Onder de noemer van nationale veiligheid heeft China de toegang tot data drastisch beperkt voor buitenlanders. Allerlei gegevens zijn gevoelig verklaard. Onderzoekers merken de gevolgen. ‘Het is steeds meer de overheid die beslist wat wel en niet wordt gedeeld.’
Toen Svetlana Kharchenkova, universitair docent Chinese sociologie aan de Universiteit Leiden, vijf jaar geleden verkennende gesprekken voerde voor een onderzoeksproject in China, kreeg ze bemoedigende reacties. Kharchenkova wilde achterhalen hoe Chinese uitgevers beslissen welke buitenlandse boeken ze naar het Chinees vertalen en wat de rol van censuur daarbij is. Een gevoelig onderwerp, maar haar Chinese gesprekspartners waren best toeschietelijk.
‘Ze zeiden dat ze bereid waren om mee te werken en deden toezeggingen over toegang tot bepaalde data’, zegt Kharchenkova, in een koffiebar in Beijing. Door covid kon ze pas vorig jaar weer naar China komen. ‘Maar toen bleken sommige uitgevers niet meer bereid me de toegang te geven die ze hadden beloofd. Ze waren terughoudend om te praten, zelfs anoniem, of me bij andere mensen te introduceren. Het was in hun perceptie riskanter geworden.’
Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.
Wat Kharchenkova vertelt, is wat veel onderzoekers ervaren: ze hebben steeds minder toegang tot informatie in China. De Chinese overheid voerde de voorbije jaren tal van juridische, politieke en technologische maatregelen in om data minder toegankelijk te maken, voor iedereen, maar nog meer voor buitenlanders. Dat maakt wetenschappelijk onderzoek, maar ook bedrijfsonderzoek in China veel moeilijker dan vijf jaar geleden.
De Chinese overheid heeft databanken en archieven voor buitenlanders afgesloten, en ontmoedigt het delen van informatie met buitenlanders, op grond van nationale veiligheid. In het digitale tijdperk zijn data volgens Beijing een cruciale grondstof en een potentieel wapen in de concurrentiestrijd met het Westen. Maar de afscherming van data is volgens betrokkenen doorgeslagen, tot een punt waarop zelfs apolitiek onderzoek of een normale marktanalyse moeilijk of zelfs onmogelijk wordt.
De Chinese Communistische Partij oefent van oudsher controle uit op informatie. Als autoritaire partij wil de CCP de perceptie van de werkelijkheid bepalen en verbiedt ze de verspreiding van kennis die haar legitimiteit ondermijnt. De voorbije jaren namen die restricties sterk toe en werden steeds meer data gevoelig verklaard: van werkloosheidscijfers tot juridische vonnissen, van openbare aanbestedingen tot het meest recente Vijfjarenplan voor Wetenschap en Technologie.
De restricties veranderden ook van richting: voorheen wilde de CCP vooral de instroom van buitenlandse – potentieel kritische – informatie in China beperken, nu wil ze ook controleren welke Chinese informatie naar het buitenland gaat. De deur ging op slot voor een breed scala aan data, van financiële gegevens tot eigendomsstructuren van bedrijven, van academische artikelen tot resultaten van medisch onderzoek, van historische documenten tot bibliotheekboeken.
‘China is een data-eiland geworden’, zegt Rebecca Arcesati, onderzoeker bij de Europese denktank Merics, gespecialiseerd in Chinees technologiebeleid. ‘Het is niet zo dat er geen data meer uit China komen, maar het is steeds meer de overheid die beslist wat wel en niet wordt gedeeld. Het is als een haven op een eiland, waar de overheid alle schepen inspecteert en bepaalt wie er mag aanleggen en vertrekken. Iedereen die data uit China nodig heeft, heeft het op dit moment erg moeilijk.’
De verhoogde controle op data begon in 2017, met de invoering van de Cybersecurity Law. In 2021 werden daar twee sleutelwetten aan toegevoegd: de Data Security Law en Personal Information Protection Law. Die maakten onder meer de export van ‘kerndata’ en ‘belangrijke data’ vergunningsplichtig, zonder die begrippen te definiëren. Eind vorig jaar werd bepaald dat overtreders zware straffen kunnen krijgen, tot 1,3 miljoen euro boete en een intrekking van de bedrijfslicentie.
De vage regels én zware straffen maakten dat een aantal Chinese databanken – zoals CNKI voor academische artikelen, Wind voor financiële data en Qichacha voor bedrijfsgegevens – meteen alle toegang voor buitenlanders afsloten. Alleen gebruikers met een Chinees telefoonnummer of IP-adres worden nog toegelaten, als een omkering van de ‘Great Firewall’, de technologie die normaal gebruikt wordt om informatie van buitenaf uit China te weren.
‘Ik herinner me dat ik met een project bezig was en dat ik ineens niet meer in Qichacha kon’, zegt Leon, een Europese bedrijfsanalist. Omwille van de gevoeligheid van het onderwerp wil hij niet met zijn echte naam in de krant. Leon is een pseudoniem. ‘Ik dacht eerst dat mijn abonnement afgelopen was, maar toen besefte ik dat ik geblokkeerd was omdat ik niet in China was. Ik probeerde het nog met een VPN-verbinding en een virtueel telefoonnummer, maar dat werkte niet.’
Leon is een van de vele zelfstandige onderaannemers voor buitenlandse consultancybureaus in China, die achtergrondinformatie over Chinese bedrijven verzamelen. Die wordt gebruikt door buitenlandse bedrijven of banken, die due diligence (zorgvuldigheidsonderzoek) willen doen naar potentiële partners of investeerders. Analisten als Leon zijn sterk afhankelijk van databanken als Wind en Qichacha.
Naast technische beperkingen kreeg Leon ook te maken met politieke argwaan, vooral na de invoering van een nieuwe spionagewet in 2023, die de definitie van spionage uitbreidde. Het Chinese ministerie van Staatsveiligheid lanceerde een propagandacampagne om de bevolking te waarschuwen voor buitenlandse spionnen, die een sfeer van achterdocht creëerde. Leon haalde voorheen vaak informatie uit zijn persoonlijke netwerk in China, maar dat wordt steeds moeilijker.
‘Vlak na de invoering van die anti-spionagewet kreeg ik een bericht van een bevriende hoogleraar. Hij zei dat hij me geen studies meer kon sturen, zoals hij voordien wel deed’, zegt Leon. De hoogleraar stond wel nog open voor een gesprek. ‘Normaal ging ik de campus altijd via de hoofdingang binnen, maar nu liet hij me langs de achterzijde komen en op een zondag. Hij stelde voor de volgende keer in een restaurant af te spreken. Waarmee hij bedoelde: het is beter als je hier niet meer komt.’
Dat China zijn data voor buitenlanders wil afschermen, is een gevolg van de toegenomen nadruk op nationale veiligheid onder president Xi Jinping. Voor een deel is dat logisch: in een tijdperk van toegenomen geopolitieke en technologische competitie kunnen data misbruikt worden. Maar het probleem is dat nationale veiligheid door Xi zo alomvattend gedefinieerd wordt dat zowat alle data beschermd moeten worden. Chinakenners spreken van een ‘securitization of everything’.
In zijn toespraak tot het Partijcongres in 2022, waar Xi zijn derde ambtstermijn kreeg, meldde de Chinese leider dertig soorten veiligheid, waaronder politieke en militaire, maar ook economische, technologische, biologische, culturele, voedsel-, energie- en grondstoffenveiligheid. Data op al die terreinen liggen gevoelig. Het ministerie van Staatsveiligheid waarschuwde zelfs voor buitenlanders die meteorologische data verzamelen en zo de ‘ecologische veiligheid’ van China in gevaar brengen.
‘Werken met Chinese statistieken was altijd moeilijk, maar nu zijn data echt verdwenen’, zegt Georg Orlandi, een sinoloog die zich in Japan bezighoudt met cliodynamica, een wetenschap die data verzamelt om historische patronen te vinden. Orlandi werkte mee aan een wetenschappelijk artikel over de val van de Qingdynastie (1912) en doet nu onderzoek naar het hedendaagse China. Hij merkte dat allerlei statistieken over jeugdwerkloosheid, grondverkoop en buitenlandse deviezen in 2023 stopten.
‘Normaal vind je over het heden veel meer data dan over het verleden, maar in China is het omgekeerd’, zegt Orlandi. ‘Dat is een beetje absurd.’ Historisch onderzoek is overigens ook moeilijker geworden. Buitenlandse onderzoekers naar de Ming- en Qingdynastie (1368-1644 en 1644-1912) melden dat zij geen toegang meer krijgen tot archieven. De CCP gebruikt geschiedenis om haar legitimiteit te ondersteunen en wil daarom controle houden over de geschiedschrijving.
De verwijdering van economische cijfers lijkt vooral een poging om de neerwaartse conjunctuur in China aan het zicht te onttrekken en tegenstanders geen munitie te geven om China negatief af te schilderen. Volgens dezelfde logica worden ook openbare aanbestedingen afgeschermd, omdat die banden tussen universiteiten en het Chinese leger kunnen aantonen, of de betrokkenheid van bedrijven bij heropvoedingskampen in Xinjiang. Technologische beleidsplannen blijven verborgen omdat die oneerlijke staatssteun kunnen blootleggen.
‘De informatie wordt zorgvuldig geselecteerd voor het buitenland om onderzoeksrapporten over gevoelige onderwerpen te vermijden, zoals de detentiecentra in Xinjiang’, zegt Rebecca Arcesati van Merics. ‘Ik denk dat dit ook een weerspiegeling is van China’s paranoïde buitenlandse betrekkingen en verzuurde relaties met de Verenigde Staten. De Chinese regering is bang dat vijandige buitenlandse krachten data en informatie uit China kunnen uitbuiten om de ontwikkeling van het land te hinderen.’
Wat meespeelt, is dat Chinese data in het buitenland soms daadwerkelijk uit hun verband worden gerukt. ‘De lab leak theory over het coronavirus kwam voor een groot deel voort uit informatie van het Chinese internet, die matig of verkeerd werd vertaald, waarna foute conclusies werden getrokken’, zegt Vincent Brussee, China-onderzoeker en datawetenschapper aan de Universiteit Leiden. ‘Maar goed, de betere tactiek zou dan zijn om transparant uit te leggen hoe het wel zit. Dat doet de Chinese overheid ook niet.’
Sommige wetenschappers hebben hun onderzoek moeten stilleggen door de restricties, maar de meesten vinden nog omwegen om data te verzamelen. ‘Over het algemeen vinden we goede oplossingen’, zegt Arcesati. ‘Maar we hebben veel meer tijd nodig om uit te zoeken hoe we toegang kunnen krijgen tot alternatieve databanken. Het maakt het bestuderen van China ingewikkelder dan voorheen. En het vereist stevige technische expertise in opensourceonderzoek, wat vroeger minder het geval was.’
Volgens Brussee hangt het ook af van het onderzoeksveld. ‘Als je onderzoek doet naar Xinjiang, kom je misschien aan 30 of 40 procent van wat voorheen kon, bij onderzoek naar het technologiebeleid misschien aan 80 procent. We vinden manieren om eromheen te werken, maar het is een soort kat-en-muisspel geworden. Het kost meer tijd, moeite en creativiteit.’ Ook Svetlana Kharchenkova kon met het nodige geduld voldoende uitgevers interviewen om haar onderzoek te doen slagen.
Ook bedrijven ondervinden veel gevolgen van de restricties. Een medewerker van een multinational vertelt hoe tussen de Chinese en Amerikaanse afdeling van zijn bedrijf geen e-mails met bijlagen meer mogen worden verstuurd zonder voorafgaande controle van de juridische afdeling, uit angst voor overtredingen van de datawetgeving. ‘Het grootste deel van de informatie in die bijlagen is compleet nutteloos’, zegt hij. ‘Maar die controles vragen veel extra inspanning, net nu de zaken al minder goed gaan.’
Buitenlandse betrokkenen vrezen ook dat de risico’s van hun werk toenemen, voor zichzelf en voor lokale medewerkers. Arcesati zegt dat bedrijven en universiteiten extreem voorzichtig moeten zijn als ze due-diligenceactiviteiten in China plannen. ‘Als je met data in aanraking komt die om een of andere reden als staatsgeheim worden beschouwd, kan dat riskant zijn. China is geen rechtsstaat en de definities van wat spionage of een staatsgeheim vormt, zijn arbitrair.’
Orlandi zegt dat hij niet meer naar China gaat, nadat hij eerder door de autoriteiten op de vingers was getikt. Hij schakelt ook geen Chinese medewerkers in. Maar niet iedereen is even voorzichtig. Bedrijfsanalist Leon betaalt Chinese medewerkers om voor hem in databanken te zoeken. Een Europees consultancybureau liet hem een contract tekenen waarin staat dat als hij in China is, hij niet voor hen mag werken. ‘Het is ongelooflijk hypocriet’, zegt hij. ‘Ze willen gewoon het risico op mij afschuiven.’
Een gevolg van alle restricties is vooral dat de kennis van China in het buitenland steeds kleiner wordt. Er is minder informatie beschikbaar en de informatie die er is, is vaak gemanipuleerd. ‘De vijver waaruit we kunnen vissen wordt kleiner en je krijgt steeds meer informatie waar mensen een belang bij hebben’, zegt Brussee. ‘Je krijgt een situatie waarin feiten steeds moeilijker te vinden zijn en waarin mensen zich meer baseren op speculatie.’
Recentelijk kondigde de Chinese overheid een aanzienlijke versoepeling van de restricties op uitvoer van data aan, om bedrijven tegemoet te komen. Maar het is afwachten of die woorden in daden worden omgezet. Onderzoekers zijn sceptisch. De trend is duidelijk: nationale veiligheid is Xi’s absolute prioriteit, dus zullen veel data afgeschermd blijven. ‘Ik zie de situatie niet snel verbeteren’, zegt Arcesati. ‘Ik denk ook niet dat het slechter zal worden, want ik zou durven beweren dat het niet veel slechter kan dan dit.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant