Home

De Zusters van Liefde zijn opgegaan in de Tilburgse binnenstad

Na 13 jaar bouwen is de transformatie van het klooster van de Zusters van Liefde in Tilburg voltooid. Een bijzonder project, dat de eindfase van een aloude kloostergemeenschap inluidt, en als ‘woonwijkje’ een nieuw begin is voor de stad.

Het woord klooster komt van het Latijnse claustrum, wat ‘afgesloten plaats’ betekent. Het gebouw van de Zusters van Liefde in Tilburg was zo’n enclave, midden in de stad. Maar na een jarenlange verbouwing is daar verandering in gekomen. Aan de Kloosterstraat vormen twee nieuw gemetselde gebouwen een ‘poort’ naar een hof. Als je daar doorheen loopt, kijk je plots in de sprookjesachtige kloostertuin, omringd door de monumentale oudbouw met kapel, de gerenoveerde woonvleugels, een nieuw woonzorgcentrum en drie appartementenblokken.

Zo’n 250 huur- en koopwoningen omvat het bakstenen complex, waar zusters en gewone burgers voortaan samenleven. ‘Als ik vanaf de kapper in het centrum naar mijn appartement in de westvleugel loop, vind ik het zo mooi; alsof ik een woonwijkje binnenkom’, zegt zuster en provinciaal overste Mariëtte Kinker (85).

Over de auteur
Kirsten Hannema schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Weemoedig verhaal

Ook vanuit de vakwereld is er lof; het project ontving onlangs de Tilburg Architectuurprijs. ‘Het vertelt een prachtig, haast weemoedig verhaal, dat de eindfase van een aloude kloostergemeenschap inluidt en tegelijk een nieuw begin voor de stad is’, schrijft de jury. Daarbij zijn actuele opgaven als woningbouw, zorg en de transformatie van religieus erfgoed slim gecombineerd. Hoe hebben de makers dat voor elkaar gekregen?

‘Onderwijs en zorg voor arme kinderen, daar is het ooit om begonnen’, vertelt zuster Mariëtte in het huis aan de Oude Dijk, waar de congregatie in 1832 werd opgericht door pastoor Joannes Zwijsen. Het werd al snel uitgebreid met scholen, kapellen, een kerkhof en moestuinen en er kwamen dependances in andere steden en landen, waar de zusters ook scholen en ziekenhuizen oprichtten.

In totaal zijn er meer dan tienduizend Zusters van Liefde geweest. In Nederland waren er op het hoogtepunt, eind jaren vijftig, 4.300 zusters die allemaal door de poort van het ‘moederhuis’ zijn gelopen. Door het bestuur werden ze na hun vorming uitgezonden om te werken, in Eindhoven, Weert en Groningen, maar ook verder weg, in Suriname, Brazilië en Zimbabwe.

Treinkaartje

‘Dit is een actieve congregatie, die in het leven staat’, zegt bestuurssecretaris Judith de Raat. Neem zuster Mariëtte, die net als de meeste zusters al lang geen habijt meer draagt. Nadat zij in 1960 was toegetreden tot de kloostergemeenschap, werd ze naar Den Bosch gestuurd waar ze als onderwijzeres aan de slag ging. ‘Ik kreeg een treinkaartje mee en daar ging je dan, dat deed je.’ Na twee jaar keerde ze terug naar Tilburg, waar ze schooldirecteur werd op een school in Tilburg West, en tot vijf jaar geleden ook woonde.

Vanaf de jaren zestig stopte de aanwas van (Nederlandse) zusters. Nu wonen er nog 69 zusters in het complex, de gemiddelde leeftijd is 90. ‘Het bestuur van onze congregatie denkt al twintig jaar na over de toekomst’, zegt zuster Mariëtte. Dat leidt in 2011 tot het grote verbouwingsplan. Directe aanleiding is de gedateerde woonzorgvleugel, waar steeds meer zusters gebruik van maken. ‘De congregatie heeft zorgplicht voor de leden’, legt Mariëtte uit, ‘tot en met de laatste zuster.’

De zusters benaderen de Tilburgse projectontwikkelaar Van der Weegen, die het Rotterdamse bureau Shift a+u erbij haalt om mee te denken over herontwikkeling. ‘Duidelijk was dat de zorgvleugel niet aan de normen voldeed’, zegt projectarchitect Harm Timmermans. ‘Maar het complex met de binnentuin overziend beseften we: dit is ook een stedenbouwkundige opgave. Hoe kunnen we vernieuwen, terwijl we die groene oase in de stad behouden?’

Langste monumentale gevel

Het antwoord is tweeledig. Met koop- en huurwoningen voor starters en senioren is het complex – dat nu grotendeels in bezit is van Van der Weegen - nieuw leven ingeblazen. Door een kloostergang en verschillende metselverbanden in de nieuwbouw te verwerken, sluit deze als vanzelf aan op de bestaande architectuur.

‘Essentieel is dat de nieuwe woongebouwen niet in de tuin staan, maar als een kloostermuur eromheen’, legt Timmermans uit. ‘De gevels mochten geen inbreuk maken op de tuin, daarom hebben we geen balkons eraan gehangen, maar loggia’s gemaakt.’ De tuin is naar de openbare ruimte afgesloten met een hek; bewoners beschikken over een sleutel.

‘Het is een heerlijke plek’, zegt Wilma Horvers (77) in haar appartement op de eerste verdieping van het koopwoningblok, met overhoeks uitzicht over de kloostertuin. ‘Ik kom uit Tilburg, maar kende deze tuin niet. We woonden in een groot huis en zochten een kleinere woning. Een kennis wees ons hierop, we fietsten erheen en ik was om.’

‘Voor mij was belangrijk hoe het gebouw eruitziet’, zegt haar echtgenoot Frits (78), die in de jaren negentig wethouder ruimtelijke ordening was. ‘Het pand aan de Oude Dijk heeft de langste monumentale gevel van Nederland; je wilt niet dat nieuwbouw in hoogte of vorm daarbij afsteekt. Dat is goed gelukt.’

Ondertussen zijn de onderburen, een ouder echtpaar, de tuin in gelopen met hun kleinzoon, die oefent met fietsen. ‘Goed zo, Koen!’, roept Wilma als het jongetje na wat zwabberen rechtdoor rijdt.

Zuster Mariëtte merkt dat sommige zusters moeten wennen aan meer mensen en geluiden. Voor het gebruik van de tuin is een reglement opgesteld, waarin staat dat honden en barbecues niet zijn toegestaan. Ze benoemt de mooie dingen die nieuwe bewoners meebrengen, zoals de sculpturen van Mélanie de Vroom, een kunstenares die in het complex is komen wonen. Gevraagd naar haar favoriete plek wijst Mariëtte op het voormalige keukengebouw, waar projectontwikkelaar Van der Weegen zich heeft gevestigd, en ter gelegenheid van het EK voetbal een oranje vlag is gehesen. ‘Dat vind ik leuk, het zijn dingen die het terrein gezelliger maken.’

Source: Volkskrant

Previous

Next