Het is een vast onderdeel van het Troonfeest, de dag waarop Marokko de troonsbestijging van Mohammed VI in 1999 viert: de vrijlating van enorme aantallen gevangenen. Een van hen is dit jaar Omar Radi, de journalist die vier jaar lang vastzat als ‘spion in Nederlandse dienst’.
Op foto’s, verspreid door Marokkaanse media en via X, is te zien hoe Radi (38) buiten de gevangenis wordt onthaald door vrienden en familie. Door zijn vervroegde vrijlating zit Radi twee jaar minder achter slot en grendel dan verwacht. In juni 2021 werd de journalist veroordeeld tot zes jaar cel, waarvan hij al een jaar in voorarrest had uitgezeten.
‘We zijn ontzettend blij dat we Omar weer terug hebben’, zegt moeder Fatiha Cherribi, die zich de afgelopen jaren onvermoeibaar inzette voor de vrijlating van haar zoon. ‘Hij is zelf ook erg gelukkig, en in zeer goede gezondheid.’
Twitter bericht wordt geladen...
Naast Radi behoorden nog enkele bekende journalisten tot de bijna 2.500 veroordeelden die dinsdag gratie kregen van de machtige koning Mohammed VI. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International eisten al jaren de vrijlating van, of in ieder een eerlijk proces voor deze journalisten, die op dubieuze gronden waren veroordeeld tot jarenlange gevangenisstraffen.
Omar Radi was de prominentste van hen. Als onderzoeksjournalist legde hij sinds 2013 verschillende schandalen bloot, van grootschalige corruptie tot mensenrechtenschendingen. Radi deinsde er niet voor terug om te schrijven over de zakelijke belangen van de entourage rond de koning. Een onderneming die niet zonder risico’s is in Marokko, waar de persvrijheid wordt begrensd door meerdere rode lijnen – waarvan de monarchie er zeker een is.
Na jaren van juridische en andere problemen – Radi verloor verschillende opdrachtgevers, volgens zijn ouders door druk van bovenaf – werd hij in de zomer van 2020 in voorarrest gezet op basis van meerdere verdenkingen.
Een daarvan had betrekking op Nederland. Volgens de Marokkaanse aanklager had Radi geheime inlichtingen verzameld en doorgespeeld aan de Nederlandse ambassade in Rabat. Die spionageactiviteiten zou hij hebben verricht ten tijde van de protesten van 2016 en 2017 in de noordelijke Rif, waar Radi ter plaatse was als journalist.
Hoewel onmogelijk kan worden uitgesloten dat de Nederlandse inlichtingendiensten op de een of andere manier informatie van Radi hadden verworven, leverde de aanklager hier tijdens de rechtszaak geen enkel bewijs voor. Toch werd Radi door de rechter veroordeeld voor spionage (en ook voor verkrachting, een misdrijf waarvoor kritische journalisten in Marokko met opvallend grote regelmaat achter tralies belanden). Bij elkaar leverden zijn veroordelingen hem de genoemde zes jaar cel op.
Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken liet tijdens de rechtszaak niet van zich horen. Dit ondanks een smeekbede van de ouders van Radi, die zich twee weken voor de veroordeling van hun zoon per mail hadden gericht tot de Nederlandse ambassadeur in Rabat, Jeroen Roodenburg. Die verontschuldigde zich later bij de ouders over het uitblijven van een reactie, en stelde dat hij hun mail over het hoofd had gezien.
Een belofte om de rechtszaak in ieder geval op de voet te volgen, werd niet door Nederland nagekomen. ‘De Nederlandse ambassade woont de rechtszaken ook bij’, had toenmalig buitenlandminister Sigrid Kaag vlak voor de veroordeling nog gezegd in de Tweede Kamer. In werkelijkheid bezocht geen enkele Nederlandse diplomaat een van de elf openbare zittingen in eerste aanleg in Casablanca.
Uiteindelijk stelde het ministerie op 23 juli 2021 dat het ‘zich niet herkende’ in de ‘vermeende spionageactiviteiten’ voor Nederland. Dat was vier dagen na de veroordeling van Radi.
Haar afwachtende houding kwam de regering op scherpe kritiek te staan vanuit onder meer de Tweede Kamer. PvdA-Kamerlid Kati Piri noemde de Nederlandse stilte een ‘enorme vrijbrief voor Marokko’ om lastige journalisten keihard aan te pakken.
Bovenal liet de kwestie zien hoezeer Nederland worstelde, en worstelt, met de omgang met Marokko. De politieke leiding van het Noord-Afrikaanse land, met de koning als spil, is zeer gevoelig voor buitenlandse kritiek en niet bang om de relatie met andere landen op de spits te drijven.
Dat Nederland afhankelijk is van de medewerking van Marokko bij het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers uit dat land, maakt de kwestie er niet gemakkelijker op. Na eerdere voorzichtige kritiek – op de hoge celstraffen voor de leiders van het volksprotest in de Rif – werkten de Marokkaanse autoriteiten nauwelijks meer mee aan terugkeer. En dat terwijl de regering onder grote druk stond van het rechterdeel van de Tweede Kamer om af te rekenen met het probleem van de uitgeprocedeerde asielzoekers, een groep die relatief vaak overlast veroorzaakt.
De voorzichtigheid die Nederland sindsdien onder meer in de zaak-Radi aan de dag legde, heeft wat migratie betreft zijn vruchten afgeworpen. Na mei dit jaar waren al 280 asielzoekers aantoonbaar vertrokken naar Marokko, meer dan naar elk ander herkomstland. Het terugsturen van Marokkanen verloopt nu ‘nagenoeg ideaal’, zei toenmalig staatssecretaris Eric van den Burg (Asiel) in januari in De Telegraaf.
Kort na de opsluiting van Radi zei zijn moeder tegen de Volkskrant dat ze haar zoon alleen zag vrijkomen als de makhzen, zoals haar landgenoten het regeringsapparaat rond de koning noemen, daartoe zou beschikken. ‘Omar is niet in handen van de rechter. Hij is in handen van de staat.’ Woorden die dinsdag bewaarheid zijn geworden.
Ook Taoufik Bouachrine, journalist en voormalig uitgever van een van Marokko’s laatste onafhankelijke kranten Akhbar al Yaoum, is vrijgelaten. Bouachrine staat bekend als de luis in de pels van de Marokkaanse journalistiek. Hij schreef verschillende artikelen over corruptie in de Marokkaanse politiek.
De Marokkaanse justitie had hem al een paar keer het zwijgen proberen op te leggen, onder meer middels een smaadzaak en met een gevangenisstraf voor fraude, toen hij in 2018 werd aangehouden op zijn redactie in Casablanca. Twee dagen daarvoor had hij een kritische column geschreven over Aziz Akhannouch, een van de machtigste en rijkste mannen van Marokko, destijds minister van Landbouw en inmiddels de premier.
Bouachrine werd in 2019 veroordeeld voor een gevangenisstraf van 15 jaar voor een reeks aanklachten, waaronder verkrachting, mensenhandel en machtsmisbruik. Maar de Werkgroep Willekeurige Detentie van de Verenigde Naties concludeerde dat hij geen eerlijk proces had gekregen, en oordeelde dat zijn detentie gelijkstond aan ‘gerechtelijke detentie die aan niets anders kan worden toegeschreven dan aan zijn onderzoeksjournalistiek’.
Bouachrine zat de afgelopen jaren vast in eenzame opsluiting. Hij hield een dagboek bij en werkte aan een boek. In mei 2023, toen hij werd overgeplaatst naar een andere gevangenis, nam de politie volgens mensenrechtenwaakhond Amnesty International zijn notities in. Sindsdien zou hij geen letter meer op papier hebben gekregen.
Toen Taoufik Bouachrine in 2018 werd aangehouden, nam Soulaimane Raissouni het stokje van hem over als hoofdredacteur van de krant Akhbar Al Yaoum. In 2020 schreef hij een hoofdredactioneel commentaar waarin hij zijn kritiek uitte op de coronamaatregelen in Marokko. De politie had meer mensen opgepakt voor het niet naleven van de lockdownregels, zo schreef hij, dan dat er mensen waren getest op het virus. Kort daarna verscheen op Facebook een bericht waarin een Marokkaanse lhbti-activist Raissouni beschuldigde van aanranding, en werd Rassouni opgepakt.
Volgens Reporters Without Borders werd Raissouni’s proces daarna op allerlei manieren gedwarsboomd: hij kreeg zijn advocaten aanvankelijk niet te spreken, zat een jaar in voorarrest, en toen hij in hongerstaking ging en dusdanig verzwakte dat hij niet meer kon lopen, weigerden de autoriteiten om hem in een rolstoel naar zijn proces te brengen. Bij verstek werd hij tot een celstraf van 5 jaar veroordeeld.
Tussen juli 2020 en april 2022 zat Raissouni in hetzelfde deel van de Oukacha-gevangenis als Omar Radi. Via een gat in de muur wisselden de mannen brieven uit, tot een gevangenisbewaarder erachter kwam en alles innam. Toen een maand later ook Raissouni’s persoonlijke notities werden ingenomen, sprak hij uit protest tien maanden niet meer. Nu heeft de koning ook Raissouni gratie verleend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant