Woensdag maakt Sifan Hassan in Parijs bekend op welke afstanden ze uitkomt tijdens de Olympische Spelen. Als allrounder belichaamt ze het 19de-eeuwse ideaal van de alleskunner. Voert ze een verloren strijd in de tijd van specialismen?
Van een atlete als Sifan Hassan konden de 19de-eeuwse grondleggers van de moderne sport zich geen enkele voorstelling maken. Een vrouw? Uit Afrika? Een vluchteling en wereldburger, met een Nederlands paspoort en woonachtig in Amerika? Een moslima?
Maar om één reden zouden ze Hassan meer waarderen dan tegenwoordig gebeurt: zij is de beste hardloopster.
Over de auteur
Mark van Driel schrijft sinds ruim twintig jaar voor de Volkskrant over olympische sporten als tennis, schaatsen en atletiek.
Hassan belichaamt het ideaal van de 19de-eeuwers. Ze is de alleskunner, de allrounder, de homo universalis van het rennen. Niemand beheerst zoveel afstanden als zij. Ze heeft toptijden gelopen op vijf olympische afstanden: de 800 en 1.500 meter, de 5.000 en 10.000 meter, en de marathon. Aan de drie sprintafstanden (100, 200 en 400 meter) heeft ze zich nooit gewaagd, maar zij zou de favoriet zijn als de Olympische Spelen een achtkamp voor hardlopers zouden kennen.
‘Ze zou zoiets geweldig vinden’, meent haar Amerikaanse trainer Tim Rowberry. ‘Ze zou zo’n initiatief omarmen en een manier vinden om erin uit te blinken.’
Nu is Hassans veelzijdigheid eerder een risico dan een aanbeveling. Hoe goed ze ook is op de vier afstanden waarop ze zich heeft geplaatst, en welke afstanden ze op 31 juli ook aankondigt te zullen lopen: er zijn in Parijs specialisten die op Hassans afstanden meer kans maken op goud. Dat past in de ontwikkeling die de topsport de afgelopen eeuw heeft doorgemaakt.
De vaak aristocratische grondleggers van de sport waren dol op meerkampen. Atletiek kent de tienkamp, turnen de zeskamp, schaatsen de vierkamp, zwemmen de wisselslag. Op voorspraak van baron Pierre de Coubertin, de bedenker van de huidige Olympische Spelen (sinds 1896), belandde ook de moderne vijfkamp op het programma: in de combinatie van paardrijden, schieten, schermen, zwemmen en hardlopen lagen alle vaardigen besloten van de ideale soldaat in de vroege 20ste eeuw.
Al die disciplines komen weer voort uit de meerkamp uit de Griekse oudheid, die gold als een van de hoogtepunten van de klassieke Spelen: een combinatie van sprinten, springen, speerwerpen, discuswerpen en worstelen. Het prestige van de meerkamp verklaart ook de beroemde woorden waarmee de Zweedse koning Gustav in 1912 de Amerikaan Jim Thorpe feliciteerde, nadat die bij de Zomerspelen van Stockholm de vijf- en tienkamp had gewonnen. ‘You, sir, are the greatest athlete alive.’
Aanvankelijk leefde de gedachte dat de beste sporters een uitgebalanceerd lichaam hadden. Welke sport ze ook beoefenden, het ideaal bestond uit de proportionele verhoudingen die Leonardo da Vinci heeft vastgelegd in zijn beroemde kunstwerk Vitruviusman. Hierop is een naakte man te zien in een cirkel. Hij vertegenwoordigt de klassieke perfectie: zijn lichaam is even lang als de spanwijdte van zijn gestrekte armen.
Halverwege de vorige eeuw werd steeds duidelijker dat elke sport zijn eigen eisen stelt aan een lichaam. De Australische wetenschappers Kevin Norton en Tim Olds spreken van de Big Bang of Body Types. Waar in 1925 de lichaamsbouw van de beste sporters vergelijkbaar was, bleek die variatie in lengte en gewicht zeventig jaar later geëxplodeerd: vandaar de Big Bang.
Voor het rennen van lange afstanden bleken kleine, lichte mensen beter geschikt, voor krachtsporten zwaardere mensen. Korte benen, lange armen en smalle heupen zijn bij het zwemmen een groot voordeel, gewichtheffers hebben juist baat bij korte onderarmen. Bij basketballers en volleyballers zijn lange benen, lange armen en korte torso’s nuttig. Turnen is makkelijker voor kleine, lichte mensen.
De conclusie van Norton en Olds: niet de sporter bepaalt hoe succesvol hij is in een sport. Het omgekeerde is eerder waar. De sport selecteert zijn eigen kampioenen aan de hand van hun lichaamsbouw.
In een olympisch atletiekstadion is dat bij uitstek zichtbaar: elke discipline heeft zijn eigen herkenbare atleten, van de lichtvoetige lange afstandslopers tot de zwaarlijvige kogelstoters, van geblokte sprinters tot de lange, slanke lopers op de 400 meter horden. Atleten snappen hoe dit werkt. Ze hebben vaak meerdere disciplines geprobeerd voordat hun lichaam hun specialisme bepaalde. Dat is de reden dat onder sporters het respect voor succesvolle alleskunners als Sifan Hassan nog altijd groot is.
Toch loont specialiseren tegenwoordig, zeker bij de Olympische Spelen. Tijdrovende meerkampen zijn te lastig te volgen op televisie en telefoon. Het grote publiek is afgehaakt. Eén race, één winnaar, dat is beter te behappen. Nog beter: twee races en tweemaal goud, zoals Hassan drie jaar geleden deed bij de vorige Zomerspelen in Tokio. Naast goud op de 5.000 en 10.000 meter pakte ze ook brons op de 1.500 meter – een ongekende drieslag.
Hassans veelzijdigheid is sindsdien verder gegroeid. Ook op de marathon behoort ze sinds vorig jaar tot de wereldtop dankzij zeges in Londen en Chicago. Maar bij de WK in Boedapest, vorig jaar, kwam ze uit op dezelfde drie afstanden als in Tokio, met minder succes. Ze pakte zilver (1.500), brons (5.000) en eindigde na een val op de 10.000 meter als elfde. Hoe weinig indruk dat maakte, bleek bij de verkiezing van wereldatlete van het jaar 2023. Ondanks haar veelzijdigheid behoorde ze niet eens tot de elf genomineerde vrouwen. Dat waren alle specialisten. Op de wereldranglijst is Hassan teruggezakt van de eerste plaats, die ze twee jaar innam, naar de twaalfde plek.
Zo bezien heeft de strijd om goud bij het olympische atletiektoernooi in Parijs een diepere laag: voert Hassan een verloren strijd tegen de tijdgeest? Of bewijst ze dat er ook in de 21ste eeuw, in weerwil van de Big Bang of Body Types, nog ruimte is voor 19de eeuwse sportidealen? Haar voormalig coach Honoré Hoedt: ‘Eigenlijk zou er een oeuvreprijs moeten zijn, voor de beste prestaties ooit geleverd op alle loopafstanden. Dan staat Sifan bovenaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant