In de rubriek ‘Materiaal’ aandacht innovaties in de sport. Vandaag: zwempakken.
Als schoolslagspecialist Tes Schouten, wereldkampioen op de 200 meter, ooit stopt met zwemmen, weet ze alvast wat ze absoluut niet zal missen: het aantrekken van haar badpak. Als het meezit en ze veel finales haalt in één kampioenschap, moet ze zich al snel een keer of tien in een strak pak hijsen. Het kost haar doorgaans tussen de twintig en dertig minuten om het aan te trekken.
Er zit compressie in een zwempak of, in het geval van mannen: in hun zwembroek. Arno Kamminga, goed voor twee keer olympisch zilver in Tokio in 2021, kan met zijn zwembroek in ongedragen staat in de breedte ongeveer 2/3 van zijn benen bedekken. Dat derde deel rekt hij erbij door het aan te trekken. Hij doet er iets korter over dan Schouten, maar heeft ook minder stof om zich in te hijsen: een minuut of vijftien.
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.
Zwemmers houden, net als bijvoorbeeld schaatsers, van de strakke stof om hun lijf. Spieren krijgen druk, die compressie houdt het lichaam strak, wat voordelig is bij de start onder water en het keerpunt. Een pak helpt ook bij het hooghouden van de benen en heupen. De strakke stof bevalt minder na afloop van een race, als zwemmers het gevoel hebben dat hun spieren branden door de zware inspanning.
De zwemsport kent een lange geschiedenis met materiaal. Van hightech haaienpakken, tot een ‘badpakkenoorlog’ tussen commerciële bedrijven die contracten met zwemmers afsloten om exclusiviteit.
In 2008 en 2009 maakten supersonische, plastic ‘wonderpakken’ van neopreen en polyurethaan, de dienst uit. In die tijd zwommen velen in fullbodysuits: pakken met broeken met pijpen tot de enkels en mouwen tot de polsen.
Ze bleken drijfvermogen te hebben en waren zo veel sneller dat er in 2009 in Rome in acht dagen tijd 43 wereldrecords werden gezwommen bij één WK. Het gaf voor veel ophef onder de coaches. Het kwam de sport niet ten goede, vonden zij. De tijden werden eerder aan de gedragen pakken toegeschreven dan aan de geleverde prestaties.
Uiteindelijk kwam er 1 januari 2010 een verbod van de mondiale zwembond Fina (nu World Aquatics). Rubber moest weer textiel worden. Er werden maximale lengtes afgesproken. Bij de mannen werd de navel weer zichtbaar en vrouwen moesten hun schouders en armen bloot laten.
Sinds er weer in textiel wordt gezwommen, is er meer ruimte voor zwemmers met efficiënte techniek en een langere adem, waar in het verleden krachtpatsers makkelijker uit de voeten konden.
De pakken worden tegenwoordig ook getest door World Aquatics. Komen ze door de keuring, dan krijgen ze een speciaal logo. Om de sport eerlijk te houden mogen ze pas bij wedstrijden worden gebruikt als ze dit logo hebben en wereldwijd te koop zijn.
De huidige pakken bestaan uit elastaan, een lichtgewicht synthetische textielvezel, polyamide (nylon) en eventueel uit koolstofvezel. De duurste versies kosten rond de 600 euro.
De Nederlandse zwembond KNZB heeft een contract met Arena, dat naast Speedo, Tyr en Mizuno een van de bekendste badpakmerken is van dit moment. Maar in dat contract heeft de bond wel uit voorzorg een clausule laten opnemen: als ze kunnen aantonen dat een ander merk sneller is, mag ook dat pak worden gedragen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant