Home

Arno Kamminga, Caspar Corbeau

Arno Kamminga en Caspar Corbeau hebben zondag bij de Olympische Spelen in Parijs naast een medaille op de 100 meter schoolslag gegrepen. De Nederlanders eindigden in de finale als respectievelijk zesde en achtste.

Kamminga tikte in 59,32 seconden als zesde aan. Daarmee kwam hij 27 honderdsten tekort voor een medaille. Corbeau moest met een tijd van 59,98 seconden genoegen nemen met de laatste plek in de finale.

In de halve finales waren Kamminga (59,12) en Corbeau (59,24) beiden nog sneller dan in de eindstrijd. Toen klokten ze de derde en vijfde tijd.

Kamminga veroverde drie jaar geleden in Tokio nog olympisch zilver op de 100 meter schoolslag. Daar voegde hij zilver op de 200 meter schoolslag aan toe.

Doordat de 28-jarige Kamminga en de vijf jaar jongere Corbeau een medaille misliepen, staat Nederland na de tweede dag van de Olympische Spelen in Parijs nog altijd op nul medailles.

Adam Peaty greep net naast zijn derde olympische titel op de 100 meter schoolslag op rij. De Brit pakte in 59,05 het zilver en werd geklopt door de Italiaan Nicolò Martinenghi, die twee honderdsten sneller was. Peaty deelde het zilver met de Amerikaan Nic Fink, die precies dezelfde tijd had gezwommen.

Als Peaty voor de derde keer de olympische titel op dit nummer had veroverd, zou hij de tweede man zijn geweest die dat had gepresteerd. Hij zou daarmee in de voetsporen van Michael Phelps zijn getreden.

Bij de vrouwen strandde Tes Schouten eerder op de avond in de halve finales van de 100 meter schoolslag. De Nederlandse, die op de WK van dit jaar zilver had gepakt, moest met 1.06,56 genoegen nemen met de tiende tijd.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next