Home

De Ierse schrijver Edna O’Brien vocht haar leven lang tegen de verstikkende bekrompenheid van haar omgeving

Ze was een gevierd auteur, die Paul McCartney, Marlon Brando en Jackie Onassis tot haar vrienden mocht rekenen. Maar in haar hart en in haar werk zou Edna O’Brien (1930-2024) altijd het strijdende dorpsmeisje uit haar jeugd blijven.

Ze was een frêle, bijna breekbare verschijning, haar leven lang aanzienlijk jeugdiger ogend dan de leeftijd in haar paspoort. Elegant, voorkomend, chic. Maar achter deze verschijning ging een provocatieve en strijdbare persoonlijkheid schuil. Ook dat is ze haar hele leven gebleven. De laatste decennia had Edna O’Brien de status van grand old lady van de Ierse letteren. Maar een gemoedelijke oude dame is ze nooit geworden. Zondag overleed ze, 93 jaar oud.

Edna O’Brien werd op 15 december 1930 geboren in het dorp Tuamgraney in het Ierse graafschap Clare, een kleine, op zichzelf gerichte gemeenschap die ze van jongs af aan als beklemmend en verstikkend ervoer. Dat gevoel van beklemming begon al thuis. In haar memoires zou ze haar vader, die regelmatig dronken was, een gevaarlijke figuur noemen. Haar moeder, zeer aanwezig en alles bestierend, gaf Edna voor haar gevoel nauwelijks ruimte om te ademen.

Over de auteur

Hans Bouman schrijft voor de Volkskrant over boeken en richt zich met name op literatuur en auteurs uit het Engelse taalgebied.

Moeizame moeder-dochterrelaties zouden een terugkerend motief in haar romans en verhalen worden. Hetzelfde kan worden gezegd van O’Briens getroebleerde verstandhouding met de rooms-katholieke kerk.

O’Brien kreeg haar middelbareschoolopleiding in de kloosterschool van de Sisters of Mercy te Loughrea, waar ze op het internaat zat. Daar ontwikkelde ze niet zozeer een hevige afkeer van het katholieke geloof zelf, als wel van de dagelijkse praktijken van de kerk – wat haar er overigens niet van weerhield verliefd te worden op een van de nonnen.

Ernest Gébler

Na haar schooltijd ging O’Brien farmacie studeren in Dublin. In de apotheek waar ze werkte, leerde ze de aanzienlijk oudere schrijver Ernest Gébler kennen en werd verliefd. Dit leidde tot een groot conflict met haar familie, waaraan O’Brien ontsnapte door met Gébler te trouwen en haar studie af te breken. Aanvankelijk woonde het stel op het Ierse platteland, waar ze hun kinderen Carlo (die ook schrijver zou worden) en Sasha kregen.

Eind jaren vijftig verhuisden ze naar Londen, waar O’Brien haar eerste contacten legde met de literaire wereld. Ze ging manuscripten lezen voor uitgeverij Hutchinson en werd voorzichtig gepolst of ze niet zelf een roman wilde schrijven. Nadat ze een lezing over F. Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway had bijgewoond, raakte O’Brien dermate geïnspireerd door met name het compacte, heldere proza van de laatste, dat ze in een paar weken tijd The Country Girls (1960) schreef.

In deze roman vertelde ze het verhaal van twee meisjes die de verstikkende bekrompenheid van het platteland van West-Ierland ontvluchten om hun heil te zoeken in de verderfelijke grote steden Dublin en Londen. Vooral de openlijke wijze waarop O’Brien over seks schreef en haar genadeloze portret van het leven op het Ierse platteland, wekten in haar vaderland hevige verontwaardiging.

Boekverbranding

Het boek werd in Ierland verboden, net als de volgende zes die O’Brien schreef. Ze bevond zich daarmee overigens in het gezelschap van haar inspiratiebron Hemingway en auteurs als William Faulkner, Samuel Beckett, Frank O’Connor en Seán Ó Faoláin.

Tijdens de zondagsmis vroeg de pastoor van haar geboortedorp of er parochianen waren die The Country Girls in huis hadden. Niet veel later werden alle exemplaren demonstratief door de priester op het dorpsplein verbrand.

Het boek en de vervolgdelen The Lonely Girl en Girls in Their Married Bliss werden een enorm succes in Engeland, maar hadden geen gunstig effect op O’Briens huwelijk. Gébler – als auteur nu in één klap door zijn vrouw in faam voorbijgestreefd – kon de nieuwe situatie moeilijk aan. Toenemende spanningen leidden er uiteindelijk toe dat O’Brien op een dag tijdens het koken het huis uit stormde, om niet meer terug te keren.

Liefde en vriendschappen

Ze verhuisde van de Londense buitenwijk die ze altijd had verfoeid naar het trendy Chelsea, en genoot ten volle van de vrijheden van de jaren zestig. Minnaars kwamen en gingen, hertrouwen deed ze nooit. Tussen het schrijven en liefhebben door onderhield O’Brien vriendschappen met beroemdheden als Marlon Brando, Richard Burton, Jacqueline Onassis en Harold Wilson.

Naar verluidt kwam Paul McCartney soms langs om haar kinderen in slaap te zingen. Om het verhaal compleet te maken gebruikte ze lsd in het gezelschap van Samuel Beckett en ging ze in therapie bij antipsychiater R.D. Laing.

Ook als ‘bevrijde vrouw’ en gevierd auteur bleef O’Brien de thematiek die haar aan het hart was gebakken trouw. Romans als August Is a Wicked Month (1965), Johnny I Hardly Knew You (1977) en The High Road (1988) bieden stuk voor stuk indringende portretten van vrouwen en hun hevige maar vergeefse strijd om emotionele vervulling en geluk te vinden.

Later werk

De twijfelachtige rol van de katholieke kerk keert terug in onder meer A Pagan Place (1970) en Down by the River (1996). Dat O’Brien tot het laatst geïnspireerd bleef door moeizame moeder-dochterrelaties, getuigen The Light of Evening (2006) en Saints and Sinners (2011).

Down by the River vormt bovendien samen met House of Splendid Isolation (1994) en Wild Decembers (1999) een trilogie over politieke zaken, waaronder het Ierse terrorisme – ook een onderwerp waarover de schrijver haar eigen, eigenzinnige opvattingen had.

Op 81-jarige leeftijd publiceerde Edna O’Brien, geheel in stijl, haar levendige en uitdagende memoires onder de veelzeggende titel Country Girl (2012). In haar hart is ze haar hele leven een dorpsmeisje gebleven, dat tot de laatste snik energiek bleef vechten voor een plek in de grote, vijandige buitenwereld.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next