Home

Aan linkse kwezels kun je de strijd tegen extreemrechts niet overlaten – dan liever de liberalen

Eind 2019 richtte een aantal Republikeinen in de VS het Lincoln Project op, met als doel het tegengaan van het trumpisme. Dat doen ze door Trump met eigen wapens te bestrijden, bijvoorbeeld met filmpjes die hem belachelijk maken om zijn schijnbare onvermogen een glas water vast te houden. De meeste Republikeinen zijn vanzelfsprekend geen fan, maar veel (oudere) Democraten net zomin: die vinden dat je je daarmee verlaagt tot het niveau van de voormalige president.

Ik moest aan dit initiatief denken toen ik twee weken geleden een stuk van historicus Kemal Rijken in NRC las. Daarin roept hij links op niet zo ‘polariserend’ te zijn en in plaats daarvan ‘constructieve, kritische oppositie’ te gaan voeren. Op LinkedIn verscheen bijval van duurzaamheidsgoeroe Jan Rotmans, die links óók niet lief genoeg zei te vinden voor extreemrechts – ‘kom met een eigen, positief verhaal, met bestaanszekerheid als uitgangspunt’.

Het verhaal van progressief Nederland kan heus beter, maar het idee dat je extreemrechts bestrijdt met ‘constructieve oppositie’ is aan morele nalatigheid grenzende kolder. Waarom mensen op extreemrechts stemmen is uitgebreid onderzocht – immigratie, immigratie, immigratie – en die kiezer is duidelijk niet geïnteresseerd in constructieve ideeën of bestaanszekerheid, want dan zou hij wel anders stemmen.

Deze kwalijke volharding van linkse types kan ik alleen maar verklaren met hun idee dat alles nurture is, dat iedereen een product is van zijn omgeving, dat eigen verantwoordelijkheid niet bestaat, en dat daarmee extreemrechtse kiezers ook maar slachtoffers zijn – ze moesten wel Wilders stemmen! Alternatieve verklaringen geven bovendien een gevoel van controle: aan bestaanszekerheid kun je wat doen, aan een fictieve reptielenelite minder.

Maar de kiezer stemt niet op Wilders ondanks diens totale gebrek aan klasse, maar vanwege dat totale gebrek aan klasse. De gewone man stemde ooit links omdat hij erop vooruit wilde gaan, totdat hij er genoeg op vooruit was gegaan en daarom rechts ging stemmen omdat hij er niet op achteruit wilde gaan. Meer is het niet. Een eventueel ‘positief verhaal’ dat dergelijke egoïstische mensen aanspreekt is onmogelijk; de eerlijke boodschap is immers dat we boven onze stand leven.

Wanneer progressieve mensen plechtig verklaren dat een scherpe toon niemand overtuigt, bedoelen ze vooral dat zíj niet overtuigd raken. Maar dat hoeft ook niet, lijkt me. Met hun kwezelarij laten ze zien dat ze hun eigen theatrale redelijkheid belangrijker vinden dan het verslaan van autocraten en neofascisten, want ik heb nog niet één steekhoudend argument gehoord waarom ‘het niet werkt’ om extreemrechts te veroordelen en buiten te sluiten.

De Amerikaanse schrijver Thomas Frank concludeerde al in 2012 dat extreemrechts wordt gefaciliteerd door de ‘terminale vriendelijkheid’ van links, een van de redenen voor de oprichting van het Lincoln Project (naar de vileine polemist die president werd). Initiatiefnemer Steve Schmidt vindt dat je rechts nodig hebt om extreemrechts te verslaan, juist omdat dat wél kan uitdelen - ‘de kant die argumenteert vanuit democratische waarden mag niet de zachte kant van het debat zijn’.

Zolang links wordt verteerd door een onophoudelijke stroom van zelfhaat – van academici als Ewald Engelen, Mark van Ostaijen, Martin Lambregts, of wie nu weer het dedaindeuntje opzet – moet de strijd tegen extreemrechts misschien wel van liberalen komen.

Hoe gek dat ook klinkt met de grotendeels domrechtse VVD in een PVV-regering: het was Mark Rutte die de huidige minister Marjolein Faber het meest overtuigend wees op de nazistische oorsprong van haar omvolkingspraatjes, en het is Eric van der Burg die het meest inspirerend spreekt over kansengelijkheid. Met de slappe knieën van links begin ik te geloven dat ook Nederland een Lincoln Project nodig heeft.

Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

Source: Volkskrant

Previous

Next