‘Reizigers in de richting van . . . wordt verzocht hier over te stappen.’ Blij veer ik op: hij zegt het goed! Negen van de tien keer schalt ‘worden verzocht’ door de trein. Ik weet het, ik ben een zeikerd als ik me daaraan erger, net als aan ‘ik irriteer mij’, ‘zij beseft zich’, of ‘het parcours die’ of ‘hun doen het’. De schooljuf in mij slaapt nooit.
Zelf maak ik ook weleens een taalfout (heus wel, beste mailer), weer andere, die ik zelf niet opmerk. Mensen die zeuren over pietluttigheden vind ik inmiddels taalnazi’s; taal is levend hè, en verandert voortdurend. Maar publieke uitingen, zoals in de trein, mogen best nagekeken worden alvorens ze duizenden keren worden herhaald. Ook in het Engels: ‘Don’t forget to check out, even with your bank card’ hoorde ik jarenlang in de tram, totdat ‘even’ onlangs veranderd bleek in ‘also’.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Maar wie moet al die publieke teksten nakijken? De mensen die het goed kunnen zijn veelal met pensioen. Ook de Volkskrant had sublieme eindredacteuren, die veel fouten uit ogenschijnlijk keurige teksten haalden. In boeken en kranten en op websites – ook van de overheid en van onderwijsinstellingen – staan geregeld fouten. Hogeropgeleiden werken er als redacteur, maar hun diploma biedt geen garantie voor (vrijwel) foutloze teksten. Dat is die mensen niet helemaal aan te rekenen; zij hebben het niet goed genoeg geleerd op school, noch op hun taal- of communicatieopleiding. Bij veel talenstudies geldt taalverzorging als suf.
Ook op pabo’s is het geen favoriet onderdeel. Helaas, aankomend leraren moeten de basisvaardigheden perfect beheersen; zij zijn het die kinderen leren lezen en schrijven – een enorme verantwoordelijkheid. Als pabostudenten beter worden in taal, worden leerlingen dat ook en merkt de hele samenleving dat. In welk beroep heb je zoveel invloed?
Komend studiejaar moeten eerstejaars pabostudenten op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) een taaltoets doen. Slagen zij ook na de herkansing niet, dan moeten ze vertrekken. Nee, zo’n toets is niet landelijk verplicht. Vaak gebruiken pabo’s wel een toets, soms met een bindend studieadvies. Elke pabo doet het anders. De maatregel van de HAN-pabo past in lovenswaardig beleid om de lat voor de basisvaardigheden hoger te leggen. De afgelopen jaren experimenteerde deze pabo met de taaltoets: 80 procent van de eerstejaars haalde geen voldoende.
Dat het niveau schokkend laag is, blijkt ook uit een peiling van het Kohnstamm Instituut onder opleiders op 34 pabo-locaties. Minder dan een kwart van de opleiders vindt dat de pabo-afgestudeerden ‘100 procent startbekwaam’ zijn in de onderdelen lezen en woordenschat, 11 procent vindt dat voor spelling en 5 procent voor ‘formuleren’ – ook dat laatste is droevig. (Tabellenboek aanbodpeiling Nederlands en wiskunde pabo, 2022)
De pabo-taaltoetsen hebben 3F als norm, taalniveau eind havo of mbo-4. Onmogelijk moeilijk zijn de vragen die ik tegenkwam niet. Is het ‘vermeldde’ of ‘vermelde’ gegevens? De auto ‘reedt’ of reed’? ‘Vind je’ of ‘vindt je’? En: ‘Zij heeft dezelfde oplossing bedacht als/dan ik/mij’. Wie dat niet goed heeft, mag toch niet voor de klas?
Minister Dijkgraaf jammerde vaak over het lage niveau van taal op de pabo, maar een landelijke toets, zoals voor rekenen sinds 2006 wél bestaat, voerde hij niet in. Is taal minder belangrijk dan rekenen? Ook kwamen de pabo’s telkens gewoon door de accreditatie (het toezicht) – hoe kan dat? Een toets lost echt niet alles op en verhoogt het niveau niet vanzelf, maar minimumeisen zijn noodzakelijk. Hopelijk kiezen studenten voor een pabo mét taaltoets.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant