Afgelopen jaar verdronken in Nederland 98 mensen. Vroeger kwam verdrinking veel vaker voor. Belangrijkste reden voor de toegenomen veiligheid: de invoering van zwemles.
In de hal van het Helperzwembad in Groningen hangt de reproductie van een bijna honderd jaar oud plakkaat waarvan de korte boodschap luidt: leer je kinderen zwemmen. Een lijntekening toont een vader, gebogen over het dode lichaam van een verdronken kind. Begeleidende tekst: ‘Die ramp is van u af te keeren. Laat thans uw kinderen zwemmen leeren.’ Op de achtergrond rijst een watergeest op die beschuldigend wijst: ‘Uw schuld’.
Niet heel zachtzinnig, maar zoals dat heet: je moet het in de tijd zien. Nederland is een waterrijk land, en al die vaarten, kanalen, plassen en meren zijn welbeschouwd levensgevaarlijk. Tot de brede invoering van zwemonderwijs was de vuistregel: wie in het water viel, ging dood. Zwemles redt levens.
In deze serie duikt de Volkskrant in de archieven op zoek naar verhalen met een parallel met het heden.
Zwemonderwijs was eeuwenlang vooral een boekenkwestie. Een van de eerste leerboeken over zwemmen verscheen in 1538: Colymbetes, sive de arte natandi dialogus et festivus et iucundus lectu (‘De zwemmer, of een dialoog over de zwemkunst, leuk en plezierig om te lezen’) van Nikolaus Wynmann, hoogleraar Hebreeuws aan de Universiteit van Ingolstadt en tevens geoefend worstelaar.
Wynmann propageerde een kikkertechniek die we nu ongeveer zouden herkennen als schoolslag, maar hij was pragmatisch in zijn benadering. Hij had bijvoorbeeld geen probleem met het gebruik van drijfhulpmiddelen als een opgeblazen koeienblaas of stukken kurk. Niet verdrinken was voor Wynmann belangrijker dan netjes zwemmen.
Duitse hoogwaardigheidsbekleders vonden het boek van Wynmann minder ‘leuk en plezierig’ om te lezen. Er waren steden die zwemmen verboden omdat het a) gevaarlijk en b) onzedig was. In Würzburg gingen wetshandhavers in de zomer van huis tot huis om te waarschuwen dat zwemmen in de stadsgrachten verboden was. Vooral op gemengd zwemmen stonden zware straffen.
Frankfurt verbood in 1548 het zwemmen in de Main omdat het aanleiding gaf tot ‘onbehoorlijke gedragingen’ en een school in Hamburg bepaalde in 1573 dat ‘degenen die zich gelijk ganzen en eenden te water begeven om te baden en te zwemmen […] zwaar worden gestraft’.
Vijftig jaar na het zwemboek van Wynmann publiceerde de Engelse theoloog en natuurwetenschapper Everard Digby (ca. 1578 – 1606) een boek met vergelijkbare titel: De arte natandi (‘Over de zwemkunst’). Digby, een fellow aan St. John’s College, Cambridge, schreef niet alleen over de zwembeweging maar ook over opwaartse druk en biomechanica. Hij illustreerde het boek met een reeks houtsnedes van de zwembeweging.
Over de auteur
Ernst Arbouw schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Kort na verschijning gooide de universiteit Digby op straat wegens ‘papisme’ (rooms-katholicisme), maar zijn boek – kennelijk óók ‘leuk en plezierig om te lezen’ – bleek een internationale bestseller. Een dikke twee eeuwen na verschijning leerden de troepen van Napoleon nog altijd zwemmen volgens de methode-Digby.
(Wie zichzelf wil leren zwemmen in het oorspronkelijke Latijn kan onder meer terecht bij de universiteitsbibliotheek van Cambridge.)
De derde grondlegger van het Europees zwemonderwijs was de Duitse pedagoog Johann Christoph Friedrich GutsMuths met zijn zelfstudieboek Kleines Lehrbuch der Schwimmkunst uit 1798. (De volledige titel is 29 woorden lang, maar ‘Klein leerboek der zwemkunst’ dekt de lading.)
In weerwil van zijn breedsprakige titel was GutsMuths zeer direct in zijn probleemanalyse: veel mensen verdrinken omdat er veel mensen zijn die niet zwemmen – als we dat nou eens zouden omdraaien? GutsMuths borduurde voort op de ‘kikkerslag’ die Wynmann ook al had beschreven, maar hij behandelde ook andere zwemslagen en duiktechniek.
In Nederland duurde het tot de tweede helft van de 19de eeuw tot het zwemonderwijs op gang kwam. De Amsterdamsche Zwemclub (tegenwoordig de Koninklijke Amsterdamsche Zwemclub) adverteerde vanaf 1871 met een oproep voor ‘eenige jongelingen uit de volksklasse en voor de zeevaart bestemd’. Zij konden bij de ‘badinrichting’ aan de Westerdoksdijk gratis zwemles krijgen in het IJ.
Vanaf ongeveer 1920 ontstond langzaam belangstelling voor schoolzwemmen. In Haarlem, dat vooropliep in die ontwikkeling, waren in 1920 drie scholen die aan schoolzwemmen deden, vijf jaar later waren dat er 37. Het Algemeen Handelsblad schreef over de zwemlessen: ‘Weldra zal men kunnen zeggen, dat ieder gezond kind, dat ’t Haarlemsche openbaar onderwijs heeft gevolgd, geoefend zwemmer is.’
In de loop der jaren leerde een groot aantal Nederlandse kinderen op school zwemmen. Het resultaat was spectaculair. In 1950 verdronken in Nederland 11,8 op de 100 duizend kinderen (0 t/m 10 jaar). Sinds 2019 is dat getal 0,3 per 100 duizend.
Sinds zwemmen in 1985 verdween uit de leerdoelen voor het basisonderwijs, doet nog maar een op de vier scholen aan schoolzwemmen. Desondanks blijft de zwemvaardigheid in Nederland onverminderd hoog. In 2022 had 87 procent van de kinderen tussen 6 en 16 jaar minimaal één zwemdiploma. In de jaren voor de coronapandemie lag dat getal zelfs tussen de 91 en 94 procent. Het draagvlak voor zwemles is ook hoog. Slechts 1 procent van de ouders zegt het niet nodig te vinden dat kinderen een zwemdiploma halen.
Achter de cijfers zit nog wel een andere werkelijkheid verscholen. Meest opvallend is het hoge aantal verdrinkingsslachtoffers met een migratie-achtergrond. In de jaren tussen 2013 en 2022 verdronken 125 inwoners jonger dan 20 jaar. Van die groep waren 24 slachtoffers niet in Europa geboren. Omgerekend betekent dat ongeveer tien keer meer verdrinkingsgevallen per 100 duizend inwoners.
Wat verder opvalt is het grote aantal 60-plussers onder de slachtoffers (30, omgerekend 0,6 per 100.000). Een verklaring bij die cijfers ontbreekt, maar mogelijk is dat óók een zwemleseffect. Mensen die vóór 1964 geboren zijn, hebben in hun jeugd mogelijk minder of zelfs géén zwemles of schoolzwemmen gehad.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant