Home

Leraren zien homoacceptatie onder jongeren mede door Andrew Tate dalen

Het lijkt erop dat steeds minder middelbare scholieren homoseksualiteit normaal vinden. Die indruk wekt de GGD Gezondheidsmonitor, die in verschillende regio's is uitgevoerd. Ook in het onderwijs worden deze signalen opgevangen. Wat speelt er in de klas en hoe gaan scholen hiermee om?

In zeven van de acht regio's waarin de GGD's middelbare scholieren naar de acceptatie van homo- en biseksualiteit hebben gevraagd, is die afgenomen.

In de regio Amsterdam is de acceptatie onder jongeren in vier jaar tijd van 63 procent naar 43 procent gezakt. In de Gooi en Vechtstreek was de daling het grootst: van 78 procent naar 49 procent.

Leraar maatschappijleer en decaan Robin Mobron van het Keizer Karel College in Amstelveen ervaart de kentering al een aantal jaar. "Vooral bij jongens tussen twaalf en vijftien jaar is de omslag merkbaar", vertelt Mobron aan NU.nl.

"We zien dat zij worden aangestoken door sociale media. Dat begon een aantal jaar geleden met influencer Andrew Tate, maar deze groep kijkt tegenwoordig ook naar video's van bijvoorbeeld Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet."

In deze video's worden onder andere haatdragende opmerkingen over homoseksualiteit en genderidentiteiten gemaakt. "Het zijn korte video's zonder enige uitleg of verdieping. Je merkt dat jongeren hen een-op-een napraten. Een soort algoritmisch geblaat", zegt Mobron.

Hoe gaat hij als docent het gesprek aan met leerlingen? "Natuurlijk vragen wij naar diepere beweegredenen achter de haat. Maar een gesprek voeren is lastig, want jongeren kunnen hun uitspraken vaak niet beargumenteren." Er heerst volgens hem een soort algemene vijandigheid.

De Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM) herkent dit beeld, laat voorzitter Marcel Mooijman weten. "Vanuit het maatschappijleeronderwijs krijgen wij steeds vaker de vraag om aandacht te besteden aan hoe docenten in de klas het gesprek kunnen voeren over inclusiviteit en polariserende onderwerpen."

De vereniging biedt daarbij advies. "We geven allereerst de randvoorwaarden voor het voeren van een goed gesprek: bepaal de toon van het gesprek en laat iedereen aan het woord. Daarnaast is goede voorlichting nodig om van mening te kunnen veranderen. Veel extreme opmerkingen komen voort uit onwetendheid. Maar van mening veranderen kost bij ieder mens tijd", legt Mooijman uit.

De taak om deze gesprekken te voeren kan niet alleen bij docenten maatschappijleer liggen, vindt hij. "Haatdragende opmerkingen komen overal op school voor: op het schoolplein, tijdens de wiskundeles en in de gymzaal. Op het moment dat zoiets gebeurt, moet iedere docent op een constructieve manier het gesprek met leerlingen kunnen aangaan", stelt de voorzitter.

Belangenorganisatie COC Nederland geeft voorlichtingslessen over seksuele diversiteit op scholen. Thijs Smeenk is een van de voorlichters en ook hij merkt steeds meer van het gebrek aan acceptatie. "Toen ik in 2012 hiermee begon, had ik gehoopt dat we in 2024 verder zouden zijn. Maar de vijandigheid wordt almaar groter."

Waar denkt hij dat het vandaan komt? "Naast invloed van sociale media is het onderwerp ook breder geworden. Voorheen ging het vooral over de l, h en b, nu gaat het over veel meer identiteiten in de lhbtqia+-gemeenschap. Dat wekt weerstand op. Tijdens lessen worden weleens opmerkingen gemaakt als: 'Wat nou als ik me hond voel, wat zegt u daarvan?' Als ik dan vraag of ze denken dat klasgenoten zich veilig durven uit te spreken over bijvoorbeeld hun geaardheid, beseffen ze vaak dat dat niet zo zal zijn."

COC-woordvoerder Philip Tijsma noemt de cijfers van de GGD's zeer zorgelijk. "Polarisatie is een wereldwijd probleem en dringt ook door tot in de klas. Wij willen heel graag dat staatssecretaris Mariëlle Paul, verantwoordelijk voor primair voortgezet onderwijs en emancipatie, verder wetenschappelijk onderzoek doet. Wat is er precies aan de hand en wat kunnen we ertegen doen? Uiteindelijk moet iedereen op school zichzelf kunnen zijn en zich veilig voelen."

Tijsma: "We hebben wel de indruk dat de haatdragende opmerkingen soms ook pubergedrag zijn: stoer doen, iets hard roepen en kijken wat het effect is. Als je doorvraagt en onwaarheden kunt ontkrachten, blijkt dat de soep vaak niet zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. Dat is een fijne gedachte, maar alsnog moeten we deze ontwikkeling heel serieus nemen. De lhbtqia+-gemeenschap heeft het bepaald niet makkelijk op de middelbare school."

Ook docent Mobron denkt dat het vooral een kwestie van leeftijd is. "Vanaf een jaar of zestien nemen de extreme opmerkingen af", ziet hij op zijn school. Dat lijkt overeen te komen met resultaten uit het onderzoek Seks onder je 25e, uitgevoerd door Soa Aids Nederland en Rutgers. Daarvoor is een bredere leeftijdsgroep (tussen 13 en 25 jaar) gevraagd naar de sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit. Deze resultaten laten juist een toenemende acceptatie zien.

Het lijkt dus beter te gaan naarmate middelbare scholieren ouder worden. Maar Mobron maakt nog wel een kanttekening: "We moeten wel oppassen voor de kleine groep die niet over de haat heen groeit. Dat kan gevaarlijk worden."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next