Sinds 1990 is het aantal boerenlandvogels in Nederland bijna gehalveerd. Volgens de Europese Commissie doet het Nederlandse kabinet niet genoeg om weidevogels te beschermen. Daarom begon Brussel vorige week een strafprocedure tegen Nederland.
De kemphaan komt als broedvogel bijna niet meer voor in Nederland. Vogelkenniscentrum Sovon telt nog maar 10 tot 30 broedparen. Van scholeksters zijn er nog circa 25 duizend broedparen, maar het aantal scholeksters in Nederland is nog maar een kwart van dat in de jaren negentig. Vorig jaar riepen de Sovon en de Vogelbescherming deze ‘pechvogel’ daarom uit tot soort van het jaar.
De grutto, in 2015 verkozen tot nationale vogel heeft dit jaar weer een ‘matig broedseizoen’ gehad, schrijft LandschappenNL, een samenwerkingsverband van natuurorganisaties. Volgens de Vogelbescherming is het grootste gevaar voor de grutto de intensieve melkveehouderij. Op veel weiden staat alleen nog snelgroeiend eiwitrijk gras dat dient als veevoedsel. Hierdoor zijn er minder insecten, het voedsel voor jonge vogels. ‘Het gras wordt al gemaaid voordat de kuikens kunnen vliegen’, aldus de Vogelbescherming. Ook roofdieren zoals vossen, kraaien, reigers en katten spelen een rol: zij eten eieren en jonge kuikens.
Vogels op het boerenland hebben het in de hele EU moeilijker dan bosvogels. Dit blijkt uit cijfers van het Europees Milieuagentschap. Het aantal bosvogels is de laatste jaren juist wat toegenomen, terwijl het aantal weidevogels blijft dalen. In Nederland is deze afname nog wat groter dan in de rest van de EU.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant