Home

Nog altijd heb ik een zwak voor de baddies, villains en uitgerangeerde diva’s, ik speel ze maar al te graag

Als kind speelde ik in The Sound of Music. Ik was 8 toen ik voor het eerst voet op het toneel zette als Gretl, de jongste telg van de familie Von Trapp. Het zou zomaar kunnen dat dat het mooiste is wat me ooit is overkomen. Voor het eerst in mijn leven vond ik gelijkgestemden: kinderen die net als ik op school buiten de boot vielen en aangestoken waren door het theatervirus. Op school waren we misschien te verlegen, te druk of te weird, hier bloeiden we op.

Maar over één ding waren we het niet eens: de rollen die we later wilden spelen. Zij wilden Maria zijn, mij leek de rol van moeder-overste leuker. Zij wilden Ariel worden, ik liever Cruella de Vil. Ik wilde koppen laten rollen, vergif uit tentakels spuiten en iedereen omver blazen met een episch lied. Ik had best zin in glamour, maar dan wel glamour van het sinistere soort.

Nog altijd heb ik een zwak voor de baddies, villains en uitgerangeerde diva’s, ik speel ze maar al te graag. Waarom? Ik was een brave meid, en brave meisjes klemmen hun tanden op elkaar en hangen de vuile was bij voorkeur binnen op.

Foutjes maken vond ik vreselijk. Toen ik een jaar of 13 was en voor het eerst alleen met de trein reisde, kocht ik op het station een tijdschrift en een busje Pringles. Eenmaal in de trein realiseerde ik me dat ik per ongeluk alleen het tijdschrift had afgerekend.

Diefstal! Wekenlang was ik doodsbang. Ik durfde niets tegen mijn ouders te zeggen en steeds als er werd aangebeld, dacht ik dat het de politie was.

Maar in al mijn geliefde sidekicks: niets van dat alles. Onverschrokken gaven ze zich over aan de duisternis en stiekem hoopte ik dat ook in me te hebben.

Mijn favoriete Disney-slechterik is Ursula, de boze zeeheks uit De kleine zeemeermin. In het lied Al die kommer en kwel geeft Ursula Ariel benen, in ruil voor haar stem. Pat Caroll, de Amerikaanse Ursula-stem, zei ooit dat ze voor Ursula ‘een mix van oude Shakespeare-actrices en autoverkopers’ in haar stem had gelegd en dat is te horen.

Ursula werd overigens gebaseerd op de iconische dragqueen Divine (Harris Glenn Milstead, 1945-1988), al durfde Disney dat in 1989 nog niet openlijk toe te geven. Divine was de onconventionele muze van filmmaker John Waters. Divine viel op ‘in de zee van dragqueens die allemaal Miss America probeerden te zijn, omdat ze dat schoonheidsideaal rigoureus afwees’, aldus Waters.

Milstead had overgewicht, viel op jongens, moest zichzelf verborgen houden voor de wereld. Alle woede die hij had, culmineerde in Divine: met haar bijenkorfkapsel, agressieve uiterlijk, extravagante stunts (ze huurde eens een olifant in om verzekerd te zijn van de spectaculairste opkomst van de avond) en dito podiumpersoonlijkheid veranderde deze adult version van Ursula de koers van drag. En zo over de top als Divine was, zo zachtaardig en verlegen was Milstead zelf, volgens vrienden.

Ursula en Divine: ik blijf ze mooie muzen vinden. Ook ik wil graag oog in oog staan met mijn eigen duisternis, brutaliteit en plezier. Mocht ik ooit een dochter krijgen, dan hoop ik dat ze het gevoel heeft dat dat ook voor haar geldt. En mocht dat niet het geval zijn, dan hoop ik maar dat ze het niet al te gênant vindt dat haar moeder dat luidruchtig doch liefdevol nastreeft.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next