Er komt de tweede helft van het jaar natuurlijk nog veel moois aan, maar de eerste helft was qua muziek al een spektakel, met Brat van Charli XCX voorlopig bovenaan alle lijstjes. Dit zijn de beste albums van 2024 tot nu toe, volgens de Volkskrant.
Het lijstjesjaar is pas halverwege, maar er lijkt al mondiale consensus te bestaan over welk album straks overal op nummer één staat. Terecht ook, want Brat van Charli XCX is een feestelijke, trendsettende, geestige maar vooral ook meesterlijke dancepopplaat. We willen zwoegende popmusici die aan de vooravond staan van hún meesterlijke nieuwe album niet ontmoedigen, maar… succes!
Brat werkt zo goed als album, omdat er geen enkel minder liedje op staat. Charli XCX blijft ons een plaat lang opzwepen, maar duikt ook bijna terloops in haar diepste gevoelswereld, bij kalme maar rake popbespiegelingen. Hoe kan zij ouderwetse dance en dubstep trouwens zo hedendaags laten klinken?
Over de auteur
Robert van Gijssel is muziekredacteur van de Volkskrant en schrijft over pop en de muziekindustrie. Hij schrijft ook over gamecultuur.
Het ging even niet lekker met Sturgill Simpson, een van de geliefdste countryzangers en songwriters van de afgelopen jaren. Hij leed aan fysiek en geestelijk ongemak, trok zich terug uit de muziekindustrie en zijn thuisland de Verenigde Staten. Hij verkaste naar Parijs en zag in de lichtstad de lol van het leven weer in.
Simpson mat zich een passend pseudoniem aan: Johnny Blue Skies. En hij deed alsof hij verliefd was als een puber. Voor Passage du Desir schreef hij twaalf gloeiende liefdesliedjes, van klassieke country tot soul en smachtende softrock. Luister naar de strijkers, steelgitaren en vooral de weergaloze stem van Simpson, en word ook weer verliefd op het leven.
Het dreigt zomaar een fantastisch jaar te worden voor de heavy muziek, vooral dankzij een niet-aflatende aanvoer van steengoede, zéér alternatieve metal uit de Verenigde Staten. Hoewel die genrenaam de lading niet helemaal dekt, in het geval van Thou.
De zeskoppige band uit Baton Rouge in de staat Louisiana versnijdt hardcore en blackmetal met dreigende postrock en doom, en slaat met nummers als House of Ideas iedere luisteraar tegen de vlakte. Wat een kolossale riffs. En wat een gruwelijk intense sound. Niet voor ieders gevoelige muziekoren. Maar voor de liefhebbers puur goud.
Deze zagen we niet aankomen. Zangeres Beth Gibbons zong dertig jaar geleden de sterren van de triphophemel met haar baanbrekende en dus zeer invloedrijke band Portishead. Nu, na al die decennia, komt zij ineens met een solo-debuut met de meteen al schitterende titel Lives Outgrown.
Ook aan de pracht van Gibbons’ stem is niets veranderd: zij klinkt nog even mysterieus en melancholiek, vooral in liedjes die gaan over het leven dat maar voorbijscheurt en nooit eens ergens op de rem gaat staan. ‘Without any question, I tried to begin. Tried to ignore that I might never win’, zingt zij in het zacht golvende Oceans. Een muzikale pas op de plaats.
De beste, pure pop komt dit jaar niet van de te verwachten grootheden, van Billie Eilish, Taylor Swift of Beyoncé. Nieuwe namen als Fabiana Palladino werken zich als outsider naar voren, en ook dat maakt de eerste helft van dit popjaar zo enerverend.
Haar titelloze debuutalbum klinkt alsof de Engelse Palladino er dertig jaar aan heeft gesleuteld. Vanwege de vele verwijzingen naar de prille synthpop, maar ook omdat de liedjes zo puntgaaf in elkaar steken. Luister naar Stay With Me Through the Night, dat beheerste en sensuele vocalen knoopt aan een retrofiel maar zeer funky basloopje, en word fan, net als wij.
Ze zingt met een wat onheilspellende kinderstem, die ook nog schuilgaat in een laaghangende mist. En ook daardoor komt Jessica Pratt tot ons als een geestverschijning in een enge droom.
Pratt maakte eerder ijzig mooie albums, maar Here in the Pitch is een verhaal apart en een hoogtepunt in haar bescheiden, nog altijd een beetje verborgen oeuvre. Haar liedjes klinken als gezongen thrillers in een nachtclub, bij omfloerste barpiano’s, ijle strijkers en holle drumpartijen uit de sixtiespop van producer Phil Spector. Een beeldschoon album, om een jaar lang tegen je aan te drukken.
Virtuoos gespeelde muziek is lang niet altijd leuk om naar te luisteren. Knap hoor, zo’n razendsnelle en eindeloze gitaarsolo. Maar ook best vermoeiend.
De Amerikaanse saxofonist Sam Gendel en de Braziliaanse gitarist Fabiano do Nascimento doen op hun instrumentale juweel The Room niet aan opzichtig muzikaal machtsvertoon. Hun muziek stroomt als helder water van een berg en is zeker magistraal gespeeld, maar wordt nergens een liefhebberij van twee heren die iets heel goed kunnen. We horen klassieke gitaar, bossanova, jazz, flamenco en watervlugge sopraannoten die de relaxte slag van de Braziliaanse folk volgen. Zin- en rustgevende muziek, zonder woorden.
Met haar album Vulture Prince voerde Arooj Aftab onze jaarlijst van 2021 aan. We liepen toen wat voor de troepen uit, maar inmiddels is de hele wereld gevallen voor de warme en donkere stem van de Pakistaanse zangeres, die al jaren woont en werkt in de Verenigde Staten.
Op Night Rain, een ode aan de nacht, gaan de gordijnen dicht bij betoverende jazz en folk, en zelfs een verdwaald bluesliedje. De stem van Aftab, die in onmiskenbaar oosterse toonsystemen rond de noten kringelt, eist alle aandacht op en zelfs als je het Urdu niet machtig bent, word je meegevoerd in haar verhalen.
De broodnodige Nederlandse inbreng in dit overzicht van voorlopige hoogtepunten komt van zangeres en liedschrijver Neomi Speelman, artiestennaam Néomí. Iedere Nederlandse popmaker die nog in het Engels durft te schrijven verdient sowieso onze hartelijke steun en complimenten.
Néomí maakt vluchtige en zwevende popliedjes, die toch een stevig fundament hebben van uitgekiende arrangementen, stijlvol spel en een vaak dramatische opbouw. In het rond piano en strijkers dwarrelende nummer Garden neemt ze ons mee naar de tuin des levens, waar ze vergeefs zoekt naar de dingen die geweest zijn. Prachtige popmuziek.
De Amerikaanse Annie Clark, alias St. Vincent, bestookt ons al ruim vijftien jaar met voortreffelijke albums en optredens. Het gaat niet vervelen. Hier staat ze weer in onze tussentijdse favorietenlijst, met plaat nummer zeven.
St. Vincent blijft boeien omdat ze zich nooit op een genre laat vastzetten. Op All Born Screaming zet zij haar soms raadselachtige, maar altijd betekenisvolle liedteksten op synths, op kamerpop of reggae, en de recensent ontdekte in het nummer Violent Times zelfs een James Bond-liedje, vol suspense en vreemd wapperende kopervlagen. Je weet nooit welke diavoorstelling St. Vincent je wil laten zien. Dat maakt haar oeuvre zo spannend.
Haar vlucht naar voren in de popmuziek was zowel uw muziekrecensenten als Kacey Musgraves niet zo goed bevallen. Haar voorlaatste album was een verzameling net wat te makkelijke breakupliedjes, die het gouden pennetje van de traditionele Amerikaanse liedschrijfkunst misten.
Op Deeper Well schrijft en componeert Musgraves weer als vanouds. De banjo tokkelt en Musgraves zingt serene en vaak zeer persoonlijke liedjes, met die onvergelijkbaar mooie, zacht-zuivere stem die iedereen bij de strot zou moeten grijpen. Wat een sprankelende vocale melodieën laat Musgraves opstijgen uit dit verfijnde countryalbum, toch zeker een van de mooiste van het jaar. Nu al.
Gelukkig: toch ook nog een bandje, in dit overzicht dat wordt gedomineerd door grote, maar wat eenzame pop-individuen. En dan rockt Prelude to Ecstasy ook nog enigszins, en ook dat is op het nippertje.
De band uit Londen kreeg nog voor dit debuut een typisch Engelse mediahype te verwerken. Ze zouden met hun eerste plaat hét indiegeluid van 2024 worden, volgens bijvoorbeeld de BBC. De vrouwen sloegen zich er dapper doorheen en brachten een degelijk en barok popalbum uit, met liedjes die je steeds op het verkeerde been zetten en dus weigeren voorspelbaar te worden. Horen we nu echt Queen als een van de inspiraties? Ook dat getuigt van moed.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant