeling in een aanvankelijk niet nader genoemd dorp aan een meer in Friesland. Deze zomer verscheen bij Kluitman de zeventigste druk van De schippers van de Kameleon. Het is een uitgebreide jubileumuitgave, met onder meer covers van alle delen. Merendeels zijn ze getekend door de man die de hoofdfiguren van 1952 tot 1989 hun gezichten gaf, Gerard van Straaten, een oudere broer van Peter, de bekendste tekenaar van de twee.
De Kameleon is niets minder dan nationaal cultureel erfgoed. De totale oplage van de reeks, circa vijftien miljoen, is duizelingwekkend en overtreft onder meer de verkoopcijfers van de nationale koningin van het kinderboek, Annie M.G. Schmidt, en de schepper van Harry Potter, J.K. Rowling.
Het laatste boek van de hand van De Roos, De Kameleon maakt het helemaal, verscheen in 1991, het jaar van zijn dood. Andere auteurs (Kluitman-uitgever Piero Stanco als ‘P. de Roos’, Fred Diks onder zijn eigen naam en het duo Bies van Ede en Maarten Veldhuis als B.M. de Roos) zetten de reeks voort met eigentijdse aanpassingen.
Computers, spijkerbroeken en cd’s werden geïntroduceerd, ma Klinkhamer kreeg een deeltijdbaan, ‘drommels’ en ‘welverdraaid’ werden ‘shit’ en ‘wauw’, klompen werden verwisseld met sneakers. Stilletjes verdwenen de tweeling en hun boot desondanks uit het zicht van het grote publiek.
Van de in totaal 72 delen zijn er bij Kluitman 70 alleen nog leverbaar als e-book. Slechts twee delen uit 2019 en 2022 van M. de Roos, alias Maarten Veldhuis, zijn nog verkrijgbaar op papier. De verkoop van het oude werk is volledig stilgevallen. Wat is er nog over van de Kameleon?
In de eerste plaats herinneringen van miljoenen 50-plussers, verspreid over meerdere generaties. Voor talloze jongens (zij vooral) en meisjes was de Kameleon in de tweede helft van de 20ste eeuw de eerste kennismaking met boeken. De tweeling wakkerde de leeslust van velen aan, in bibliotheken werd naarstig en vol verwachting gezocht naar een nieuwe titel.
Alleen in de jaren vijftig al verschenen negen delen, met titels als Kameleon Ahoy!, De Kameleon op volle toeren en Goede vaart, Kameleon. Dat de tijd van Hielke en Sietse niet de tijd was van de lezer, maar een eerdere, werd niet in het minst als bezwaarlijk ervaren. De avonturen van de twee belhamels op en rondom het meer waren tijdloos en opwindend bovendien.
De Roos wakkerde de fantasie behendig aan, het Friese dorpje aan het meer kwam tot leven. Lenten, noemde de schrijver het dorp in latere edities. De smederij van Klinkhamer, molen De Woudaap, het eilandje met het doolhof, de boerderij van Jellema, de verbouwde stal waar ’s zomers de ‘studenten’ de boel op stelten zetten, de boterfabriek en paviljoen De Gouden Leeuw aan de overzijde van het meer: we konden de kaart in gedachten moeiteloos uittekenen.
Hielke (afwachtend, volgzaam) en Sietse (ondernemend, impulsief), hun ouders en hun vrienden Kees Dijkstra en Louw Vrolijk werden dierbare bekenden, net zoals de besnorde veldwachter Zwart en de olijke boerenknecht Gerben Zonderland. Maar wie kent ze nog, deze illustere figuren?
En dan is daar Terherne, een populair watersportdorp dat ligt ingeklemd tussen de Terhornsterpoelen en het Sneekermeer. Dertig jaar geleden werd hier attractiepark Kameleondorp geopend, na jarenlange inspanningen van een groep die zich de ‘Vrienden van de Kameleon’ noemde. Het dorp kampte met leegloop en had een impuls nodig.
Talloze middenstanders sprongen op de wagen door in hun winkels en restaurants de Kameleon te eren. ‘Het leukste uitje van Friesland’, oordeelde de ANWB jaren later nog. Het merk Kameleon kreeg een forse impuls, helemaal toen Steven de Jong in 2003 en 2005 twee succesvolle films over Hielke en Sietse en hun razendsnelle boot maakte.
Het is er allemaal nog, het overdekte miniatuurdorp Lenten, een bronzen borstbeeld van Hotze de Roos, een aanlegsteiger voor de boottochten en een souvenirwinkel waar onder meer Kameleon-koffielikeur kan worden gekocht.
In de vaart dobbert achter een rondvaartpraam de boot van de ‘bliksemse kwajongens’ Hielke en Sietse, een duwbootje met, zo beschreef De Roos in De schippers van de Kameleon, een motor uit de auto van de dorpsdokter. Door het gebruik van diverse kleuren verf kreeg de boot een curieus uiterlijk, én zijn naam: ‘Hun boot veranderde van kleur naarmate de afstand groter of kleiner werd’.
De gids vandaag in Terherne is ’s lands fanatiekste beheerder van het erfgoed van de Kameleon, acteur, filmmaker, nachtportier en ‘ras-Hagenees’ Arjen Rooseboom (36). Uit liefde voor de verhalen en het Kameleondorp verhuisde hij drie jaar geleden vanuit Den Haag naar Heerenveen.
In 2005 begon zijn verslaving aan de Kameleon. In Kameleon 2, zijn tweede film na De schippers van de Kameleon, gaf regisseur Steven de Jong hem de rol van Kees Dijkstra, de luie, snoepverslaafde molenaarszoon. ‘Ik krijg vaak van die Lulletje Rozenwater-rollen aangeboden, ik moet voor de lach zorgen.’
Al vanaf zijn 5de had Rooseboom acteerlessen gevolgd, bij jeugdtheater Rabarber. Zijn filmdebuut maakte hij in 1999 in Kruimeltje, als een van weeskinderen. Van de Kameleon wist hij vrijwel niets. ‘Mijn oma had één Kameleon-boek in de kast staan, dat had ik wel eens doorgebladerd. Toen ik ineens die rol kreeg aangeboden, ben ik de boeken gaan lezen, een stuk of veertig. Ik was verkocht.’
Tot de overname in 2023 had hij in het Kameleondorp een vaste betrekking, inmiddels wordt hij ingeschakeld als zzp’er. Hij is in Terherne gids, pr-man, entertainer en straatacteur en maakte speciaal voor de attractie diverse films. Vorig jaar schreef en regisseerde hij een musical, Kameleondorp op stelten.
Daarnaast is Roosenboom de bedenker van onder meer een speurtocht in het nagebouwde dorp Lenten, een attractie op zich die terugvoert naar de jaren vijftig. In een oude boerderij zijn naar voorbeeld van de illustraties van Gerard van Straaten onder meer molen De Woudaap, smederij Klinkhamer, de slaapkamers van Hielke en Sietse en de dienstfiets van veldwachter Zwart te zien, plus de schrijversplek van Hotze de Roos in Krommenie.
Rooseboom toont het met trots. ‘Voor mij is de Kameleon het Nederland van vroeger, een onschuldige tijd. De grote problemen van de wereld werden buiten de deur gehouden. De kneuterigheid en saamhorigheid spreken mij aan, en het leven op het platteland waar iedereen elkaar kende. Geen internet en sociale media, maar een postbode die elke dag langs kwam en een telefoon die in de gang hing.’
Bezoekers, de kinderen vooral, leggen in het Kameleon-dorp nauwelijks nog een link met het oeuvre van Hotze de Roos. Het gaat hem aan het hart. ‘Want we raken in Nederland al zo veel kwijt. Steeds minder mensen kennen Hielke en Sietse nog. Ik vind dat zo jammer.’
Hij laat het er niet bij zitten. Rooseboom treft voorbereidingen voor een vierde bioscoopfilm, met opnamen in Terherne. ‘Dan kunnen mensen later in het decor van de film rondlopen en zal het dorp nieuwe bezoekers trekken. Ik weiger om achterover te leunen en te zien hoede Kameleon langzaam in de vergetelheid raakt. Dat zou doodzonde zijn. Dit mag niet verloren gaan.’
Tweede stop, na het nagebouwde dorp Lenten: pannenkoekenrestaurant de Roos, gevestigd in de voorkamer van de Kameleon-boerderij. Aan een muur hangt de enige prijs waarmee Hotze de Roos ondanks het immense succes van zijn boeken werd geëerd: een zilveren pen met inscriptie. Het was in 1980 een geschenk van kinderen van basisschool It Kampke in Terherne.
De pen was in 1980 door de schoolkinderen aangeschaft bij de Hema in Joure, voor 4,95 gulden. De Roos nam de prijs zelf in ontvangst. Als één dorp op het fictieve Lenten lijkt, zei hij bij die gelegenheid, is het Terherne. Een groter eerbetoon viel hem in 1998 postuum ten deel. NRC-journalist Paul Steenhuis publiceerde ‘het verhaal achter de schippers van de Kameleon’.
Helden zonder zee is, nog steeds, een prachtige bijbel voor Kameleon-liefhebbers. In 2003 werd de eerste Kameleon-film van Steven de Jong aangegrepen voor een tweede druk. Steenhuis (1958) schreef uit bewondering. Als jongen raakte hij naar eigen zeggen verzeild in een vertrouwde wereld, een polderparadijs. ‘Hielke en Sietse waren helden met wie een 10-jarige zich graag vereenzelvigde’. De boeken worden gekenmerkt door een ‘sfeer van onaantastbaar geluk’.
Uitgebreid beschrijft hij ook de afname van de populariteit, ingezet in de jaren zeventig. De bron van De Roos droogde op, hij begon zichzelf te herhalen. Daarnaast deed het realisme zijn intrede in de jeugdliteratuur. Op de Kameleon was plotseling van alles aan te merken; pulp, was het strengste oordeel.
Met weerzin citeert Steenhuis uit een recensie in 1978 in Sekstant, het blad van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming. ‘Een totaal ongeëmancipeerd boek, dat geen goede inhoud heeft’, schreef Sekstant over het debuut van De Roos, De schippers van de Kameleon uit 1949.
De ‘echte gezinssituatie’ was de recensent een doorn in het oog. ‘Vader is de goede, degelijke, sterke man die de beslissingen neemt. Moeder is een echte vrouw, die kleren wast, bedden opmaakt, afwast, eten maakt en naait. In het verhaal wordt nooit gesproken over een écht probleem en er worden nooit emoties getoond.’
De Roos hield vast aan zijn oude sjablonen, hij kon niet anders. Zijn eenvoudige credo had hij al in 1961 prijsgegeven, in een lokale Zaanse krant: ‘Geen revolvers, geen moord en doodslag, dat kan alleen maar funest werken. Binnen de perken van het welvoeglijke blijven, maar toch zorgen voor voldoende spanning en humor, dan ben je op de juiste weg.’
Rond 1975, na dertig delen, was zijn rol uitgespeeld. De Roos was met pensioen gegaan en miste een voorname inspiratiebron, de mannen in de timmerfabriek met hun grollen en grappen. De tijd had hem ingehaald, gaf Kluitman-uitgever Piero Stanco, alias ‘P. de Roos’, in 1996 toe in Het Parool. ‘Hij trok zich de kritiek niet erg aan, maar de uitgeverij had dat wel moeten doen. Die boeken waren inderdaad achterhaald.’
Zijn hele leven bleef De Roos terugverlangen naar het Friesland van zijn jeugd; de weilanden, sloten en vaarten in zijn geboortedorp Langezwaag, het Pikmeer bij Grouw, de rust van het platteland, het overzichtelijke dorpsleven. Sietse Klinkhamer in De Kameleon slaat zijn slag uit 1968: ‘Friesland is het beste land op aarde.’
De Roos was de zoon van een timmerman/aannemer met politieke – Ruurd de Roos was gemeenteraadslid en wethouder voor de Sociaal Democratische Arbeiders Partij – en culturele belangstelling. In de crisis van de jaren dertig kreeg het gezin het zwaar te verduren.
Hotze, opgeleid tot timmerman en verdienstelijk hobbyschrijver, vond werk in Krommenie en keerde Friesland de rug toe. Tot zijn pensioen bleef hij werken als timmerman. Uiterlijk vertoon was hem vreemd. Hij woonde in een eenvoudig huurhuisje aan de Lijnbaan, met zijn vrouw Wiebrigje Krikke. Het pand is inmiddels gesloopt, op de nieuwe woning is een gedenksteen geplaatst voor de schrijver.
Interviews gaf hij zelden, nooit was hij op tv te zien. In Krommenie leidde het echtpaar een teruggetrokken bestaan. Het huwelijk bleef kinderloos. Talloze malen keerden De Roos en zijn vrouw voor een kort bezoek terug naar de provincie van hun jeugd, om familie te bezoeken of te wandelen. Op zondagen werkte hij in de voorkamer gestaag aan De Kameleon.
Schrijvend vervulde De Roos zijn verlangens en bracht hij geliefde herinneringen uit de eerste vijfentwintig jaar van zijn leven onder woorden. Vanuit Krommenie importeerde hij de plaatselijke molen in zijn boeken, De Woudaap, en een veldwachter die Zwart heette. De naam Klinkhamer nam hij over van een schipper uit Krommenie. Langezwaag bood hem inspiratie voor de boterfabriek en de smederij en voor enfant terrible Gerben.
‘Hielke en Sietse beleefden de avonturen die ik zelf graag had willen meemaken’, zei hij kort voor zijn dood in NRC. Uitgever Stanco voegde daar later aan toe dat ‘Hielke en Sietse voor Hotze de Roos de zonen waren die hij zelf nooit gekregen heeft. Vader Klinkhamer, de dorpssmid, was de man die hij had willen zijn.’
Een andere fanatieke beheerder van de nalatenschap van de Kameleon, Jacqui Muntjewerf (61) uit Schagen, gaat nog een stap verder. Op haar website ‘Smederij Klinkhamer’ houdt ze nauwgezet het nieuws en het archief over de boekenreeks en de schrijver bij, op X is ze actief als ‘Boukje Zonderland’.
De Roos voerde zichzelf op in zijn boeken, zegt Muntjewerf. ‘Met Hielke creëerde hij een figuur die sterk op hem leek. Niet voor niets beginnen allebei hun voornamen met een H. Sietse is de jongen die alles durft; die initiatieven neemt, handige dealtjes sluit en in de boot altijd achter het stuur zit. Hielke is kleurloos, hij hobbelt overal achteraan en vindt alles goed wat zijn broer doet. Sietse is de jongen die De Roos had willen zijn, een betere versie van zichzelf.’
In Schagen staan alle Kameleon-boeken in de kast. Zoals zo veel jonge lezers ontdekte Muntjewerf de tweeling op de lagere school. Ze viel voor de ‘begrijpelijke teksten, de avonturen en de leuke tekeningen’ en gruwt, zoals vrijwel alle fans van het eerste uur, van de ‘hertalingen’ en moderniseringen die in de latere jaren verschenen. ‘De oude Kameleon is de grote liefde die altijd bij me is gebleven’.
De Kameleon is meer dan een reeks avonturen, zegt ze. Ze wijst op de ‘volwassen thema’s en sociale componenten’ die terugkeren in het werk van Hotze de Roos, onder meer armoede en vereenzaming, en het ontbreken van seks en geweld.
‘En vals en gemeen wordt het gelukkig nooit. De sfeer is altijd positief. De jongens hebben plezier en zijn altijd bereid om andere mensen te helpen. Ik weet ook wel dat die wereld niet meer bestaat, en misschien wel nooit heeft bestaan, maar als lezer geniet ik ervan.’
In een nieuwbouwproject in Langezwaag zal de schrijver dit jaar worden geëerd met een straat, de Hotze de Roosstrjitte. Voor zijn geboortehuis in Langezwaag, aan de Hegedyk op nummer 19, was in 2009, precies honderd jaar na zijn geboorte, al een plaquette onthuld met zijn afbeelding en een tekst die hem recht deed.
‘Hotze de Roos heeft zijn Friese belevenissen en jongensdromen vertaald in zestig Kameleon-boeken, waarmee hij ook na zijn dood in 1991 generaties Nederlandse kinderen onvergetelijk leesplezier heeft geschonken’.
H. de Roos: De Schippers van de Kameleon 75 jaar. Met een overzicht en de covers van alle Kameleon-boeken, een voorwoord van Jaap Friso en een biografie van de schrijver. Kluitman, 310 pagina’s, € 17,99.
Paul Steenhuis: Helden zonder zee – Het verhaal achter de schippers van de Kameleon. Meulenhoff, 176 pagina’s. Alleen nog tweedehands verkrijgbaar, onder meer op boekwinkeltjes.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant