Home

Bij een liefde op afstand kun je ongebreideld verlangen zonder je handen vuil te maken aan een echte relatie

Toen ik voor het eerst verliefd was, werd ik meteen van hem gescheiden, een lange zomer was hij ergens anders en hij vroeg mij of ik hem een boek kon aanraden. Een groot romantisch gebaar vond ik dat: hij zou dan dat boek lezen en de hele tijd aan mij denken. Ik zei dat hij Slachthuis vijf van Kurt Vonnegut moest lezen, dat dat een favoriet boek van mij was.

Dat was een regelrechte leugen. Ik had een hekel aan oorlogsboeken. Ik kan me niet voorstellen dat ik dat boek toen überhaupt had gelezen; de kans is groot dat mijn kennis van Vonnegut niet verder strekte dan het moment in de film Bridget Jones waarop zij een boek ‘positively vonnegutesque’ noemt. Dit natuurlijk alleen omdat ze met iemand naar bed wil.

Over de auteur
Charlotte Remarque schrijft over literatuur voor de Volkskrant.

Tijdens de lange zomer dat ik die arme jongen met Vonnegut had opgezadeld en ikzelf helemaal niet over de oorlog aan het lezen was, was ik verliefder op hem dan ik ooit nog zou zijn. Ik trok op met een meisje dat óók verliefd was, op zijn beste vriend, en we besteedden hele dagen aan analyses van berichten, zij aan zij in dagboeken schrijven en fantaseren over hun terugkomst. De terugkomst verbrak de betovering; alles werd echt en ingewikkeld.

Vonnegut las ik jaren later pas, omdat ik zijn verzamelde liefdesbrieven tegenkwam, die geweldig zijn om te lezen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef de jonge Kurt zijn toekomstige vrouw Jane, die hij Woofy noemde, stapels brieven. Eerst vanaf de universiteit, en toen hij zich bij het leger had aangemeld vanuit Duitsland.

Lange hersenspinsels over hoe mooi en bijzonder ze was, over hun toekomstige huwelijk, en over de ‘biological encounters’ die ze hadden gedeeld (ga het hem eens kwalijk nemen, hij was nog geen 20), zijn gedachten over maandstonden (‘de meiden hebben het maar moeilijk’), over het ideale diner (waar onder meer een martini en gefrituurde tomaten in voorkomen, over werk (‘had ik maar meer hersenen en minder enthousiasme’) en over de onveranderlijkheid van de mens (‘ik zal nooit leren rolschaatsen’).

Ik begreep de charme van een liefde op afstand. Je kunt ongebreideld verlangen zonder dat je je handen hoeft vuil te maken aan de rommeligheid van een echte relatie, en je hebt een vrijbrief om zonder onderbrekingen over jezelf te filosoferen. In haar afwezigheid was de ander volmaakt, terwijl Kurt en Woofy op de momenten dat ze elkaar zagen toch vooral dronken ruziemaakten op feestjes, dat is tussen de regels door te lezen.

‘We waren vreselijk gelukkig, toch?’, schreef Kurt naar Woofy. ‘En waren we niet verliefd? Waren we niet voor elkaar bestemd, al was het maar voor even? Ik hoef geen antwoord op deze vragen – ik zit hardop te denken.’ Liefde is in je eentje hardop denken, en voor elkaar bestemd zijn is makkelijker op papier. Al was Kurt en Woofy wel een lang en gelukkig huwelijk beschoren, waar mijn eerste liefde uiteindelijk doodbloedde. Maar dat was te verwachten; hij was natuurlijk met een leugen begonnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next